Uitspraak · 5 okt 2023 · Tweede Kamer
Voorstel van wet van de leden Koerhuis, Van der Plas, Grinwis en Westerveld tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Woningwet in verband met het bieden van huurbescherming aan weeskinderen (Wet huurbescherming weeskinderen) (Kamerstuk 35999) (1TK)
Brontekst
De heer Thijssen (PvdA): Dat gaat u horen. Dank u wel, voorzitter. Voorzitter. Vandaag praten we over een situatie waar de meeste mensen, inclusief ikzelf, niet dagelijks bij stilstaan, omdat het ons niet is overkomen, of omdat we niemand in onze omgeving kennen die dit overkomen is. En zoals zo vaak bij dit soort situaties die maar een kleine groep meemaakt, schieten beleid en regelgeving tekort; valt een groep tussen wal en schip, puur omdat te weinig mensen zich een dergelijke situatie kunnen voorstellen. Maar voor gemiddeld zo'n 80 jongeren per jaar tussen 16 en 30 jaar is deze situatie de verdrietige realiteit. Niet alleen krijgen ze met een verschrikkelijk verlies te maken door het overlijden van een of twee ouders waardoor ze wees worden, daarbovenop krijgen ze te maken met de stress en angst om hun woning te verliezen, die ze met deze ouder of ouders deelden. Verlies op verlies dus. En in sommige gevallen zelfs een uitzicht op dakloosheid, midden in een al zwaar rouwproces waar ze doorheen moeten gaan. Ik denk dat niemand in deze zaal deze situatie wil. Daarom ben ik ook blij met het initiatief van onze collega's Koerhuis, Van der Plas, Grinwis en Westerveld om de wet hierop te wijzigen. Ook wil ik de Stichting WeesWijzer expliciet noemen en bedanken, die hier al jaren aandacht voor vraagt en strijdt voor deze kleine groep jongeren. En natuurlijk de medeleden. Wij, als fracties van de PvdA en GroenLinks, staan dan ook positief tegenover dit voorstel. We hebben nog wel een aantal vragen aan de indieners en aan de minister, allereerst aan de initiatiefnemers. In de memorie van toelichting wordt expliciet verwezen naar de verhouding van deze wet tot de Grondwet en het EVRM, het Europees verdrag voor de rechten van de mens. Onze fracties missen hierbij een expliciete verwijzing naar het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, want ook uit dit verdrag blijkt dat kinderen recht hebben op een huis om in te wonen. Zien de initiatiefnemers deze samenhang met het kinderrechtenverdrag ook? En kunnen zij hier in hun beantwoording nog wat meer op reflecteren? Aan de minister dezelfde vraag. Ziet hij de samenhang tussen deze wet en het kinderrechtenverdrag ook? En is hij het met ons eens dat deze wet de doelen ondersteunt van het Nationaal Actieplan Dakloosheid van het demissionaire kabinet, dat hij zelf ook heeft ondertekend? Zo ja, krijgt dit wetsvoorstel dan ook een positief advies van de minister? Dit wetsvoorstel komt in plaats van de gedragscode, want sinds die gedragscode er is, zijn er toch opnieuw schrijnende gevallen geweest. Ik wil aan de initiatiefnemers en de minister vragen waarom zij denken dat die gedragscode onvoldoende heeft gewerkt. Voorzitter. Het voorliggende wetsvoorstel ziet op een wettelijke regeling voor woningen van corporaties. Uit de praktijk blijkt namelijk dat de problemen zich hier voordoen. In de schriftelijke ronde en ook door collega's die voor mij spraken tijdens dit debat is er aandacht gevraagd voor particuliere huurwoningen. Kunnen de initiatiefnemers en de minister nader ingaan op de vraag of het niet ook logisch zou zijn om dit wetsvoorstel van toepassing te verklaren op particuliere huurwoningen? De Kinderombudsman heeft een handreiking bij huisvestingsproblemen uitgebracht, "Het beste besluit voor het kind", waarin zij handvaten geven om ook het belang van kinderen mee te wegen bij beslissingen rondom huisvesting. Kan de minister vertellen op welke manier deze handreiking onder de aandacht is gebracht van de partijen die dit aangaat, zoals gemeenten en wooncorporaties? Voorzitter. De initiatiefnemers spreken in de wet over een informatieplicht voor een wooncorporatie om een weeskind kort na het overlijden van een ouder te informeren over de toekomstige woonsituatie. Onze fracties zijn benieuwd op welke manier weeskinderen verder worden bijgestaan op het moment dat zij wees worden. Weten bijvoorbeeld alle jongeren Stichting WeesWijzer te vinden? Worden zij op de hoogte gesteld van het bestaan van Stichting WeesWijzer? Op welke manieren krijgen ze ondersteuning bij praktische zaken rondom wonen en financiën? Krijgen ze ook psychologische hulp? En op welke manier wordt de school of opleiding betrokken? Ik vraag dit aan de initiatiefnemers en aan de minister. Ik begrijp dat dit deels ook buiten zijn domein valt, maar misschien kan hij deze vragen dan neerleggen bij zijn collega, de staatssecretaris van VWS. Tot slot, voorzitter. Nog een vraag over een wees van 27 jaar, die dan mogelijk toch op hele korte termijn het huis uit zou moeten als hij 28 jaar wordt. Zou het een idee kunnen zijn om deze wet te laten gelden voor minstens twee jaar, zodat ook iemand die 27 jaar is en wees wordt, in ieder geval nog twee jaar de tijd heeft om een ander huis te vinden? Voorzitter. Nogmaals, complimenten aan de initiatiefnemers. Ik zie uit naar de beantwoording van de initiatiefnemers en de minister. Ik wens hen veel succes bij de voorbereiding. Dank u wel.
Versie 0827bb311f575726a7dd9f636e55f090053b7a95007563c543b08058e08c3ea3 · Officiële bron.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.