Armoede- en schuldenbeleid
Armoede- en schuldenbeleid
statement · 26 mrt 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Lahlah (GroenLinks-PvdA): Dank je wel, voorzitter. Wie de cijfers en de signalen uit de praktijk naast elkaar legt, kan eigenlijk maar één conclusie trekken: armoede neemt na jaren niet meer af, maar toe. Uit de doorrekening van dit coalitieakkoord blijkt dat de armoede ook met de nieuwe plannen gaat stijgen. Inmiddels gaat het om ruim een half miljoen mensen in een arm huishouden en daarnaast om nog eens 1,1 miljoen mensen die net boven de armoedegrens zitten en dus bij een kleine tegenvaller direct in de problemen kunnen komen. Voorzitter. Achter die cijfers zitten mensen, en heel vaak kinderen. Als ik "kinderen" zeg, dan bedoel ik uiteraard ook jongeren. Op die kinderen wil ik vandaag graag inzoomen, want armoede raakt kinderen extra hard, niet alleen omdat zij zelf nergens verantwoordelijk voor zijn, maar vooral omdat de gevolgen levenslang kunnen doorwerken. Dat vertelde ook Maylee, de kinderburgemeester van Almere, samen met Ekam en Harkiran. Fondsen krijgen steeds meer aanvragen voor basisvoorzieningen: bedden, brillen, kleding, persoonlijke hygiëne. Dus niet voor luxe of voor extraatjes, maar voor het absolute, absolute minimum. Ook zien we dat de intensiteit van armoede groter is geworden. Armoede neemt dus niet alleen in omvang toe, maar verdiept zich ook. Dat zien we terug in de inbreng van organisaties zoals Kinderhulp. Zij vragen ons om steeds de volgende drie simpele vragen te stellen. Is het eerlijk voor kinderen in armoede? Helpt het kinderen ook echt vooruit? Draagt het bij aan rust en vertrouwen in gezinnen? Dat zijn eigenlijk de juiste toetsen voor het beleid dat hier op tafel ligt, want als onzekerheid toeneemt en budgetten krapper worden, verdwijnt als eerste het geld voor precies die dingen die voor kinderen het verschil maken: een fiets, sport, schoolactiviteiten, een laptop, kleding, een verjaardag. Voorzitter. Armoede is bovendien niet alleen een inkomensvraagstuk. Het is ook een gezondheidsvraagstuk en een mensenrechtenvraagstuk. De Gezonde Generatie schrijft terecht dat kinderen die opgroeien in armoede vaker ongezond zijn, vaker psychosociale problemen hebben en vaker te maken hebben met langdurige stress. Die stress werkt door in hun ontwikkeling en gezondheid, soms zelfs hun hele leven lang. Het College voor de Rechten van de Mens noemt armoedebestrijding niet voor niets een kerntaak van de overheid. Daarom is mijn eerste vraag aan de minister: erkent hij dat de verdieping van armoede onder gezinnen met kinderen nu al zichtbaar is? Wat gaat hij op korte termijn doen voor de gezinnen die vandaag geen bril, bed of winterjas voor hun kinderen kunnen betalen? Niet over een paar jaar, niet na een volgend programma of overleg, maar nu. Voorzitter. Dan het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Natuurlijk is het goed dat er een programma ligt. En natuurlijk is het ook goed dat er geld voor geld voor gereserveerd is. Maar tegelijkertijd zien we terechte kritiek: de voortgangsrapportage is veel te beschrijvend en de koppeling met concrete indicatoren en streefcijfers is onvoldoende helder. Daardoor blijft het heel vaak bij goede bedoelingen, terwijl juist op dit onderwerp scherpte nodig is. Mijn tweede vraag is dus: is de minister bereid om in volgende voortgangsrapportages veel explicieter te koppelen welke maatregel op welke indicator moet verbeteren, inclusief streefcijfers en een duidelijke appreciatie? Anders kunnen wij als Kamer moeilijk controleren of beleid daadwerkelijk echt werkt. Dan de 150 miljoen waar steeds naar verwezen wordt. Ik begrijp dat het kabinet de komende maanden met de Kamer in overleg wil over invulling van die middelen en dat de eerste maatregelen pas in de ontwerpbegroting van 2027 verwerkt zullen worden, maar mensen in armoede kunnen niet wachten tot begrotingsrondes en beleidskaders zijn afgerond, dus vraag ik aan de minister welke concrete keuzes hij zelf wil maken met die middelen en hoeveel daarvan naar maatregelen gaat die direct merkbaar zijn voor gezinnen en kinderen. Het risico is nu dat we aan de ene kant praten over investeringen, weliswaar beperkt, terwijl aan de andere kant beleid wordt gevoerd dat bestaanszekerheid juist verder onder druk zet. Dat is voor mensen thuis niet uit te leggen. Voorzitter. Tot slot nog twee punten. Punt één gaat over het niet-gebruik. Het tegengaan van niet-gebruik is een expliciete maatregel binnen het programma waar ik net al naar verwees. Dan moet het ook echt prioriteit krijgen, want rechten op papier helpen niemand als mensen door ingewikkelde regels, schaamte of wantrouwen geen gebruik kunnen maken van ondersteuning. Hoe gaat de minister hier serieus werk van maken? Kan hij toezeggen dat niet-gebruik niet wordt ingezet als sluitstuk van de begroting? Het antwoord van zijn collega-minister Aartsen tijdens de begrotingsbehandeling was wat dubieus. Hij wist mij niet te overtuigen. Ik hoop dat deze minister dat wel kan. Dan punt twee, de postcodeloterij of de postcodebingo. Het kan niet zo zijn dat kansen van een kind afhangen van de gemeente waar het kind toevallig opgroeit. Het kabinet spreekt over "een basisniveau van gemeentelijke regelingen". Ik wil dan van de minister weten wat dat concreet betekent. Gaan we naar de meest ruimhartige voorbeelden toe of wordt dit een nieuw minimum waar uiteindelijk vooral op wordt bezuinigd? Voorzitter, ik rond af. Armoede is geen natuurverschijnsel; het is een gevolg van keuzes. En dus is de echte vraag vandaag niet of de minister nog een programma, werkgroep of overlegtafel kan aankondigen. De echte vraag is: kiest hij voor kinderen die nu tekortkomen of kiest hij ervoor om nog langer te wachten? Want de gezinnen hebben eerlijk gezegd helemaal niets, maar dan ook niets, aan uitstel. Zij hebben recht op hulp, niet morgen maar vandaag.
Versie 8b14c7e89fcffb95dea76fca2dc92342da35a3d50e55fc36e0ad7bc9ced3d036 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Armoede- en schuldenbeleid
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.