statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer
Digitaliserende overheid en toezicht
Brontekst
Mevrouw Zwinkels (CDA): Dank u wel, voorzitter. Afgelopen vrijdag was ik bij de bibliotheek op Kanaleneiland in Utrecht. Daar zag ik hoe iemand bij het Informatiepunt Digitale Overheid werd geholpen met een nieuwe DigiD. Persoonlijk, laagdrempelig en in een vertrouwde omgeving. Indrukwekkend om te zien. Hier zie je ook de impact van alle wijzigingen die wij in Den Haag doorvoeren. De complexiteit die wij toevoegen, merken de medewerkers van de bibliotheek direct. Of het nu gaat over het ov, over de zorg, over het Noodfonds Energie: je ziet het daar allemaal samenkomen. Voorzitter. Voor een inwoner bestaat er maar één overheid. Toch hebben we onze overheid nog te vaak ingericht alsof iedere organisatie een eigen eiland is, ook op digitaal vlak. Een eigen website, een eigen portaal, een eigen systeem: de burger mag vervolgens uitzoeken waar hij moet zijn. Wat het CDA betreft draaien we dat om. Niet de structuur van de overheid, maar de leefwereld van mensen moet leidend zijn. Het coalitieakkoord spreekt niet voor niets over "dienstverlening naar Estlands model". Daar hoeft de burger niet te weten hoe de overheid achter de schermen georganiseerd is om goed geholpen te worden. Dat principe spreekt het CDA aan. De overheid mag achter de schermen ingewikkeld zijn, al hebben we dat met elkaar natuurlijk liever niet, maar de burger hoeft daar geen last van te hebben. Daarom zouden we veel meer moeten toewerken naar één herkenbare digitale overheid met een duidelijk portaal. "Mijnoverheid" kan wat ons betreft veel meer worden dan vooral een digitale brievenbus. Waarom ontwikkelen we dit niet door tot een persoonlijke overheidsomgeving, waar mensen hun berichten, lopende aanvragen en benodigde acties op één plek vinden? Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar en wat is zijn visie en ambitie hierop? Hoe ziet de digitale overheid eruit vanuit het perspectief van een inwoner in 2030? En wil hij hiervoor een concrete routekaart opstellen? Voorzitter. Eén overheid aan de voorkant vraagt ook dat we aan de achterkant veel meer als één overheid werken, maar juist daar schort het nog aan. Dat vraagt ook om een andere manier van werken: "minder praten, maar hands-on", zoals onderzoeksexpert Bert Hubert het ook noemt. Neem open standaarden, want die zorgen ervoor dat systemen dezelfde digitale taal spreken, dat gegevens veilig kunnen worden uitgewisseld en dat we minder afhankelijk zijn van één leverancier. Als we dienstverlening naar Estlands model willen, zijn die standaarden geen technische bijzaak, maar een randvoorwaarde. Toch werd in 2025 slechts bij 49% van de relevante verplichte open standaarden daadwerkelijk om die standaarden gevraagd. Dat percentage blijft al jaren rond de helft hangen. Juist standaarden voor digitale veiligheid, gegevensuitwisseling en leveranciersonafhankelijkheid blijven te vaak buiten beeld, en dat is zorgelijk. Neem iets kleins als ODF, een open bestandsformat dat onze afhankelijkheid van één softwareleverancier verkleint. Die standaard wordt maar in 15% van de relevante aanbestedingen uitgevraagd. Open API, waarmee gegevens binnen de overheidssystemen kunnen worden uitgewisseld, komt op slechts 36%. Juist de standaarden die bijdragen aan digitale autonomie en gegevensuitwisseling blijven dus achter. Is de staatssecretaris het met ons eens dat we na jaren stagnatie die percentages echt omhoog moeten krijgen? En is hij bereid om een beperkt aantal standaarden te prioriteren, die het meeste bijdragen aan een veilige gegevensuitwisseling en digitale autonomie? Heel concreet: wil de staatssecretaris onderzoeken of open bestandsformaten zoals ODF binnen het Rijk de standaard kunnen worden? Voorzitter. Dit voorbeeld laat wat het CDA betreft zien dat er een breder probleem is: het ontbreekt te vaak aan centrale sturing op de toepassing ervan. Ook het Adviescollege ICT-toetsing wijst daarop, terwijl de uitgaven aan IT-leveranciers blijven stijgen. We missen specifiek op welke wijze en binnen welk tijdsbestek er ingegrepen wordt. Precies daarom zien wij veel potentie in de Nederlandse Digitale Dienst. De startnotitie zet een goede richting in. De Digitale Dienst moet doorbraken forceren en overheidsbreed meer regie voeren. Maar dan moet deze dienst ook echt tanden krijgen. Via een eerdere motie van mijn hand hebben we al eerder gevraagd om een helder bestuurlijk mandaat. Toch wordt pas volgend jaar definitief besloten over taken, mandaat en structurele financiering. Wat kan de Digitale Dienst tot die tijd daadwerkelijk afdwingen? En kan de staatssecretaris toezeggen dat het uitgangspunt helder wordt: rijksbrede standaarden en gezamenlijke voorzieningen zijn de norm. Wie daarvan wil afwijken, moet dat stevig motiveren. Laten we het dan ook heel concreet maken. Het coalitieakkoord bepaalt dat IT-projecten boven de 5 miljoen euro aan centrale ICT-standaarden worden getoetst. Beleg die toets bij de Digitale Dienst en maak open standaarden daar expliciet onderdeel van. Is de staatssecretaris daartoe bereid? Voorzitter. Ik kom terug op waar ik mee begon. Laat de bibliotheek op Kanaleneiland in Utrecht ons voorbeeld zijn. Niet de structuur van de overheid, maar de leefwereld van mensen moet leidend zijn. Juist daarvoor moeten we achter de schermen bereid zijn om meer als één overheid te werken. Voorzitter. Het moet echt anders en ik denk dat dat ook kan. Wij zijn er als CDA om daaraan echt een constructieve bijdrage te leveren, als u dat met elkaar wilt waarmaken. Dank u wel.
Versie 9f26aef5644db748139bfea8f20de3262344ff27e6f3d9e4539b988e656bda62 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.