statement · 2 jun 2025 · Tweede Kamer
Suriname
Brontekst
Minister Veldkamp: Dank, voorzitter. Tijdens de schorsing is de uitdaging voor een bewindspersoon altijd om alle vragen die zijn gesteld enigszins gestructureerd op volgorde te krijgen. Ik kom graag met een introductie, tijdens welke ik natuurlijk wel geïnterrumpeerd kan worden, en een aantal kopjes waarin ik inga op de specifieke vragen die gesteld zijn. Dus mocht u niet meteen het antwoord op uw vraag horen, dan kan het zijn dat het antwoord ietsje later wel aan de orde komt. Voorzitter. Vandaag staan we stil bij de relatie en de samenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname in het jaar dat Suriname zijn 50-jarige onafhankelijkheid viert. Het is een relatie die diepgeworteld is; een aantal van u meldde dat al, zoals de heer Van Baarle. Een gedeeld verleden, een gemeenschappelijke taal, een overlappende cultuur: sterke banden tussen onze samenlevingen. Ik merkte dat overigens al toen ik hier binnenliep en buiten een schoolklas aantrof uit Apeldoorn. Ik zei: ik ga met de Kamer in gesprek over Suriname. Meteen was daar Alvira, die zei: mijn ouders komen uit Suriname; ik ben er ook geweest. Er is altijd wel een schoolklas met een band met Suriname, in heel Nederland. Het is een relatie die aan de ene kant zakelijk is, maar aan de andere kant betrokken. We willen die relatie met gelijkwaardigheid en wederzijds respect invullen. De relatie wordt gekenmerkt door een brede samenwerking, waar de afgelopen jaren veel moeite in is geïnvesteerd. Het is een dialoog die in mijn optiek juist nu, in een meer geopolitiek multipolaire wereld, heel belangrijk is voor Nederland. Dat heb ik kort geleden nog besproken met mijn toenmalige ambtsgenoot Albert Ramdin, toen die hier in april langskwam voor aan afscheidslunch. Hij is zoals u misschien weet inmiddels aangetreden als nieuwe secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten in Washington. Van dat gesprek is me ook bijgebleven dat Nederland en Suriname toch wel gelijksoortige of overlappende analyses hebben van de ontwikkelingen op het westelijk halfrond en dat ik hem heel veel kon vragen over zijn blik op het westelijk halfrond. Hij had de Amerikaanse minister Rubio bijvoorbeeld als langs gehad, terwijl hij nog niet in Den Haag is geweest; daar komt hij binnenkort. Het is een regio die vanwege het Koninkrijk van belang is voor Nederland. Ook daarom wordt het gewaardeerd om met Suriname in gesprek te zijn, zodat we goed kunnen blijven luisteren naar hun adviezen als partners en de ontwikkelingen in die regio goed kunnen begrijpen. Vandaag bespreken we ook de Kamerbrief over Suriname die ik in februari stuurde. Zoals een aantal van u al opmerkte, vonden iets meer dan een week geleden parlementsverkiezingen in Suriname plaats. Die lijken goed te zijn verlopen. Het is wachten op de rapporten van verkiezingswaarnemingsmissies van de EU, van CARICOM en van de OAS. Er is nog geen officiële verkiezingsuitslag vastgesteld. Voor zover nu bekend, ziet het ernaar uit dat de NDP onder leiding van mevrouw Simons de verkiezingen heeft gewonnen, maar de komende tijd — zeg ik heel voorzichtig als Nederlands minister — is het wachten op de definitieve uitslag, de verkiezing van een nieuwe president, de vorming van een coalitieregering en haar beleidsvoornemens. En ja, Suriname gaat daar vlot mee van start. Gisteravond kondigden zes partijen een voorschot aan op een regeerakkoord, inclusief een verdeling van ministersposten, en steun voor mevrouw Simons als nieuwe president. Voor Nederland is het belangrijk om te kijken naar hoe dat proces verder verloopt, maar dat proces ook wel respectvol z'n beloop te laten. Het is een ander land, een andere democratie, dat zijn eigen keuzes maakt. Dat doen we met heel veel belangstelling. Duidelijk is dat die nieuwe regering voor belangrijke keuzes staat. De aangekondigde olie-exploitatie opent nieuwe economische perspectieven. Een aantal van u noemde dat al. Het gaat om een substantieel olieveld met geschatte inkomsten, afhankelijk van hoe het wordt gemeten, tussen de 16 en 26 miljard dollar — zo wordt veelal genoemd. De eerste inkomsten worden rond 2028 verwacht. Dat is een potentiële gamechanger voor Suriname. Voorzitter. Ik hecht eraan nogmaals het volgende te benadrukken. De verhoudingen in de wereld zijn aan het verschuiven. Een aantal van de leden plaatste ook interventies in dit licht. Het is daarom essentieel dat we blijven investeren in de relatie met andere landen, dat we naar elkaar luisteren en dat we coalities blijven bouwen en de gemene deler blijven zoeken. Er ligt heel duidelijk een Nederlands belang, en dat doen we ook graag met Suriname. Een aantal van de leden noemde het Makandra-programma, gericht op samenwerking tussen onze overheden. Ik kom daar straks op terug. Dat gaf een duidelijke impuls aan onze betrekkingen in de afgelopen jaren. Ik ben er trots op dat er 52 projecten zijn gerealiseerd op thema's als goed bestuur, rechtsstaat, klimaatadaptatie, gezondheidszorg. Zowel vanuit Nederland als vanuit Suriname ervaar ik waardering voor Makandra. Misschien kan het soms wat sterker worden geadverteerd, maar voor de mensen met wie concreet is samengewerkt, is die waardering er. Dat horen wij telkens aan beide zijden. Dat project, dat programma, loopt dit jaar af. Het wordt inderdaad geëvalueerd door de IOB. Eind dit jaar komt de evaluatie daarvan uit. Ik kan nu al zeggen dat het mijn voornemen is om te kijken hoe we dat kunnen voortzetten. Dat hangt uiteraard ook af van de wensen van de nieuwe Surinaamse regering. Het gaat er uiteindelijk ook om of zij dat wil, maar ik zie daar zeker op allerlei manieren brood in, juist omdat de betrekkingen zo breed zijn en zo breed worden gedragen door onze samenlevingen. Om de vraag van mevrouw Piri meteen te beantwoorden: daar zijn nog niet hele specifieke middelen voor gereserveerd. Die zal ik moeten zoeken. Het betrof 10 miljoen voor vier jaar. Dat zijn geen megagrote bedragen, maar in een krimpende begroting is het wel zaak om dat geld te vinden. Dit jaar werken we ook toe aan de afronding van de laatste zogeheten verdragsmiddelen, die voortkomen uit de onafhankelijkheid en die toen overeen zijn gekomen. Daarmee komt een einde aan die ontwikkelingsrelatie tussen Nederland en Suriname. Dat zou een mijlpaal zijn, maar niets verbiedt ons om de banden op andere wijzen voor te zetten en daar ook de middelen bij te vinden. Ik zeg daar ook bij dat Suriname al langer een hechte partner is in de internationale culturele samenwerking. Ik heb daar geen vraag over gehoord, maar ik vind het belangrijk om dat te noemen. Het is een van de 24 landen waar ons internationale cultuurbeleid zich op richt. Ik merk dit ook op omdat de wederzijdse belangstelling voor die culturele samenwerking markant en duidelijk is. Het aantal culturele projecten is ook gegroeid. Ik zie dit als een verrijking voor beide landen. Daarbij wordt ook gekeken naar kennisontwikkeling in de museale sector, een dialoog over collecties, inclusief de koloniale aspecten daarvan, erfgoedwetgeving en studiebeurzen voor Surinaamse onderzoekers en studenten. Voorzitter. Jaarlijks reizen veel Surinamers naar Nederland en andersom. Het ministerie van Buitenlandse Zaken zet zich dagelijks in voor zorgvuldige, snelle en soepele visumdienstverlening. Het is een langgekoesterde wens van Suriname om tot EU-visumliberalisering te komen. Dat begrijp ik heel goed, maar u weet dat het visumbeleid van Nederland via Schengen en daarmee via de EU en de bevoegdheden van de Europese Commissie loopt. Voor visumliberalisering moet Suriname eerst aan een aantal voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld een biometrisch paspoort. Daarvan is al een eerste werkexemplaar door Suriname getoond. Die stappen worden dus gezet. Nederland heeft de wensen van Suriname inzake visumliberalisering onder de aandacht gebracht van de Europese Commissie, onder wier mandaat dit valt. Dat blijven we doen; dat doen we op diverse niveaus. Die wens staat bij de Commissie ook op het vizier. Het uiteindelijke Nederlandse standpunt zal afhangen van een mogelijk voorstel van de Commissie, maar we willen er echt aan trekken. Nederland kan niet namens Suriname een voorstel indienen, maar we kunnen als Schengenlidstaat, verbonden aan de EU-brede regels en de afspraken voor het Schengengebied, wel heel goed kijken hoe we daar samen in verder varen. Maar we kunnen niet unilateraal specifieke uitzonderingen maken voor Suriname. Dat willen we graag doen mét Suriname richting de EU. Een positieve ontwikkeling daarbij is dat in februari in Benelux-verband een verdrag met Suriname is getekend voor een visumvrijstelling voor houders van dienstpaspoorten en dergelijke. Dat verdrag is gekoppeld aan de terug- en overnameovereenkomst inzake onrechtmatig verblijvende personen. Nederland en Suriname blijven inzetten op verbetering en continuering van de terugkeersamenwerking. Ik kom straks terug op wat de heer Ceder opmerkte over de snelheid waarmee visa worden afgegeven.
Versie 30de6f75dff6f9cd3b428d93bfa596acab026d20e05a3edbe512b621ae43666e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.