KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 11 jun 2026 · Tweede Kamer

Gezond en veilig werken

Brontekst

De heer Kisteman (VVD): Dank u wel, voorzitter. Ik begin debatten over gezond en veilig werken meestal met een uitleg, namelijk dat we onze ondernemers kunnen vertrouwen en dat meer regels niet zorgen voor meer veiligheid, maar bij deze minister kan ik dat overslaan. Dit debat wil ik beginnen met een compliment aan de minister: er worden eindelijk stappen gezet op het vereenvoudigen en het beter maken van de RI&E, de minister pakt influencers die hun kinderen inzetten hard aan en hij trekt het voorstel in om de gedragscode tegen ongewenst gedrag wettelijk vast te stellen. We kunnen wel stellen dat deze minister lekker aan de slag is. Voorzitter. Laat ik het even over de inhoud hebben, ten eerste over de kidfluencers. Mijn fractie steunt het voorstel om het commercieel maken van onlinecontent door en met kinderen te verbieden tot een leeftijd van 16 jaar. Ook de boetes die bij een overtreding gegeven gaan worden, kunnen op steun rekenen. Mijn fractie vraagt zich wel af waar de minister aan denkt bij passende boetes. Hoe gaat hij voorkomen dat influencers dit gewoon als kostenpost incalculeren? Wat mijn fractie betreft, moeten deze boetes gewoon echt pijn doen. Daarnaast zijn er twee kanten aan dit verhaal, want er zijn ook organisaties die hun marketing of communicatie inzetten op deze kinderen. Mijn vraag is dan ook of deze organisaties, die kindermarketingdiensten afnemen bij influencers die de wet overtreden, ook beboet kunnen worden. Als dit ook mogelijk wordt, snijdt het mes namelijk echt aan twee kanten. Dan kunnen we echt iets aan dit probleem doen. Ik overweeg eventueel ook een motie op dit punt. Wat kan de minister doen aan de vloggers die hun materiaal buiten Nederland opnemen, maar wel Nederland als afzetmarkt hebben? Voorzitter. Dan ga ik naar mijn geliefde onderwerp — dat is ook een geliefd onderwerp van de heer Flach — namelijk de risico-inventarisatie en -evaluatie. Ik sluit mij ook graag aan bij de vragen die hij stelde. Ik vind dat de minister goede stappen heeft gezet, maar we zijn er nog lang niet. Ik vind — dat zei de heer Flach ook — wat er in de brief staat over het teruggaan van drie kerndeskundigen naar één echt nog wel magertjes: dit zou ertoe kunnen leiden dat in de toekomst in meer situaties dan nu het geval is volstaan kan worden met één kerndeskundige. In de praktijk betekent dit dus plat gezegd: het kan, maar het gaat niet gebeuren. Dit is niet wat de motie vroeg. Dit is ook niet hoe het in landen om ons heen gaat. In Nederland vallen zo'n 400.000 bedrijven onder de RI&E. Daarbij moet er elke vier jaar worden getoetst door de drie kerndeskundigen. De kosten per kerndeskundige bedragen ongeveer tussen de €1.000 en €1.500 euro. Je hebt er drie nodig, dus je bent gewoon €5.000 kwijt, terwijl collega's over de grens het met één kerndeskundige kunnen doen. Mijn vraag aan de minister is dan ook hoe hij ervoor gaat zorgen dat de externe toetsing in Nederland in de toekomst ook door één kerndeskundige kan worden gedaan. Wat gaat hij doen om deze onnodige regeldrukkosten te verminderen? Dan kom ik op de opslag van gevaarlijke verpakte stoffen. Ondernemers, met name in de mobiliteitssector, moeten aan enorme eisen voldoen voor het opslaan van gevaarlijke verpakte stoffen. Een ondernemer moet bijvoorbeeld voor een specifiek soort ruitenwisservloeistof een kluis aanschaffen van ongeveer €6.000. Deze regel is gelijkgetrokken met hoe grote bedrijven dat moeten doen. Hoe kijkt de minister hiernaar? Ziet hij hierbij een mogelijkheid om een uitzondering te maken voor kleinere hoeveelheden of de drempelwaarde te verlagen? In 2024 werd mijn motie aangenomen om het werken met gevaarlijke stoffen werkbaarder te maken. Wat is eigenlijk de stand van de uitvoering van deze motie? Kan het voorbeeld dat ik net noemde ook worden meegenomen in de uitwerking van deze motie? Voorzitter. Ter afronding wil ik het hebben over het locatiebeginsel. Bedrijven in de detailhandel hebben vaak honderden filialen door heel Nederland die sterk zijn gestandaardiseerd. Voor deze bedrijven is het gebruikelijk om een RI&E te hebben die door het hoofdkantoor is gemaakt. De kerndeskundige controleert deze steekproefsgewijs. Zij bezoeken en toetsen daarbij niet elk individueel filiaal. Vorig jaar heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie echter meerdere filialen in de detailhandel op de aanwezigheid van een getoetste RI&E gecontroleerd. Volgens de NLA is het zogenaamde extrapoleren van toetsingsbevindingen niet toegestaan. Dat zorgt voor een ingewikkelde situatie. Als alle filialen een controle moeten krijgen van een arbokerndeskundige, lopen de wachttijden op tot langer dan een jaar. Dit zorgt ook weer voor onnodige regeldruk. Hoe kijkt de minister naar deze situatie? Is hij bereid de steekproefsystematiek in de wet vast te leggen, zodat het mogelijk wordt om de concern- of formulebrede toetsingssystematiek van de RI&E voor sterk gestandaardiseerde filialen te behouden? Daar wilde ik het bij laten, voorzitter.

Versie fab211734811797bca527cc08ff997efb4997e664750a9bec88ab84eb8833cda · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.