← OnderzoekenBrontekst
De heer Diederik van Dijk (SGP): Dank u wel, voorzitter. Na de vorige bijdrage zal mijn bijdrage alleen maar te kwalificeren zijn als "gortdroog". Bij voorbaat mijn excuses daarvoor.
Infectieziekten houden zich niet aan landsgrenzen. Dat landen over de bestrijding van een pandemie internationale afspraken maken en hun beleid op elkaar afstemmen, is dus logisch. Internationale verdragen moeten echter altijd scherp tegen het licht worden gehouden. Zijn ze noodzakelijk en proportioneel? De SGP is beslist tegen het overdragen van bevoegdheden op het gebied van de volksgezondheid aan de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO. Dat maakt dat wij het optuigen van een nieuw juridisch instrumentarium en wijzigingen in bestaande verdragen, om infectieziekten te bestrijden, kritisch volgen.
De goedkeuringswet die wij vandaag behandelen, wijzigt de Internationale Gezondheidsregeling, afgekort IHR, op twee punten. Het gaat niet om inhoudelijke wijzigingen, maar om voorstellen die het makkelijker maken om in de toekomst wijzigingen in de IHR aan te brengen. Het idee is dat, wanneer zich een ernstige internationale gezondheidscrisis voordoet, het noodzakelijk kan zijn om het bestaande juridische kader van de IHR snel uit te breiden.
Wat verandert er? De reactietermijn waarbinnen een land bezwaar of voorbehoud kan maken, tegen wijzigingen van de IHR wordt verkort van 18 tot 10 maanden. Daarnaast wordt de implementatietermijn van toekomstige wijzigingen ingekort van 24 maanden naar 12 maanden. De SGP heeft in het verslag over beide wijzigingen kritische vragen gesteld. Met name maken wij ons zorgen over het voorstel om de reactietermijn terug te brengen tot 10 maanden. Waarom? De termijn van 10 maanden geldt niet alleen voor spoedwijzigingen van de IHR vanwege een pandemie, maar voor alle toekomstige wijzigingen van de IHR, ook wijzigingen die geen haast hebben. Wij vinden dat niet logisch. Waarom is hiervoor gekozen?
Vorig jaar is er door de algemene vergadering van de WHO een pakket met inhoudelijke wijzigingen van de IHR aangenomen, gericht op pandemische paraatheid. Los van hoe je die moet beoordelen — daar komen we later wel over te spreken — vragen we ons sterk af of hier bovenop nog meer uitbreidingen van het instrumentarium in de IHR te voorzien zijn. Hoe kijkt de minister hiernaar?
Een verwerping of voorbehoud na tien maanden zal geen opschortende gevolgen hebben. Simpel gezegd: dan zijn we te laat en gaat de wijziging van de IHR ook voor Nederland gelden. Een Kamerminderheid kan op grond van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen aan de regering vragen om wijzigingen van de IHR uitdrukkelijk bij wet te bekrachtigen. De tijdsspanne van tien maanden brengt een ordentelijke behandeling van deze goedkeuringswet in gevaar. Wetsbehandelingen duren in Nederland nu eenmaal doorgaans een stuk langer. Waarom heeft Nederland hiermee ingestemd?
Als voorbeeld noem ik slechts de goedkeuringswet die wij nu bespreken. De wet werd op 10 april 2024 ingediend bij de Kamer. Vandaag is het 17 december 2025. Dat betekent dat de wetsbehandeling al ruim twintig maanden duurt, twee keer zo lang dus als de tien maanden die straks gelden. Het kabinet heeft daarvoor een oplossing verzonnen. Nederland zal toekomstige wijzigingen van de IHR formeel verwerpen als de parlementaire goedkeuringsprocedure niet binnen tien maanden wordt afgerond. Dit laat Nederland dan weten bij de WHO: de wijziging van de IHR treedt niet in werking. Als de Staten-Generaal alsnog met de wijzigingen instemt, kan de verwerping weer worden ingetrokken.
Dit is, toegegeven, een nogal praktische oplossing, die echter niet juridisch vastgepind kan worden. Een volgend kabinet kan er zomaar voor kiezen om van deze oplossing af te stappen, zeker gelet op de lange doorlooptijden van wetgeving en de telkens veranderende samenstelling van de Kamer, om het nog maar niet te hebben over de snel veranderende samenstelling van kabinetten. De SGP ziet daarom graag dat deze werkwijze wordt opgenomen in de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen. Op die manier waarborgen we dat de Staten-Generaal in de toekomst altijd het laatste woord heeft en nooit voor een voldongen feit komt te staan. In de tweede termijn wil ik op dit punt een motie indienen. Ik hoor graag alvast hoe de minister hiernaar kijkt.
Dank u, voorzitter.
Versie 61eaa8a63231718064076f15b376dc77142db50e09bed4d6ce1f5ef8fa96649e · Officiële bron.
Context en discussie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.