statement · 1 okt 2026 · Tweede Kamer
Burgerschap en participatieve democratie
Brontekst
De heer Tijs van den Brink (CDA): Gelukkig is niet alles kommer en kwel. Het Nationaal Burgerberaad Klimaat is een voorbeeld van hoe het ook kan. Het is een relatief nieuwe vorm van meedoen aan de democratie. 175 mensen met verschillende achtergronden en verschillende meningen komen er door luisteren, het gesprek aangaan en constructief meedenken samen uit. Ik heb een deel van hen mogen ontmoeten. Ik proefde daar echt enthousiasme over dat proces. Mensen met heel verschillende opvattingen zijn met elkaar in gesprek geraakt en vonden elkaar op een praktisch niveau. Een belangrijke vraag van mijn partij is hoe we die positieve ervaring een bredere uitstraling kunnen laten krijgen naar de samenleving. Het burgerschap van deelnemers aan het klimaatberaad is aantoonbaar gegroeid. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de rest van de bevolking dat ziet en denkt: ik wil ook meedoen? We moeten goede vormen ontwikkelen die dat meedoen mogelijk en zinvol maken. Mijn vraag aan de minister is of hij een kans ziet daar een rol in te spelen. Zo ja, welke? Ik kan me voorstellen dat we als leden van deze commissie binnenkort een rondetafelgesprek of een technische briefing organiseren waarin we een deskundige vragen hoe we dit het best handen en voeten kunnen geven. Ik zal daar in een volgende procedurevergadering graag een voorstel voor doen. Een vraag aan de minister: kan hij aangeven waar een volgend onderwerp wat hem betreft aan moet voldoen, en kan hij ons meenemen in hoe het proces eruitziet om tot een volgend onderwerp te komen? Dan over het Gemeenschapsfonds, een ander nieuw instrument waarvan we hopen dat het de deelname aan het maatschappelijk leven versterkt. Dat was een belangrijke wens in ons verkiezingsprogramma: een fonds om voorzieningen en ontmoetingsplekken zoals buurthuizen te behouden. Zo investeren we in sociale cohesie en het versterken van gemeenschappen. Ik kan zeggen dat mijn fractie zich in grote lijnen goed kan vinden in de gekozen opzet. Voor ons zijn de volgende punten van belang. Als eerste dat het geld zo veel mogelijk daadwerkelijk terechtkomt op de plekken waar we het voor bedoelen, dus in gemeenschappen, om ontmoetingsplekken te behouden. In de brief lazen we dat het plan is om de middelen ook ter beschikking te stellen voor ontwikkeling en ondersteuning van het initiatief; dat klinkt sympathiek, maar we zijn een beetje bang dat het leidt tot het wegsijpelen van middelen naar adviseurs, consultants, professionele bureautjes en zo. Herkent de minister dat gevaar en kan de minister bevestigen dat het de bedoeling is dat het geld terechtkomt bij kleinschalige organisaties, gerund door vrijwilligers en zonder winstoogmerk? Graag een toezegging op dit punt. Ten tweede is het voor ons van belang dat het geld terechtkomt in de gebieden waar ontmoetingsplekken en sociale structuren sterk onder druk staan. Kan de minister aangeven hoe hij ervoor kan zorgen dat dit gaat lukken? Ten derde zou het mooi zijn als de samenleving ook in dit fonds investeert. Wat onderneemt het kabinet om maatschappelijke organisaties en bedrijven te motiveren om hieraan mee te doen? Tot slot, voorzitter. Mijn collega, mevrouw Boelsma, heeft eerder al gevraagd of de minister met de lokale organisatoren, de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen, de VNG en het IPO wil spreken over regeldruk bij lokale evenementen. De klachten die ons bereiken over die regeldruk als je iets wilt organiseren voor de gemeenschap, zijn legio. Kan de minister toezeggen dit gesprek op te zetten?
Versie afd80f90f4c941fbc8d2f022089e76174cf5624bdc7112210912d9fcbb05f8a2 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Tijs van den Brink