KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 6 mrt 2025 · Tweede Kamer

Langdurige zorg (vervolg en tweede termijn)

Brontekst

Minister Agema: Dank u wel, voorzitter. Allereerst: als de Kamer mij roept, dan kom ik natuurlijk. Ik stond al met mijn jas aan op 13 februari toen ik plotseling op moest komen draven. Ik was natuurlijk ook gewoon gekomen. Dat ik er niet bij aanvang was, is omdat van de 65 agendapunten die op de agenda staan, er geen punten zijn die onder mijn portefeuille vallen. Daarom was ik er aanvankelijk niet bij, maar ik ben natuurlijk altijd bereid om uw vragen te beantwoorden. Dat heb ik ook schriftelijk al gedaan. Vandaag zijn er nog een aantal aanvullende vragen gesteld. Die zal ik natuurlijk met alle liefde beantwoorden. Mevrouw De Korte vraagt om de verschillen in beeld te brengen tussen commerciële verpleeghuiszorg en reguliere verpleeghuiszorg. Ik heb haar eerder al gewezen op het onderzoek van Ernst & Young. Zij heeft eerder ook gezegd dat er een expertgroep nodig is. We zien nu dat ze op haar wenken wordt bediend met het rapport dat gisteren is uitgekomen van de onderzoekers van onder andere de Autoriteit Consument & Markt, de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam. De belangrijkste conclusie is dat er geen misstanden zijn vastgesteld en dat er geen ongewenst gedrag is vastgesteld van op winst gerichte zorgaanbieders. Zij concluderen dat dat in Nederland niet aantoonbaar is. Zij vroeg naar de punten kwaliteit, cherrypicking en upcoding. Dat is niet aangetroffen. Ik denk dat het goed is dat wij in ieder geval weten dat deze misstanden, ondanks dat er commercie is in de zorg, in Nederland gelukkig niet worden aangetoond. Dan een vraag van mevrouw Slagt-Tichelman over digitale zorg. De staatssecretaris heeft daar ook al wat over gezegd. Digitale zorg is voor ons enorm belangrijk. Als personele tekorten oplopen, is dit een van de oplossingen. Daarbij wordt administratietijd vervangen door digitale processen. Daarmee wordt de kwaliteit verhoogd en kunnen meer mensen geholpen worden. Als je dan ook nog de bonus hebt dat het minder kost en je daarmee geld bespaart, is dat goed. Ik denk dat het goed is als we op deze manier personeel dat er niet is en niet bij kan komen, kunnen vervangen. Dan een vraag van mevrouw Slagt-Tichelman over gescheiden wonen in de zorg. Zij vindt dat wat verwarrend. Ik vind het jammer dat zij dat vindt. Wat betreft haar eerdere wens om de ouderenhuisvesting op te nemen in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord en het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg, kan ik zeggen dat we daar natuurlijk een passage over hebben opgenomen, maar ik heb haar eerder ook al gezegd dat wij nog wachten op onderzoek. Enerzijds gaat het om monitoring naar aanleiding van de bestuurlijke afspraken die al door mijn voorganger De Jonge zijn gemaakt met partijen, over de nultredenwoningen, de geclusterde woningen en de zorggeschikte woningen. Wij krijgen hopelijk voor de zomer de eerste monitoring, maar het kan ook in de zomer zijn. Die gaat concreet over hoe het ermee staat en wat in de planfase en wat in de realisatiefase zit. Ik zal u daar natuurlijk van op de hoogte stellen. We hebben PricewaterhouseCoopers bereid gevonden om onderzoek te doen, om de nadere doorrekening te doen, voor de ouderenhuisvesting, voor de terugkeer van de verzorgingshuizen. We hebben geld en middelen beschikbaar voor extra plekken. Dat is ook het uitgangspunt. Maar de nadere doorrekening gaat vooral om het volgende. De doorrekening die er nu ligt, gaat uit van veel hogere kosten voor een verpleeghuis- of een verzorgingshuisplek. We hebben PricewaterhouseCoopers gevraagd om in kaart te brengen: wat als we ook de kosten meenemen voor het eerstelijnsverblijf? Met het stoppen van de financiering van de verzorgingshuizen is er een opstopping ontstaan in de ziekenhuizen; dat noemen we het eerstelijnsverblijf. Daar geven we inmiddels een heleboel geld aan uit, wat we er eerder niet aan uitgaven toen we nog verzorgingshuizen hadden. We kennen het onderzoek van de heer Wouterse, waaruit blijkt dat de thuiswonende populatie, de vergelijkbare populatie, om veel meer ziekenhuiszorg, reistijd en reiskosten vraagt. We hebben PricewaterhouseCoopers gevraagd om dat soort kosten allemaal mee te gaan nemen. We hebben ze ook gevraagd om in kaart te brengen hoe groot de populatie is. We willen dit proces natuurlijk zorgvuldig doen. Als we al deze informatie hebben, kunnen we keuzes maken over hoe wij die 600 miljoen gaan inzetten en op welke plek we dat het beste kunnen doen. Dat gebeurt natuurlijk met ons doel: de terugkeer van de verzorgingshuizen. Het gaat er natuurlijk om dat wij de ouderenhuisvesting zo goed mogelijk organiseren. Ik zeg u bij dezen toe dat ik een procesbrief naar de Kamer zal sturen. Ik wil niet dat u verwarring heeft over wat er voor, in of vlak na de zomer allemaal komt en wat de bedoeling daarvan is. Natuurlijk nemen wij de uitkomsten allemaal mee in de uitwerking van het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord en het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg. Er staat straks dus een passage in, maar de uitwerking komt later omdat de uitkomsten van de onderzoeken ook later komen.

Versie f01494019f59282960cce9df899a452e9f78e33a44c1328ba70d65611ef5512a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 020d70f9278dd281

13 okt 2026 · f3462f2ae70d79d0

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.