Terrorisme/extremisme
Brontekst
Versie 61f5246a016eb4af · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Van Weel: De heer El Abassi vroeg: gaat de minister ook hard optreden tegen rechts-extremisme? Met het voorbeeld dat hij noemde van de persoon van de Geuzenbond, maar ook gezien enkele recente aanhoudingen in het licht van The Base, en de soevereinen die zijn opgepakt op verdenking van het voorbereiden van een aanslag, denk ik dat het wel duidelijk is dat in ieder geval de Nederlandse justitie wel neutraal kijkt naar alle vormen van extremisme en terrorisme, en daar actie op onderneemt op het moment dat daar een dreiging ontstaat voor individuen of voor de nationale veiligheid. Het heeft net zo veel onze aandacht als andersom. Dit hangt enigszins samen met de vraag van de heer Aardema over de handreiking van de politie die verscheen op het internet. Deze handreiking zag nou juist op meer deze kant van de samenleving, op mensen die via complottheorieën of anderszins afdrijven richting extremistisch — in dit geval meer rechts georiënteerd — gedachtegoed. Ik zeg ook tegen de heer Aardema: dit is dus waarom u jihadisme niet ziet in die handreiking; deze handleiding ziet echt op een ander deel van het spectrum en niet op jihadisme. Ook de nationale politie en de NCTV zijn zeer alert op deze stroming; zij hebben ook een symbolenbank om bij te houden hoe dit verschijnsel zich ontwikkelt. En ook de diensten kijken natuurlijk naar individuen in dit kader. Dat heeft ook geleid tot deze actie. Ten slotte. The Base is onlangs door ons op de nationale sanctielijst geplaatst. Daardoor heeft ook de Europese Unie nu de gelegenheid om dat te gaan doen. Zoals u weet, is The Base een organisatie die door heel Europa actief is en daardoor ook een bredere bedreiging vormt. Dat brengt mij, denk ik, aan het einde van het kopje extremisme en terrorisme. Ik kom nog te spreken over de veroordeelden die vrij zijn gekomen. Daar kom ik dan nu op, bij het kopje intrekking van het Nederlanderschap. Daar is natuurlijk veel discussie over geweest, in het verleden en ook nu nog; ik denk dat ik niet alle voor- en nadelen van die intrekking nu hoef te hernemen. De zorg, die deels terecht is, van enkelen van u, is: "Hoe zit het met mensen die we het Nederlanderschap hebben ontnomen en die we uiteindelijk niet het land uit krijgen? Wat gebeurt daar dan mee?" Nou, die vormen een uitdaging voor de inlichtingendienst, omdat met het vervallen van de verblijfstatus ook de toegang tot een aantal faciliteiten zoals huisvesting, geestelijke gezondheidszorg of reclassering automatisch komt te vervallen. Dan kan het dus zijn dat iemand verdwijnt in de illegaliteit en daardoor mogelijk ook vervalt, maar ook moeilijker te traceren is. Wij hebben daar in individuele casus mitigerende maatregelen op genomen. Ik kan daar niet veel over zeggen, maar onder andere de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding biedt de minister van Justitie een aantal instrumenten om te zorgen dat deze mensen toch in beeld blijven. Uiteraard is daarbij ook een rol voor onze diensten weggelegd. Ook zijn we in gesprek met diensten als Reclassering Nederland om te zorgen dat er enige vorm van toezicht mogelijk blijft op mensen die hier gewoon nog niet kunnen vertrekken. On a positive note: het is ons recent wel gelukt om een aantal mensen met een hogere dreiging alsnog uitgezet te krijgen naar het land waarvan zij wel over de nationaliteit beschikken. Dat werd eerder gezien als iets wat mogelijk nooit zou lukken, maar is dus toch gelukt. Uiteindelijk was dat natuurlijk het doel van deze maatregel, die echt niet zomaar tegen mensen wordt genomen; daarvoor moet je echt behoorlijk ernstige misdrijven hebben begaan. Ik kan het niet individueel over aantallen hebben. We informeren u natuurlijk wel op hoofdlijnen over de mensen die vrijkomen en welke dreiging daar globaal op zit, maar in meer detail doen we dat in de geëigende gremia. Ik kan daar niet in meer detail op ingaan. Voorzitter. Dan heb ik nog het kopje andere belangrijke vragen. Ik zal proberen om ook daar gezwind doorheen te gaan. Over de defensieaanpak hebben we het eigenlijk al gehad. Dat ging over de vraag van de heer Van Nispen over de lokale persoonsgerichte aanpak, waar echt iedereen bijeenkomt. Daar is het natuurlijk de bedoeling om mensen zo vroeg mogelijk te signaleren, voordat zij in het strafrecht terechtkomen. Er was een vraag van de heer Aardema of we bands en artiesten zoals Bob Vylan en Kneecap hier zouden moeten willen. Volgens Nederlandse wet- en regelgeving moet er een bedreiging zijn van de openbare orde of de nationale veiligheid om op voorhand iemand de toegang of een podium te ontzeggen. Ik heb dat in het verleden wel gedaan; denk aan de spreker van Samidoun. Dat gebeurde destijds op basis van zijn opruiende uitspraken. Die drempel wordt in dit geval, bij deze artiesten niet gehaald. Ik vind ook dat je bij artiesten net een hogere drempel moet hanteren. Dat wil niet zeggen dat als zij opruiende en strafbare teksten doen, daadwerkelijk doen, zij niet alsnog kunnen worden aangepakt, zoals nu ook in Engeland is gebeurd naar aanleiding van eerdere uitspraken. Maar dat moet dan wel after the fact zijn. Je kunt je dan nog afvragen of het getuigt van inlevingsvermogen of goede smaak of anderszins als je dit soort bands een podium geeft. Een aantal landen hadden mogelijkheden om hen dat podium te ontzeggen — die mogelijkheden heb ik niet — of hadden poppodia of festivals die zelf besloten om de uitnodiging in te trekken. Ik meen dat er ook gesprekken zijn gevoerd met in dit geval Paradiso, maar daar is besloten om de agendering in stand te laten. Tja, dan houden op een gegeven moment mijn tools aan de voorkant op. De heer El Abassi vroeg naar stochastisch terrorisme. Daar hebben we, ik meen een aantal maanden geleden, een WODC-onderzoek naar laten doen. Dat hebben we uw Kamer ook toegestuurd. In dat onderzoek wordt gesteld, in het kort, dat het niet mogelijk is om verbanden met stochastisch terrorisme vast te stellen, omdat er geen expliciete oproep tot geweld in zit. Het moeilijke is om dat aan individuen toe te schrijven: wie is de aanjager geweest en waartoe heeft het uiteindelijk geleid? De conclusie van het onderzoek van het WODC is dat het niet aantoonbaar is dat dit fenomeen de kans op radicalisering vergroot. Daarom beveelt het WODC aan om deze term niet meer te gebruiken. Mevrouw Michon-Derkzen had een korte vraag over de knelpunten van organisaties als de DSI ten aanzien van personen met verward gedrag. Voor die vraag zou ik heel graag door willen verwijzen naar het commissiedebat over personen met verward gedrag dat we volgens mij ergens in de komende weken nog hebben. Dan zal ik ook deze capaciteitsvraag daarin meenemen. Ik denk dat die meer daarbij hoort dan bij dit terrorismedebat. De heer Van Nispen had een vraag over het ICCT. U heeft gelijk: de bezuiniging is ingezet door het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat natuurlijk voor grote opgaven staat. Ik zie uw vragen graag aan die kant binnenkomen. Laat ik vanuit deze positie zeggen dat het ICCT voor onze beleidsontwikkeling geen cruciale speler is. Wij zien het als een kennisinstituut dat zicht geeft op het fenomeen, maar niet als een onderdeel van de CT-beleidscyclus.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.