KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 19 jun 2024 · Tweede Kamer

Terrorisme/extremisme

Brontekst

Minister Yeşilgöz-Zegerius: Dank u wel, voorzitter. Vorige week is het laatste Dreigingsbeeld Terrorisme verschenen. De terroristische dreiging is wederom licht toegenomen. Een optelsom van ontwikkelingen zorgt ervoor dat het dreigingsniveau substantieel blijft. Het jihadisme blijft de belangrijkste terroristische dreiging. Gebeurtenissen als het conflict in Israël en de Palestijnse gebieden, koranschendingen in Nederland en de manier waarop jihadistische organisaties hier in propaganda gebruik van maken, leiden tot terroristische geweldsdaden in Europa of voorbereidingen daartoe. Dit gebeurt in transnationale netwerken, maar ook online buiten de gekende netwerken om. Daarnaast gaat er geweldsdreiging uit van soms zeer jonge personen actief binnen het rechts-terroristische onlinemilieu. Geweldslust en de drang om te choqueren zorgen ervoor dat deze jongeren online uitkomen bij rechts-terroristische chatgroups en platforms, en gevoed worden met onschuldig ogende memes. Deze ontwikkeling is zorgelijk, mede omdat de rechts-terroristische geweldsdreiging onvoorspelbaarder is en moeilijker te detecteren is dan enkele jaren geleden. Tot slot bestaan er zorgen over een klein deel van de zelfverklaarde soevereinen. We blijven met elkaar alert en zetten ook belangrijke stappen om de aanpak van terroristisme en extremisme te evalueren, en waar nodig ook te versterken. Zo hebben we begin van dit jaar met elkaar gedebatteerd over het wetsvoorstel over casusoverleggen, om hiermee de grondslag voor onze persoonsgerichte aanpak goed te verankeren. Daarnaast is deze maand de rapportage integrale aanpak terrorisme naar uw Kamer gestuurd, waarin wordt teruggeblikt op het contraterrorismebeleid van de afgelopen twee jaar. Ook heeft uw Kamer de eerste Nationale Extremismestrategie ontvangen, die ingaat op hoe we de dreiging van extremisme het hoofd kunnen bieden. Wij blijven ons dus inspannen om Nederland veilig te houden. We zijn erop voorbereid om snel in te grijpen en te reageren bij mogelijke incidenten, want u weet dat honderd procent veiligheid helaas niet mogelijk is. Voorzitter. Ik ga nu snel door met het beantwoorden van de vragen. Ik begin met het intrekken van het Nederlanderschap, waar veel vragen over waren. Dan ga ik in op extremisme en online-extremisme. Daarna volgen dreiging en de lopende strafrechtelijke onderzoeken in relatie tot de analist bij de NCTV. Als het goed is, volgen daarna nog overige belangrijke vragen. Ik ga nu naar het intrekken van het Nederlanderschap. Ik heb daar van heel veel mensen vragen over gekregen, dus ik heb ze gebundeld om mee te geven hoe het er wat mij betreft nu voor staat. Er zijn zorgen gedeeld, ook vanuit de praktijk en van de burgemeesters. Daar hebben we het al langer over met elkaar. We delen die ook. Personen van wie het Nederlanderschap kan worden ingetrokken, hebben heel ernstige misdrijven gepleegd. Het gaat om misdrijven die haaks staan op alles wat wij hier willen verdedigen en koesteren, en die ingaan tegen alles waar onze Nederlandse rechtsstaat voor staat. Daarmee hebben zij hun band met Nederland zelf actief opgezegd. Zo beschouw ik dat vanuit mijn rol ook zeer sterk: zij hebben de band actief opgezegd. Dat betekent dat wij de volgende stap zetten met het intrekken van het Nederlanderschap. Na intrekking moeten zij Nederland verlaten. Als dat gebeurt, verlaat de dreiging Nederland ook. De praktijk blijkt echter weerbarstig. Het vertrek van deze personen wordt vooralsnog vaak niet gerealiseerd, bijvoorbeeld omdat er geen reisdocumenten zijn en het land van de overgebleven nationaliteit niet meewerkt aan vertrek. Er blijft daardoor een groeiende groep terrorismeveroordeelden in Nederland die geen aanspraak meer maakt op sociale voorzieningen, huisvesting en zorg. Dat betekent inderdaad dat het handelingsperspectief en het bredere zicht op de betrokkene beperkter is dan als het Nederlanderschap niet was ingetrokken. Zolang deze persoon in Nederland is, is dat een issue. Maar dat hebben we vaker met elkaar gedeeld. Ik geef vanuit mijn rol het volgende mee, maar het is natuurlijk aan u om daar iets anders van te vinden of er met mijn opvolger het debat over aan te gaan. Maar ik vind het van fundamenteel belang dat je een oplossing zoekt, en dat je niet zegt: dan trek ik het Nederlanderschap maar niet in. Dat zijn we ook gaan doen met de burgemeesters. We hebben onder andere ingezet op het opzetten van het Landelijk Afstemmingsoverleg Vertrek. Hierdoor is het mogelijk om op nationaal niveau zicht te houden op het vertrek van terrorismeveroordeelden zonder rechtmatig verblijf. Daarnaast zetten we in op bijvoorbeeld vreemdelingenrechtelijke toezichtmaatregelen, zoals een meldplicht of een gebiedsgebod. We hebben ook andere instrumenten tot onze beschikking die wel relevant zijn voor de problematiek, maar nog niet voor deze individuen. Denk aan de Wet langdurig toezicht. Die wet is in 2018 ingegaan. Die kun je dus niet met terugwerkende kracht inzetten voor degenen die daarvoor zijn veroordeeld. Degenen die nu veroordeeld zouden worden, kan de rechter wel langdurig toezicht opleggen. Dan kun je dus ook langdurig toezicht houden op een betrokkene indien de rechter dat gewenst lijkt. Zo hebben we heel veel instrumenten met elkaar klaargezet. Ook zijn we instrumenten gaan uitwerken, zoals het Landelijk Afstemmingsoverleg Vertrek, om ervoor te zorgen dat mensen niet uit het zicht verdwijnen. Op het moment dat personen onrechtmatig in ons land verblijven, is het op basis van artikel 197 van het Wetboek van Strafrecht ook mogelijk om op te treden. Dat even als antwoord op de vraag wat je daarna nog kan doen in strafrechtelijke zin. Het is natuurlijk aan het Openbaar Ministerie om te bepalen of dat op dat moment opportuun is. Er waren ook vragen over het hoofdlijnenakkoord in relatie tot dit onderwerp. Daarin staat dat niet meewerken aan vertrek strafbaar gesteld zou moeten worden. Het is aan mijn opvolger om in het kabinet te gaan wegen hoe dat moet worden ingericht, wat dat precies betekent en per wanneer dat kan. Voorzitter. Ik heb nog een aantal vragen hierover. Ik kan mij voorstellen dat leden denken: daar had ik toch specifieke vragen over gesteld? Dan ga ik daarop door, want bijvoorbeeld de heer Boswijk vroeg of ik inzichtelijk kan maken hoeveel capaciteit het kost om deze mensen te volgen. Dat is sowieso in het openbaar niet te zeggen. We hebben deze vraag hier vaker behandeld en het antwoord daarop is altijd hetzelfde. Want als je dat in detail zou vertellen, weet men ook hoe het handelingsperspectief van de overheid eruitziet. Dat zeggen we om die reden dus nooit. Wat we wel kunnen zeggen, is dat de inlichtingen- en veiligheidsdiensten voortdurend de ontwikkelingen in het kader van de nationale veiligheid volgen, dus ook geradicaliseerde personen die na detentie vrijkomen. Ik kan u zeggen dat ze gedurende detentie natuurlijk ook gezien worden, en daarna waar nodig. Dat is uiteraard altijd binnen de kaders van de Wwft 2017. Ook hierbij is honderd procent veiligheid niet altijd te garanderen, maar wat ik wel kan garanderen is het volgende. Op het moment dat iemand als gevaar wordt gezien, maar we niet genoeg instrumenten in handen hebben om betrokkene in detentie te houden — want als je een aantoonbaar gevaar bent, kun je natuurlijk een zaak opbouwen — wordt alles op alles gezet om diegene zo goed mogelijk in de gaten te houden. De heer Eerdmans vroeg of er cijfers zijn van het aantal voor terrorisme veroordeelden die zijn vertrokken. Er zijn ongeveer vijf vreemdelingen vertrokken naar hun land van herkomst van wie het Nederlanderschap is ingetrokken op grond van artikel 14.2. Ongeveer vijftien vreemdelingen van wie het Nederlanderschap is ingetrokken op grond van artikel 14.2, zitten niet meer in de strafrechtelijke detentie en zijn nog niet vertrokken naar het land van herkomst. Ik kan dus om de eerdergenoemde redenen niet aangeven hoeveel van hen op wat voor manier wel of niet gevolgd worden; maar dit zijn de cijfers. Mevrouw Helder vroeg waarom bij een deel van de uitreizigers niet is overgegaan tot intrekking van het Nederlanderschap. Artikel 14, vierde lid, bepaalt dat het Nederlanderschap kan worden ingetrokken van personen die zich in het buitenland hebben aangesloten bij een terroristische organisatie die een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid. Dat hebben we ook met elkaar afgesproken om onze nationale veiligheid te beschermen. Conform de door de Kamer aangenomen motie van het lid Van der Staaij kijkt het kabinet bij alle uitreizigers naar mogelijkheden om het Nederlanderschap in te trekken op grond van dit artikel, maar er zijn een aantal eisen verbonden aan de intrekking. Dan kom ik meteen bij het antwoord dat ik mevrouw Helder kan geven. Het kan dus zijn — we weten dat zich dat bij een groot aantal mensen heeft voorgedaan — dat de personen zich voor 11 maart 2017 bij een terroristische organisatie buiten het Koninkrijk hebben aangesloten, terwijl de wet daarna is ingegaan. Dan heb je dus weer met hetzelfde te maken: zij zijn al uitgereisd voordat de wet van toepassing was. Daarnaast hebben we met elkaar afgesproken dat er sprake moet zijn van een dubbele nationaliteit. Dat betekent dat je niet van alle uitreizigers het Nederlanderschap kan intrekken. Het hoofdlijnenakkoord zegt daar ook het een en ander over. Het is aan mijn opvolger om dat uit te werken en om te kijken of daar nog ruimte ontstaat en of je met elkaar wel of niet de stap naar stateloosheid zou kunnen of moeten zetten. Dat zou dus betekenen dat als je maar één nationaliteit, namelijk de Nederlandse, hebt, die ook ingetrokken wordt. Dat moet dus uitgezocht worden. De heer Six Dijkstra zei dat er een risico is dat jihadistische gedetineerden worden vrijgelaten die het gedachtegoed nog niet los hebben gelaten. Dan gaat dus iemand met gevaarlijk gedachtegoed de straat op. Zijn er nog aanvullende risico's in de nabije toekomst, nu veroordeelden worden vrijgelaten? Buiten detentie komen onder regie van de gemeenten diverse zorg- en veiligheidspartners bijeen in het lokale casusoverleg. Daar zit men bij mekaar. Zij investeren verder in de veilige re-integratie van een individu. Ook kunnen zij de inzet van bestuurlijke maatregelen op basis van de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding overwegen. Het besluit tot oplegging van deze maatregelen neem ik dan zelf. Ook kan de rechter strafrechtelijke toezichtsmaatregelen opleggen; daar had ik het zojuist over. Daarnaast hebben we onze inlichtingen- en veiligheidsdiensten, die betrokkenen in de gaten kunnen houden. Het gespecialiseerde landelijk opererende team Terrorisme, Extremisme en Radicalisering van de reclassering adviseert hierover en houdt toezicht op geradicaliseerde verdachten en veroordeelden. Dat zijn dus allemaal aanpakken gericht op het verkleinen van de risico's en het beheersbaar maken van risico's. Ik zal het niet te vaak meer herhalen, maar helaas kunnen we risico's niet honderd procent uitsluiten. Dat is dus ook niet de inzet van het werk, want dat kan niet. Het gaat om zo veel mogelijk beperken en beheersbaar maken. Mevrouw Michon-Derkzen vroeg: kan de minister aangeven hoeveel van de veroordeelde terroristen die vrijgelaten worden onder de Wet langdurig toezicht vallen? Volgens de meest recente cijfers heeft de rechter toezichtsmaatregelen vanuit die wet aan ongeveer veertien terrorismeveroordeelden opgelegd. Dat is dus een belangrijk instrument om mensen langdurig in de gaten te kunnen houden als dat nodig is. Ik heb hier nog een andere vraag van mevrouw Michon-Derkzen, namelijk: kan de minister aangeven hoeveel van de veroordeelde terroristen die vrijgelaten worden … Is dat nou niet dezelfde vraag? Wie vallen er onder de de Wet langdurig toezicht? Volgens mij is dat dezelfde vraag. Dan heb ik die al beantwoord, denk ik. We gaan zo meteen zien of mevrouw Michon-Derkzen hem net anders bedoelde.

Versie 4531384da3a066b34b9ecc5917318c3151e2615b583b4aac1917b04adeab37de · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.