Uitspraak · 5 okt 2023 · Tweede Kamer
Voorstel van wet van de leden Koerhuis, Van der Plas, Grinwis en Westerveld tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de Woningwet in verband met het bieden van huurbescherming aan weeskinderen (Wet huurbescherming weeskinderen) (Kamerstuk 35999) (1TK)
Brontekst
De heer Ceder (ChristenUnie): Voorzitter. "U moet de rechten van vreemdelingen en wezen eerbiedigen. Wanneer u bij de graanoogst op de akker een schoof vergeet, mag u niet teruggaan om die op te halen. Laat hem achter voor de vreemdelingen, voor de weduwen en voor de wezen. De Heer, uw God, zal u daarom zegenen in alles wat u onderneemt. Wanneer u bij de olijfoogst tegen de takken slaat, mag u achteraf niet nagaan of u alles wel hebt. De rest is voor de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. Wanneer u bij de wijnoogst druiven plukt, mag u niet alles nog eens nalopen. De rest is voor de vreemdelingen, de weduwen en de wezen." Dit zijn eeuwenoude woorden uit de Thora. Woorden van de God van Israël, die nog steeds relevant zijn voor het hier en nu. Want we lezen hier dat het hart van God klopt — voorheen, maar ook vandaag de dag — juist voor hen die het kwetsbaarst zijn in de samenleving. Dat waren toen, 4.000 jaar geleden, de vreemdeling, de weduwe en de wees. Anno 2023 zijn het pijnlijk genoeg nog steeds de vreemdeling, de weduwe en de wees. De oproep hier is duidelijk: melk je bezit niet tot het uiterste uit voor de winst, maar laat wat over voor hen die het nodig hebben; voor de vreemdelingen, de weduwen en de wezen. De ChristenUnie wil mede om die reden voor hen opkomen, ook in het politieke domein, naast hen staan en hun rechten beschermen, omdat ons hart ook klopt voor hen die het kwetsbaarst zijn. Vandaag staat de wees centraal. In het diepst getroffen worden door het verliezen van je vader en je moeder; onvoorstelbaar om al zo jong achter te blijven en voor jezelf te moeten zorgen. Dan heb je veiligheid en geborgenheid nodig, in je eigen vertrouwde omgeving. Het is daarom ook echt onvoorstelbaar dat het voorkomt dat deze kwetsbare wezen op straat worden gezet in Nederland, of op straat gezet dreigen te worden. Voorzitter. Bij de voorbereiding van deze wetsbehandeling moest ik ook terugdenken aan mijn eigen praktijk als advocaat, met specifieke interesse 020. Ik heb ook een jongen van 16 jaar bijgestaan in de omgeving van Rotterdam. Hij was op 16-jarige leeftijd wees geworden; zijn moeder was overleden. Er was een woningcorporatie die meedeelde dat hij de woning moest verlaten. Hij zou dubbel moeten rouwen. Allereerst om het verlies van zijn moeder, maar ook om het verlies van zijn omgeving, de sociale veiligheid, zijn school. Het werd een forse strijd en uiteindelijk heeft hij door bemiddeling ook een woning toegewezen gekregen. Voorzitter. Wat een strijd en wat een leed was het! Hij kon niet blijven in die vertrouwde woning. Om die reden komt deze wet voor deze jongen te laat. Maar ik denk dat dit tevens de noodzaak toont waarom we hier zijn vandaag. Daarom wil ik ook de initiatiefnemers, de heer Koerhuis, mevrouw Van der Plas, de heer Grinwis en mevrouw Westerveld, bedanken; partijen van diverse pluimage, die elkaar herkennen in de zorg voor het weeskind. Ik dank ook de adviseurs; allereerst Jojanneke van den Bosch van de Stichting WeesWijzer, die op dit moment zulk belangrijk werk verzet om uitzettingen te voorkomen, en de medewerkers Alexander Hendriks, Constantijn Teske, Jaap van der Heijden en Vincent Bos. De ChristenUnie is een partij van subsidiariteit. Het is allereerst aan de samenleving zelf om een gemeenschap van op elkaar betrokken mensen en instituten te vormen. De overheid is er om dit sociale leven te bevorderen en recht te doen aan verschillende gemeenschappen, zonder die te laten verdwijnen in het grotere geheel. Dat leidt tot terughoudendheid bij overheidsingrijpen en tot onderstrepen van het belang van ondersteuning van het maatschappelijk initiatief. Ik maak bewust even dit uitstapje, omdat de wet die we nu behandelen, ten diepste aanwijst dat er iets misgaat in het weefsel van de samenleving. Deze wet had overbodig moeten zijn. Maatschappelijke verbanden waar de woningcorporatie deel van uitmaakt, hadden dit onderling op kunnen en moeten lossen. Het is namelijk zo klaar als een klontje: een weeskind zet je niet uit een woning, maar die bescherm je en geef je een veilige plek om te rouwen, een veilige plek om het leven opnieuw vorm te geven, die zet je niet op straat. Ik wil de indieners dan ook vragen om in de beantwoording hierop te reflecteren. Er is namelijk een gedragscode met regels voor verhuurders in het geval een jongvolwassene wees wordt in een door de ouders gehuurde huurwoning. Maar de werkelijkheid is ook dat deze gedragscode meerdere malen genegeerd is, of dat in ieder geval besloten is alsnog over te gaan tot huisuitzetting, een paar maanden geleden nog. Ik herhaal nogmaals dat deze wet overbodig had moeten zijn. Ik wil ook daarop een reflectie van de indieners, de gedragscode daarbij meewegend. Voorzitter. Deze wet biedt huurbescherming aan de bewoners van corporatiewoningen. Daar doen de bekende casussen zich voor. Maar de wet biedt daarmee geen bescherming aan de 1,1 miljoen huurders van private huurwoningen. Ook onder die bewoners kunnen zich verdrietige situaties voordoen. Ook daar kunnen kinderen hun ouders verliezen. Voor hen blijft ongewis of zij in het huurhuis mogen blijven wonen. Dat ligt aan de verhuurder. En ook of het er kan blijven wonen, omdat de huur bijvoorbeeld te hoog is. In de private sector is de huurverlaging namelijk niet gegarandeerd. Graag hoor ik ook op dit punt een reflectie van de indieners. Ik snap de overwegingen en de beantwoording, maar kan een constructie via het Burgerlijk Wetboek niet leiden tot een oplossing, ook voor huurders in de private sector? Voorzitter. Een ander aspect betreft de huisuitzetting in het geval er een overlevende ouder is. In de voorliggende wet wordt huisuitzetting in dat geval enkel verboden als er al drie jaar geen contact is geweest. Als corporaties naar de letter van de wet handelen, kan dit alsnog tot huisuitzettingen leiden als er tweeënhalf jaar geen contact is geweest. Maar denk ook aan situaties waarin er een nieuwe partner is of er andere kinderen zijn. Dan zou bij de overlevende ouder moeten wonen ongewenst kunnen zijn. Kortom, hier is extra bereidwilligheid van corporaties nodig. Dit zou niet per wet, maar op basis van goed vertrouwen geregeld moeten zijn. Erkennen de indieners dat? Is de termijn van drie jaar niet te lang? Zou die volgens de indieners niet gewijzigd moeten worden? Ik rond af, voorzitter. Je moet de rechten van vreemdelingen en wezen eerbiedigen. Dat beoogt deze wet en daarom krijgt deze wet onze hartelijke instemming. Dank u wel.
Versie 0827bb311f575726a7dd9f636e55f090053b7a95007563c543b08058e08c3ea3 · Officiële bron.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.