KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 11 dec 2024 · Tweede Kamer

Mbo

Brontekst

Mevrouw Rooderkerk (D66): Voorzitter, dank u wel. Ook dank aan alle aanwezigen en de velen die bij dit debat over dit belangrijke onderwerp zijn. Helaas moet ik straks dus wat eerder weg vanwege een gelijktijdig ander debat, maar ik vind het fijn om hier te kunnen zijn. Voorzitter. D66 staat voor gelijke waardering van alle vormen van onderwijs. Het onderwijs is immers geen ladder, maar een waaier, aldus voormalig onderwijsminister Robbert Dijkgraaf. Studenten moeten zich in de volle breedte kunnen ontwikkelingen. Daarbij moeten we geen onderscheid maken tussen vormen van onderwijs. Laten we iemand met heel veel vakkennis ook "hoogopgeleid" noemen, want kennis is immers kennis. Maar het mbo staat voor grote uitdagingen, zoals de dalende studentenaantallen en de grote uitval onder studenten. Ondertussen smeekt het bedrijfsleven om goed opgeleide vakkrachten. Het antwoord van dit kabinet: weinig visie en veel onderwijsbezuinigingen, ook op het mbo. Voorzitter. "In het mbo wordt meer aandacht gegeven aan de aansluiting op de arbeidsmarkt", volgens deze zin in het regeerprogramma althans. In werkelijkheid bezuinigt het kabinet op het regionaal investeringsfonds voor samenwerking tussen mbo-colleges en bedrijven. Neem bijvoorbeeld het Deltion College in Zwolle, waar studenten kunnen werken met hightech machines waar het college zelf geen geld voor heeft en die dus zijn aangeschaft door bedrijven. Dat is naadloze aansluiting op de arbeidsmarkt. Of neem het Stagefonds Zorg. Terwijl we al stageplekken en begeleiders tekortkomen, bezuinigt dit kabinet dat volledig weg. Meerdere zorginstellingen hebben al aangegeven dat zij het aantal stagiairs drastisch moeten verminderen als het stagefonds verdwijnt. Dat is onverantwoord met het gigantische personeelstekort in de zorg. Of neem nou juist de regeling voor doorstroom van vmbo naar mbo, bedoeld om leerlingen extra ondersteuning te bieden bij de doorstroom naar het mbo, met extra lessen in de zomer of doordeweeks, of extra begeleiding bij de overstap, juist omdat we zien dat toekomstige mbo-studenten uitvallen bij de overstap. Of neem de regeling voor de versterking van de beroepskolom, specifiek bedoeld voor tekortsectoren zoals techniek, woningbouw, zorg, onderwijs, klimaat en energie, veiligheid en kinderopvang. Ik vind dat niet de juiste keuzes, niet voor een krachtig mbo, niet voor de kansen voor studenten en niet voor onze economie. Graag een reactie van de minister en een uitleg van deze bezuinigingen. Voorzitter. D66 is niet alleen tegen de onderwijsbezuinigingen op het mbo, maar ook voor gelijke rechten, aandacht voor de basisvaardigheden en kansen voor mbo-studenten. Laat ik beginnen met gelijke rechten. Mbo-studenten studeren gemiddeld korter dan wo-studenten. Daarin investeren we dus als samenleving minder. D66 vindt dat mbo-studenten het recht moeten krijgen om even lang gebruik te maken van onderwijsvoorzieningen als wo-studenten, dus om eventueel nog een vervolgopleiding te volgen of de mogelijkheid te hebben om op latere leeftijd de tijd te krijgen bij te scholen of om te scholen. Met leerbudgetten willen we iedereen gelijke toegang tot onderwijs geven. Hoe ziet de minister deze ongelijke bijdrage per student? Hoe denkt hij over de leerbudgetten? Dan de aandacht voor de basisvaardigheden. Ook in het mbo moeten we hieraan blijven werken, maar op dit moment worden nog te vaak leraren ingezet die onvoldoende gekwalificeerd zijn om hier les in te geven. De vorige minister wilde extra eisen stellen voor leraren die op de lerarenopleiding in een ander vak zijn opgeleid dan bijvoorbeeld Nederlands en rekenen. Hoe staat het daarmee? Vindt de minister dit voldoende? Is hij het met me eens dat docenten gewoon bevoegd moeten zijn? Ik wil ook meer aandacht binnen de lerarenopleiding voor het mbo, omdat er nu eenmaal geen gewone lerarenopleiding is om mbo-docent te worden. Hoe denkt de minister daarover? Welke opties ziet hij? Ten derde, de kansen voor mbo-studenten. Ik heb daar een aantal vragen over. In de brief over het stagepact lees ik dat 90% van de instellingen maatregelen neemt om stagediscriminatie uit te bannen. Waarom is dit niet 100%? Wat gaat de minister doen met die laatste 10%? Want het is overal en voor alle studenten van belang. De minister heeft het in de onderliggende stukken over de kwaliteitsmiddelen voor het mbo, "om die in de lumpsum te kieperen met een efficiëntiekorting". Dat vind ik een bijzondere formulering en een bijzonder figuur. Kan hij zijn opmerking toelichten? Aan welke efficiëntiekorting denkt de minister? Denkt hij nog te kunnen sturen op die middelen als ze in die lumpsum zitten? Daarnaast ben ik benieuwd hoe het staat met de uitvoering van de motie van D66 waarin wordt opgeroepen om te komen tot gelijke medezeggenschapsrechten voor mbo-studenten. Tot slot. Wat wil de minister doen om internationale uitwisseling voor mbo-studenten te bevorderen? We zien namelijk dat ze veel minder vaak naar het buitenland gaan dan wo-studenten. Voorzitter. Bezuinig niet op het mbo, maar investeer erin. Zorg daarbij voor gelijke rechten, aandacht voor de basisvaardigheden en kansen voor mbo-studenten, zodat het onderwijs geen ladder, maar een waaier wordt. Dank u wel.

Versie 345526124a4cf63f46223df996415e7753c9a9631d924c5f238cf109c2d493af · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · b6008876ee0b8ba1

13 okt 2026 · 78cd1da0e093e163

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Onderdeel van dit debat · Officiële koppeling

Mbo

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.