Raad Buitenlandse Zaken 15 juni 2026
Raad Buitenlandse Zaken 15 juni 2026
statement · 10 jun 2026 · Tweede Kamer
De heer Schenk (FVD): Dank u wel, voorzitter. De agenda van de Raad Buitenlandse Zaken geeft ons de gelegenheid om te reflecteren op de positie van Europa in de wereld. Het gaat over Oekraïne, Iran en de Straat van Hormuz en over onze schepen in de Zuid-Chinese Zee. In al die stukken en documenten zie ik de kenmerken van één overkoepelend patroon. Dat is een patroon dat mij en mijn partij al langer bezighoudt. Heel lang hebben wij namelijk in Europa, en in het Westen in bredere zin, een duidelijke geopolitieke machtspositie gehad. Wij waren zowel economisch als militair hegemoon, of in ieder geval waren wij nauw verbonden met Amerika, dat in de tweede helft van de twintigste eeuw en zeker sinds de val van de Muur, de echte militaire en economische macht had. Deze bijna vanzelfsprekende machtspositie lijkt op alle mogelijke manieren in ons denken gekropen te zijn, maar wij bewegen ons nu in een wereld die multipolair is geworden. Andere geopolitieke machten zijn opgekomen, waarvan enkele ons ondertussen ruim hebben ingehaald. Dat erkennen we soms in onze woorden, maar in onze houding en in onze onderhandelingspositie gedragen we ons nog altijd alsof het oude continent Europa, het oude Westen, de heerser is en alsof de regels die wij schrijven de regels zijn die de rest van de wereld ook accepteert. Neem bijvoorbeeld Oekraïne. De inzet van de EU is onveranderd: meer steun aan Oekraïne en meer sancties en druk richting Rusland. Intussen staat er ook al een Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne, het agressietribunaal, in de steigers, hier in Den Haag. Het kabinet noemt dit een belangrijk politiek signaal dat de Russische agressie niet onbestraft kan blijven. Ongeacht hoe je aankijkt tegen de schuldvraag in het Oekraïneconflict moet ieder weldenkend mens toch erkennen dat de oprichting van een agressietribunaal niet het beginpunt van serieuze vredesonderhandelingen kan zijn. Welk signaal geven we daarmee af, vraag ik de minister. Denkt de minister nu daadwerkelijk dat hiermee een vredesproces dichterbij komt? Wij communiceren daarmee naar de wereld dat de uitkomst al vaststaat, dat Rusland zal moeten verliezen en totaal moeten capituleren en dat wij het vonnis dan zullen moeten uitvaardigen, dus geen onderhandelingen en geen compromis maar volledige capitulatie en berechting. Wat zegt het als je dit doet terwijl de oorlog nog volop gaande is en vredesbesprekingen nog niet eens zijn begonnen? Welk land zou onder die omstandigheden naar de onderhandelingstafel komen? Welke tegenstander gaat aan tafel zitten als er een aanklacht bij een speciaal tribunaal voor hem klaar zal liggen? Zo'n houding sluit vrede bij voorbaat uit. Vrede vereist onderhandeling, je verplaatsen in de tegenstanders, win-winsituaties opzoeken en niet alleen win-lose, en de tegenstander iets geven, ook als je het zelf niet leuk vindt. Dat is diplomatie. Dat woord "diplomatie" lijkt langzaam zijn betekenis te verliezen. In het verslag van de Gymnich, een bijeenkomst van ministers van buitenlandse zaken van EU-lidstaten, lazen we dat er geen aanwijzingen zijn dat Rusland bereid is tot betekenisvolle onderhandelingen, maar ik vraag aan de minister of het Westen deze bereidheid dan wél heeft getoond, welke concessie wij op tafel gelegd hebben en welk perspectief wij de andere kant bieden. Hetzelfde zien we nu ook bij de Straat van Hormuz.
Versie e34ab8035e1b3db2497c6b0ceb59474387d7fb4245529f12ad95e106f318bcf4 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Raad Buitenlandse Zaken 15 juni 2026
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.