statement · 1 okt 2025 · Tweede Kamer
Voortgang en evaluatie missies
Brontekst
Minister Brekelmans: Dank, voorzitter. Ik zou de beantwoording willen verdelen in de volgende categorieën. Ik begin met een aantal algemene opmerkingen over keuzes en prioriteiten. Dan ga ik van binnen naar buiten. Ik begin dus bij de NAVO-oostflank. Dan behandel ik alles wat met Oekraïne en de coalition of the willing te maken heeft, en dan EUFOR Althea en de Balkan. Dan is er nog de categorie Midden-Oosten. Daar zijn ook nog een paar overige vragen aan gekoppeld. Laat ik beginnen door me aan te sluiten bij alle warme woorden die leden van de Kamer hebben geuit over de inzet van onze militairen en de bijdrage die zij leveren aan vrede en veiligheid in de wereld. Ik vond het ook mooi om te horen hoe verschillende leden spraken over de bezoeken die zij hebben gebracht aan onze troepen. Zelf doe ik dat ook regelmatig. Ik denk dat wij met elkaar delen dat op iedere plek waar je komt de situatie weer net wat anders is. De omstandigheden zijn net wat anders en de specifieke bijdrage die onze militairen leveren is weer net wat anders. Maar er loopt ook wel een hele duidelijke rode draad doorheen, namelijk een ongelofelijke wil en motivatie om bij te dragen aan internationale veiligheid en de internationale rechtsorde. Uw leden spraken daar zulke waardering voor uit en daar kan ik me alleen maar bij aansluiten. Wat de heer Ellian zei, klopt inderdaad volledig: we moeten daarin wel duidelijke keuzes maken, want ondanks dat we meer investeren in defensie, zijn de middelen natuurlijk nog steeds schaars. Als je kijkt naar de totale krijgsmacht en de manier waarop we die internationaal inzetten, zie je een hele duidelijke verschuiving ten opzichte van vijftien, tien of vijf jaar geleden. Het aandeel missies buiten het NAVO-grondgebied is relatief gezien veel kleiner dan wat we inzetten om het NAVO-grondgebied te beschermen. De verschuiving van hoofdtaak 2 naar hoofdtaak 1, zoals ze dat noemen, zie je dus heel erg duidelijk terug in de inzet van onze mensen en capaciteiten. Omdat we een grotere bijdrage moeten leveren aan de NAVO en aan onze collectieve verdediging, en overigens ook aan de bescherming van het Caribisch deel van het Koninkrijk, moeten we vanuit die schaarste nog gerichter keuzes maken over waar we wel en niet aan kunnen bijdragen. We kijken natuurlijk welke belangen op het spel staan en welke bijdrage en welke toegevoegde waarde we daaraan kunnen leveren. We kijken natuurlijk ook welke kosten het met zich meebrengt en wat het dus betekent voor de inzetbaarheid van de krijgsmacht. Het levert vaak ook een positieve ervaring op, zowel voor de capaciteiten als voor de getraindheid van onze militairen, en ook voor de afwisseling in de ervaring die mensen hebben. Dat is dan weer een positieve zijde. Een aantal van de leden zijn ook in Litouwen geweest. Over het algemeen is de motivatie daar heel groot, maar mensen die daar meerdere keren zijn geweest, zeggen: het is voor ons ook nuttig om ter afwisseling in Bosnië of ergens in het Midden-Oosten actief te zijn. Ook in dat opzicht is het dus belangrijk om op verschillende plekken in de wereld actief te blijven. De heer Van Dijk vroeg of er geen sprake is van te veel versnippering. Als je in één specifieke missie iets wilt bereiken, bijvoorbeeld in Afghanistan in het verleden of nu in Irak, dan is het natuurlijk van belang dat er sprake is van een zekere continuïteit. Dat kun je bereiken met een internationale missie, waardoor die internationale presentie er is en je steeds roteert, maar er zit ook een zekere logica in om met voldoende aantallen aanwezig te zijn om een bepaald effect te bereiken. Met de schaarse capaciteit die we hebben, willen we proberen om onze invloed in de wereld maximaal te maken, en ook onze informatiepositie en ons informatiebeeld te optimaliseren. Dat is een heel belangrijk onderdeel. Door maar één persoon in te zetten, hebben we wel een stoel aan tafel, waardoor we kunnen meepraten over de vormgeving van zo'n missie, en doen we ontzettend veel informatie op over wat er gebeurt in de regio en wat de toegevoegde waarde is van die specifieke missie. Dus ik ben juist een heel groot voorstander van het volgende. Aan de ene kant hebben we de grote bijdrage die we moeten leveren aan onze collectieve verdediging. Daarnaast kies je een aantal missies uit waarbij je wat grootschaliger betrokken bent, zoals nu in Bosnië en Herzegovina, want daar willen we bijdragen aan stabiliteit. Maar daarnaast probeer je ook je informatiepositie en invloed in de wereld zo maximaal mogelijk te maken door heel specifiek trainingen te geven, door één stafofficier neer te zetten of door specifieke individuele functies in te richten. Daarbij zeg ik tot slot: één persoon inzetten vraagt de inzet van die ene persoon, maar het legt in de praktijk vaak geen beslag op hele schaarse capaciteiten. Wanneer je een eenheid stuurt, moet daar ook medische ondersteuning bij en moet daar ook alle logistiek bij. Ja, dat zijn die kritieke enablers, zoals ze dat noemen, waar je dan beslag op legt. Als je één persoon stuurt naar een bepaald hoofdkwartier, dan gaat diegene op in die missiestructuur. Dat is dan één persoon en daar heb je niet al die kritieke capaciteiten en die schaarse capaciteiten voor nodig om dat mogelijk te maken. Dan nog een laatste algemene vraag van de heer Van Dijk, over de leercyclus met betrekking tot onze missies en lopende operaties. Zowel vanuit Buitenlandse Zaken als Defensie hebben we de afgelopen jaren ook stappen gezet om die leercyclus vorm te geven. De Kamer weet dat ook. Iedere missie wordt ook geëvalueerd. Als er in een bepaalde periode meerdere missies zijn, vindt er een overkoepelende evaluatie plaats. Ik noem ook het toetsingskader voor artikel 100-missies, waarbij er eerder ook gekeken is naar het risico op burgerslachtoffers. Dat doen we op dit moment ook. We houden het steeds tegen het licht en kijken of de lessen die we hebben geleerd voldoende terugkomen in nieuwe artikel 100-brieven. We hebben ook naar aanleiding van de motie van Van der Werf, Boswijk en Van der Wal een werkgroep Leren van conflicten ingericht, die juist dat soort lessons learned en dat soort overkoepelende uitdagingen die daaruit voortkomen, verder oppakt. Dus ja, het heeft de aandacht van zowel Buitenlandse Zaken als Defensie. We zullen u daar nog nader schriftelijk over informeren voor de begrotingsbehandeling 2026, want dat was het verzoek van de heer Van Dijk. Als daar verder geen opmerkingen over zijn, ga ik naar de oostflank, voorzitter.
Versie 5add9e44b1e0d093041a0888024fe5e902b1e9549c3f9d0b3e485361db8e5f9c · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.