Zzp
Zzp
statement · 18 dec 2025 · Tweede Kamer
Staatssecretaris Heijnen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil de leden van uw Kamer danken voor de vragen en de brede interesse rond dit dossier — en dat op de laatste dag voor het kerstreces! Het is voor mij de eerste keer dat ik met uw Kamer over dit onderwerp spreek, maar uiteraard is mij de jarenlange aandacht van zowel de markt als uw Kamer niet ontgaan. Voorzitter. Na de inleiding wilde ik de volgende drie blokjes doen: handhaving in zijn algemeenheid, zachte landing en HVP. Volgens mij kan ik daar veel vragen die op mijn terrein liggen, al beantwoorden. U was enigszins verrast, voorzitter, maar in overleg met de minister begin ik met deze termijn. Veel vragen gaan namelijk over de handhaving en de zachte landing. Die liggen op mijn terrein. Ik wilde de Kamerleden niet al te lang in spanning laten zitten. De inleiding. Er zijn drie lijnen om de balans op de arbeidsmarkt te herstellen. Dat is u allen bekend, maar toch noem ik ze: het creëren van een gelijker speelveld tussen zelfstandigen en werknemers, het verduidelijken van de regels en het verbeteren van de handhaving. Over blokje één zijn er geen vragen gesteld. Blokje twee, het verduidelijken van de regels, zal de minister zo voor haar rekening nemen. Het verbeteren van de handhaving ligt uiteraard op mijn terrein, want als staatssecretaris ben ik verantwoordelijk voor de handhaving door de Belastingdienst. Misschien is het goed om in de inleiding te vermelden dat de Belastingdienst toeziet op de juistheid en volledigheid van de loonaangifte. Hij stelt daarmee vast of er sprake is van schijnzelfstandigheid. Het is u volgens mij allemaal bekend dat de oorzaak van de huidige discussie over de handhaving wat ons betreft — ik hoorde mevrouw Patijn het eigenlijk ook zeggen — is dat de Belastingdienst zijn handhavingstaak te lang niet volledig heeft mogen vervullen. Dat was vanwege het handhavingsmoratorium, dat vanaf 2016 van kracht was. In die periode kon er niet alleen niet worden gehandhaafd, maar ook niet worden gecorrigeerd voor het verleden, tenzij er sprake was van kwaadwillendheid of van een aanwijzing die niet was opgevolgd. Dat er zo lang een handhavingsmoratorium voor de loonheffingen bestond, was een onwenselijke situatie. Daarom hebben we samen met uw Kamer besloten om dat moratorium per 1 januari 2025 op te heffen. Ook in samenspraak met uw Kamer is dat gedaan met een zachte landing. De zachte landing, misschien even ter herinnering, houdt in dat de Belastingdienst in principe begint met een bedrijfsbezoek en kiest voor een onderzoek van het meest recente tijdvak. Daarnaast houdt de zachte landing in dat de Belastingdienst geen boetes oplegt. Op hoofdlijnen zou je dus kunnen zeggen dat de zachte landing uit drie elementen bestaat: een bedrijfsbezoek, het meest recente jaar kiezen en geen boetes opleggen. Een van de vragen was waar de zachte landing precies uit bestaat, dacht ik. Voorzitter. Uw Kamer heeft tijdens het tweeminutendebat Arbeidsmarktbeleid met de minister het kabinet via de motie-Ergin opgeroepen om de zachte landing te verlengen. Die motie is vaak aan de orde gekomen. U heeft gezien dat wij dat een zeer slecht signaal vinden richting partijen die zich op dit moment al wél aan wet- en regelgeving houden. Dat is de voornaamste reden waarom we de motie niet hebben uitgevoerd. Wij vinden dat het na bijna tien jaar stilstand op het dossier belangrijk is om het momentum vast te houden — dat momentum is er zeker — en samen de maatschappelijke beweging in gang te houden. Ook onder het handhavingsmoratorium en de zachte landing moeten partijen zich namelijk aan wet- en regelgeving houden. Dat is, denk ik, het uitgangspunt. Veel organisaties hebben hun bedrijfsvoering in de afgelopen periode verbeterd. In de bouw en in de beveiliging, bijvoorbeeld, zien we een groei van het aantal vaste medewerkers. Wij blijven van mening dat door verlenging van die zachte landing de goede inspanningen van veel organisaties zullen stagneren. Zij krijgen te maken met een onaangekondigde koerswijziging die goed gedrag ontmoedigt. Zo blijft oneerlijke concurrentie bestaan, zowel tussen opdrachtgevers als tussen opdrachtnemers. Het is veel gegaan over de zorg, maar goed, er zijn natuurlijk ook nog veel andere sectoren. De markt heeft behoefte aan koersvastheid en duidelijkheid. Vanuit allerlei sectoren in de markt horen we ook dat handhaving op schijnzelfstandigheid nodig is en blijft. De bouw heeft recent opgeroepen tot meer zichtbaarheid van de Belastingdienst, dus tot meer handhaven. Dat is u allen bekend. Zoals uw Kamer regelmatig ook zelf benadrukt, is voorspelbaarheid van overheidsbeleid belangrijk voor zowel burgers als bedrijven. Het is, denk ik, goed om daarbij in herinnering te roepen dat de voorspelde rampscenario's waar men vorig jaar voor vreesde, gelukkig niet zijn uitgekomen. Dan wil ik nu ingaan op de gestelde vragen langs de drie blokjes die ik heb aangekondigd. Mevrouw Martens-America van de VVD vroeg wat we wél kunnen doen. Ik denk dat die vraag ook in het kader van het HVP is gesteld. Kunnen we alleen bedrijfsbezoeken uitvoeren en niet direct overgaan tot verzuimboetes? Welke verzachtende mogelijkheden ziet de staatssecretaris nog meer, was haar vraag. Laat ik beginnen met aan te geven dat sectorale uitsluiting niet mogelijk is. Dat is juridisch onhoudbaar, denken wij, voor de uitvoering onhaalbaar en beleidsmatig onwenselijk, zeker ook uit het oogpunt van rechtsgelijkheid tussen de verschillende sectoren. Daarnaast is het, zoals ik in mijn inleiding al heb aangegeven, voor partijen die zich wél aan wet- en regelgeving houden een slecht signaal als die zachte landing wordt verlengd. Zoals ik al aangaf, vinden wij het belangrijk om het momentum, dat er in veel van de sectoren zeer zeker is, vast te houden. Partijen die het, vaak met heel veel moeite, inmiddels goed doen, moeten we belonen en niet bestraffen. Daarnaast kunnen verdere transitiemaatregelen een negatief effect hebben op de regelnaleving. Daardoor blijft oneerlijke concurrentie bestaan tussen zowel opdrachtgevers als tussen opdrachtnemers. Ik ben en blijf daarom geen voorstander van het verlengen van de verzachtende maatregelen. Ik wil hier wel nog bij opmerken dat het ingroeimodel, waarin we niet verder dan 2025 terug kunnen, van toepassing blijft tot 2030. Pas in 2030 kan de Belastingdienst weer tot vijf jaar terug correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen. Bovendien betekent het feit dat we in 2025 in beginsel starten met een bedrijfsbezoek — dat heeft u ook in de brieven kunnen lezen — niet dat er geen boekenonderzoeken plaatsvinden. Als we een risico op schijnzelfstandigheid signaleren, kunnen we er altijd voor kiezen om een boekenonderzoek te starten. Dat kan, ook nu, bij kwaadwillendheid leiden tot naheffing. Dan ga ik naar een vraag van de heer Flach.
Versie 57ef283539016b32f4c7bb6cd9351365f62acabec8843a17f097a000dfcc1c7e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Zzp
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.