KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 25 sep 2025 · Tweede Kamer

WIA-problematiek

Brontekst

Minister Paul: Ik vind het heel voorbarig om die conclusie nu te trekken. Ik verwees een paar keer naar het rapport van de Algemene Rekenkamer. Ik verwacht dat we daar de nodige zaken in kunnen teruglezen. Ik kijk daarnaar uit, want dat is natuurlijk een vraag die ik op zich ook heb. Als er sprake is van fouten, wil je dat dat zo snel mogelijk naar boven komt in een organisatie en dat die fouten worden geadresseerd. Je wilt ook dat de uitvoering op fundamentele punten met het ministerie deelt wat er aan de hand is. Ik ga nu, zeker omdat dat rapport bijna onze kant op komt, geen voorschotjes nemen op wat de aanleiding of de reden zou kunnen zijn. Ik wacht dat af en kom er bij uw Kamer op terug. Voorzitter. Ik ga door met een vraag van mevrouw Saris over — dan moet ik even goed kijken — de toegevoegde waarde van een onafhankelijk meldpunt en over de stand van zaken rond dat meldpunt. In de vorige voortgangsbrief staat inderdaad het belang omschreven van het goed laten aansluiten van wat dat meldpunt doet bij de behoeftes en wensen van mensen. Er is dus ook daadwerkelijk sprake van toegevoegde waarde. Ik zeg het nu even flauw, maar we gaan geen meldpunt oprichten om een meldpunt op te richten; we willen dat het ook echt de toegevoegde waarde heeft die het moet hebben. Daarom vind ik het belangrijk dat de verkenning zorgvuldig wordt uitgevoerd, want het meldpunt moet geen doel op zich zijn. Op dit moment worden er gesprekken gevoerd met onder andere de cliëntenraad van UWV, met de vakbonden, met de Nationale ombudsman en volgens mij met nog wat partijen. In de volgende voortgangsbrief, die in december verschijnt, zal ik de Kamer informeren over het resultaat van deze verkenning. Met andere woorden: we maken meters. Misschien gaat het niet zo snel als mevrouw Saris zou willen, maar ik hoop dat ze ook begrijpt dat we gewoon willen dat dat meldpunt doeltreffend is. Dan was er een vraag van de heer Ceder en van mevrouw Van Dijk, refererend aan de Sociale Verzekeringsbank, de SVB; die zou wel goed functioneren. Zou UWV daar lessen uit kunnen trekken? Mevrouw Van Dijk heeft inderdaad een motie ingediend om serieus onderzoek te doen om sturingsrelaties te kunnen verbeteren. Die motie neem ik ook serieus. Ik gaf aan dat ik de verschillende … Nee, ik moet even goed kijken, hoor. Ik kom hierop terug; ik geef deze even terug aan mijn ondersteuning. Het zal vast heel evident zijn, maar dat is het nog niet voor mij. Dan kom ik op het blokje over de Ziektewet. Deze week heb ik uw Kamer inderdaad een brief gestuurd over de voortgang van de aanpak van de herstelactie over de inkomstenkorting in de Ziektewet, waarover u afgelopen juni in de Stand van de Uitvoering bent geïnformeerd. Mevrouw Saris vroeg mij of mensen die een te lage Ziektewet- of Wazo-uitkering hebben gehad door toedoen van UWV alsnog met terugwerkende kracht krijgen waar ze recht op hebben en, zo niet, wat dat dan zegt over de betrouwbaarheid van de dienstverlening van UWV. Zoals ik in de brief heb toegelicht, heb ik in overleg met UWV besloten om bij deze herstelactie alleen lopende uitkeringen en uitkeringen die korter dan zes maanden geleden zijn beëindigd te herzien. Dat betekent dat de uitkeringsgerechtigden uit deze groepen, die een te lage uitkering gekregen hebben, een nabetaling zullen krijgen. Mensen die een te hoge uitkering hebben betaald, zullen het bedrag dat zij teveel hebben gekregen, moeten terugbetalen. Bij de keuze voor deze aanpak hebben we verschillende belangen afgewogen om tot een passende aanpak te komen. Het belang van uitkeringsgerechtigden en hun werkgevers heeft daarbij zwaar gewogen, net als de uitvoerbaarheid voor UWV. De aanpak verschilt van de herstelactie bij het WIA-dagloon. Ik vind het heel belangrijk om dat te benadrukken, omdat het allemaal best complexe materie is en de dingen soms wat door elkaar lopen. Maar het verschilt van de herstelactie bij het WIA-dagloon omdat het bij de Ziektewet om een heel ander soort fout gaat. Mensen die hun inkomsten hebben doorgegeven, konden namelijk redelijkerwijs weten dat zij een lagere uitkering zouden krijgen, omdat ze die inkomsten doorgaven. Ze zouden dus in beginsel terug moeten betalen. Vervolgens zou moeten worden onderzocht of daar in individuele gevallen van afgezien zou kunnen worden. In de huidige omstandigheden is het voor UWV niet binnen afzienbare termijn uitvoerbaar om alle beëindigde Ziektewetuitkeringen te onderzoeken. Hierdoor zouden mensen van wie de uitkering enkele jaren geleden al is beëindigd lang in onzekerheid blijven over de vraag of zij een nabetaling of een terugvordering krijgen. Dat vind ik onwenselijk. Ik voeg daar ook maar aan toe dat het gezien de constellatie aannemelijk is dat er vanuit het verleden heel vaak sprake zou zijn van een terugvordering. Ik wil dat mensen niet aandoen; vandaar die afbakening. Dat betekent ook wel dat er mensen zijn van wie de uitkering langer dan zes maanden geleden is beëindigd, die een te lage uitkering hebben gekregen. Ik ben het met mevrouw Saris eens dat het om een fors bedrag kan gaan voor mensen in een kwetsbare positie die een uitkering krijgen. Maar ik heb in mijn brief toegelicht hoe ik die afweging heb gemaakt. Deze mensen van wie de uitkering is beëindigd, kunnen wel altijd zelf een herzieningsverzoek indienen bij UWV. Als zij inderdaad een te lage uitkering hebben ontvangen, dan doet UWV alsnog een nabetaling. Dan ga ik in op de concrete vragen op dit punt. Ik begin bij mevrouw Haage ...

Versie 61a6243c4db4f80569b4dd899fb6d4779e5c6f7f285babf7cb5467adf730f77e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 573724d7d80f3fe8

13 okt 2026 · 6bc9d83777baf8c9

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.