Suriname
Suriname
statement · 2 jun 2025 · Tweede Kamer
De heer De Roon (PVV): Voorzitter. Na ongeveer vierenhalf jaar houdt deze commissie weer eens een notaoverleg Suriname. Daar zit best een lange tijd tussen. Ik heb eens even gekeken naar de plaats van Suriname op een tweetal internationale rankings. De eerste is de Corruption Perceptions Index van Transparency International. In 2017 stond Suriname op plaats 77, in 2024 op plaats 88. Het land is dus elf plaatsen gezakt. Hoe hoger het getal, hoe corrupter je bent — althans, in de percepties. Het tweede is de Fragile States Index van de denktank Fund for Peace, in samenwerking met het tijdschrift Foreign Policy. In 2018 stond Suriname op plaats 114, in 2024 op plaats 113. Suriname is één plaatsje gezakt, maar daar werkt het nou juist andersom. Daar geldt: hoe lager het getal, hoe fragieler het land is. Als ik dat nou voorzichtig samenvat, zonder daar een drama van te maken, moet ik toch wel constateren dat er in zes à zeven jaar geen verbetering kan worden geconstateerd, zowel op de Corruption Perceptions Index als op de Fragile States Index. Wel was er sinds 2020 een aanmerkelijke verbetering van de ratio van overheidsschuld ten opzichte van het bruto binnenlands product. Daar heeft Suriname onder president Santokhi duidelijk resultaat geboekt. De Surinaamse minister van Financiën verklaart dat in zijn jaarblad 2025 door een afname van de schuld en een stijging van het bruto binnenlands product. Minister Blok wees in het eerdere notaoverleg in 2021 op de enorme economische opgave en de enorme schuldpositie van Suriname. Het is jammer dat de minister van Buitenlandse Zaken in zijn brief van 14 februari jongstleden niet vermeldde dat de totale uitstaande Surinaamse schuld aan het buitenland in de periode van 2020 tot 2024 opliep van bijna 2,1 miljard naar ruim 2,6 miljard Amerikaanse dollars. Ook wordt er niet vermeld dat de Surinaamse schuld aan China nu maar liefst 543 miljoen Amerikaanse dollars bedraagt. Dan rijst wel de vraag of er sprake kan zijn van de welbekende Chinese debt trap, de schuldenvaldiplomatie. Dat is een vorm van diplomatie die het mogelijk maakt om, als de schuldenaar niet betaalt, allerlei vergaande eisen te stellen. Hoe het fragiele Suriname daarmee om zal gaan, hangt uiteraard af van de nieuwe regering onder leiding van de NDP. Het was in ieder geval geen wonder dat president Santokhi, toen hij op 6 mei vorig jaar een delegatie van de Tweede Kamercommissie Buitenlandse Zaken in Suriname ontving, zei dat een herschikking van de schulden van Suriname, waaronder die bij China, op zijn prioriteitenlijst stond. Mijn vraag aan de minister is: kan hij zeggen wat daarvan terecht is gekomen? Zit daar enig schot in? Het enige wat ik heb kunnen constateren, is het volgende. In het genoemde Surinaamse Jaarplan van oktober 2024 wordt gemeld dat er met één bank gesprekken zijn gevoerd, maar dat er nog helemaal geen officiële finale goedkeuring door de Chinese overheid is gegeven. Met andere woorden: er is in ieder geval tot oktober 2024 niets veranderd c.q. verbeterd wat betreft de Surinaamse schuldpositie ten opzichte van China. Misschien weet de minister wat er daarna nog is gebeurd; dat hoor ik dan graag. Die schuldovereenkomst met China is trouwens helemaal niet openbaar. Dat kreeg de Kamerdelegatie te horen van de Vereniging van Economisten in Suriname. Het is een kwestieuze situatie dat zo'n hele overeenkomst totaal geheim is. De enige substantiële schuldherschikking die wel is gerealiseerd, betreft de Amerikaanse dollarschuld, van 912 miljoen euro naar 660 miljoen euro. De looptijd van die schuld is vanaf 2023 vastgesteld op tien jaar. Daar zit ook nog een grace period in van telkens drie jaar. Dat is dus allemaal heel gunstig. De eerste aflossing moet pas in 2027, dus onder het NDP-bewind, plaatsvinden. We zullen moeten afwachten hoe dat daarmee om zal gaan. Inmiddels is er een coalitie onder leiding van de NDP gevormd, en de ministeries zijn al verdeeld. Iets van een coalitieakkoord heb ik trouwens nog niet gezien. De minister misschien wel; dan hoor ik dat graag. Het is in ieder geval onbekend hoe de nieuwe regering om zal gaan met de schulden. In de verkiezingen heeft men zich rijk gerekend met de te verwachten olie-inkomsten, maar die gaan op z'n vroegst pas binnenstromen in 2028. De nieuwe regering ontkomt er volgens mij niet aan om de beloften aan de kiezers geheel of ten dele waar te maken in de periode van 2025 tot 2028. Althans, ik kan me niet voorstellen dat ze nu zeggen: jullie moeten nog drie jaar wachten voordat we onze royale beloften aan jullie gaan nakomen. Dan is de vraag — die leg ik hier maar gewoon op tafel — hoe die periode tot 2028 wat betreft die zogenaamde "schuldenlast" nu eigenlijk wordt overbrugd. Ik vraag de minister: kan Suriname daarover bijvoorbeeld een akkoord sluiten met de crediteuren, onder verpanding van de toekomstige olie-inkomsten, of een deel daarvan? Acht de minister dat in theorie denkbaar? De PVV is in ieder geval niet van plan om de NDP-regering nu te helpen bij de overbrugging van de periode tot aan het moment waarop de oliegelden gaan stromen. Hoe denkt de minister daarover? Zou hij hulp aan de NDP-regering wel willen overwegen? Dat zogenaamde "Makandra-programma" voor de overdracht van kennis tussen de Nederlandse en de Surinaamse overheid, dat al ter sprake kwam, loopt dit jaar af. Wanneer kunnen we de toegezegde evaluatie door de IOB verwachten? In de opsomming in de brief van de minister van samenwerkingsprojecten op beleidsterreinen zoals justitie, defensie, volksgezondheid, personenverkeer, internationaal cultuurbeleid en onderwijs, ontbreekt volledig wat dit allemaal concreet en meetbaar heeft opgeleverd. Wat zijn nu eigenlijk de tastbare resultaten hiervan? De PVV wil in ieder geval dat Suriname nu op eigen benen kan staan op deze terreinen, zonder dat dit de Nederlandse belastingbetaler geld kost. Ik aarzel nog over de samenwerking op het gebied van grensoverschrijdende criminaliteit tussen Suriname en Nederland. Kan de minister duidelijk maken wat dat de afgelopen jaren tastbaar heeft opgeleverd voor Nederland? Voorzitter. In de 45 jaar tot aan het jaar 2025 is publiek geld in Suriname vooral verdampt door corruptie en consumptieve bestedingen. De door de regeringen in die tijd veroorzaakte dramatische geldontwaarding had als resultaat dat de gewone bevolking het al die jaren heel moeilijk bleef hebben. Nu lijkt er een reddingsboei te zijn in de vorm van die oliegelden, met ingang van 2028. Of daar verstandig mee zal worden omgegaan, is op dit moment voor ons, in ieder geval voor mij, een heel groot vraagteken. "Suriname heeft geen geldprobleem, maar een leiderschapsprobleem." Dat was de kop in Het Financieele Dagblad boven een interview met de Surinaamse IMF-adviseur Karel Eckhorst. Mede dankzij hem is de strenge sanering van de Surinaamse overheidsfinanciën van de afgelopen jaren tot stand gekomen. Maar hoe gaat het nu verder? De lijsttrekker van de NDP, mevrouw Simons, die dus de beoogde president is, heeft de reputatie dat ze een verstandig persoon is, dat ze stevig in haar schoenen staat en dat ze zich niet gek laat maken. In de NRC werd ze omschreven als een "serieuze intellectueel, die zich wil losmaken van de erfenis van Bouterse". Kennelijk is haar in het coalitieakkoord, zoals gezegd, de post van Surinames presidentschap toebedacht. Wij kunnen haar natuurlijk veel sterkte toewensen in het temmen van die hardcore "Boutisten", zoals ze worden genoemd, en bij de verwijdering van de corrupte rotte appels, want dat zal allebei onder controle moeten komen. Een ander vraagstuk dat op haar bord zal liggen, is de vraag hoe om te gaan met de steeds verder gaande Chinese bemoeienis met Suriname. De heer Paternotte heeft dat eigenlijk al geduid, dus ik zal dat niet allemaal weer gaan opsommen. Daaruit is wel duidelijk dat China ijverig aan zijn positie in Suriname voortbouwt en dat dat ook een afhankelijkheidspositie voor Suriname zou kunnen impliceren. Dat is iets waar ook de VS met argusogen naar kijken, want het is natuurlijk niet voor niets dat minister Rubio onlangs voor een bliksembezoek in Suriname opdook en waarschuwde tegen Chinese invloeden. Mogelijk kunnen ook Amerikaanse investeerders in Suriname een rol spelen, bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van de lng-productie, want dat is het volgende project dat aanstaande is. Het is natuurlijk aan de Surinaamse regering om te bepalen in welke mate zij met welke investeerders aan de slag wil gaan; de wereld kijkt toe. Tot slot heb ik nog drie vragen, voorzitter. Ten eerste. De Surinaamse Staatsolie Maatschappij heeft 1,6 miljard dollar geleend bij achttien financiële instellingen. Dat is een recente lening. Daaronder bevindt zich ook een hele grote Nederlandse bank. Meer kon ik er niet over vinden, maar misschien weet de minister wel welke grote Nederlandse bank dat is. Met dat geld wil Staatsolie zich voor 20% inkopen bij het Frans-Amerikaanse consortium dat het huidige olieveld gaat exploiteren. Dan zouden de Surinaamse inkomsten uit dat olieveld niet, zoals de bedragen van nu, van 16 tot 19 miljard, maar van 16 tot 26 miljard kunnen zijn. Ik vraag de minister: is het bekend of het inkopen in dat consortium nu al rond is? Ten tweede. In maart jongstleden zijn een officier van justitie en het hoofd van het Surinaamse arrestatieteam op non-actief gesteld vanwege mogelijke betrokkenheid bij een groot cocaïnetransport. Die twee zijn overigens, las ik, partners van elkaar. Kan de minister ons vertellen of er nadien ontwikkelingen zijn geweest in deze affaire en of die twee nog op non-actief staan, of zelfs in een strafrechtelijke vervolging zijn betrokken? De derde vraag is de volgende. Er zijn veel onzekerheden en allerlei nieuwe belangrijke ontwikkelingen mogelijk in Suriname in de komende jaren. Kan de minister voortaan bijvoorbeeld een periodieke review, misschien jaarlijks, over al die aangelegenheden aan de Kamer doen toekomen, zodat we niet pas over vier of vierenhalf jaar opnieuw met elkaar aan tafel zitten om te constateren wat er dan goed en misschien ook niet goed is gegaan? Ik ben zelf van mening dat we als Kamer niet moeten wachten tot een volgend notaoverleg over vier of vijf jaar. Tot zover, voorzitter.
Versie 30de6f75dff6f9cd3b428d93bfa596acab026d20e05a3edbe512b621ae43666e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Suriname
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.