statement · 19 jun 2024 · Tweede Kamer
Terrorisme/extremisme
Brontekst
Minister Yeşilgöz-Zegerius: We gaan al pingpongend door het debat; dat heb ik nu ook niet paraat. Ik kijk eventjes of ik het überhaupt mag zeggen en of ik het hier heb, maar het zou kunnen dat de informatievoorziening daar ophoudt omdat het iets te veel prijsgeeft. Maar daar kom ik straks op terug. Dan ben ik bij extremisme, extremisme online maar ook op andere plekken. Ik begin met de vraag van mevrouw Mutluer: hoe zorgen we ervoor dat mensen niet online in aanraking komen met extremistisch gedachtegoed en hoe maken we mensen weerbaar? In haar betoog ging het specifiek ook over jongeren, maar de kern is: hoe zorgen we ervoor dat mensen er niet mee in aanraking komen, dat mensen, zeker jongeren, weten wat het is als ze ermee in aanraking komen en dat ze daarvan weg kunnen blijven? Onze aanpak is niet specifiek gericht op radicalisering, maar betreft een brede inzet op het vergroten van de veerkracht en weerbaarheid van individuen en groepen in Nederland. Daarbij is absoluut aandacht voor jongeren als doelgroep. Dat is die Versterkte Aanpak Online. De jongeren vormen daar een belangrijke prioriteit in. Dat betekent dat we heel veel inzetten op contentmoderatie, naleving van wetgeving door socialemediabedrijven, online interventies, en vergroting van de online weerbaarheid onder jongeren. Dus het is direct gericht op de jongeren, maar aan de andere kant ook op socialemediabedrijven hun verantwoordelijkheid laten nemen. We doen ook aan inzet van online wijkagenten en jongerenwerkers. Die kunnen heel laagdrempelig en op een goede manier in contact komen met de jongeren over wie we het vandaag hebben. Daar horen wat mij betreft ook online interventies bij, die we weer financieren via de versterkingsgelden die door de gemeenten worden aangevraagd. Mevrouw Mutluer vroeg terecht: vergeet u het onderwijs niet? Ik denk dat daar in de toekomst alleen maar een nauwere samenwerking mee zal moeten zijn. Dat deel ik volledig met haar. De afgelopen jaren hebben onze toon en ons taalgebruik misschien een beetje van elkaar verschild naar buiten toe, maar als je kijkt naar wat we vanuit Justitie en Veiligheid met elkaar hebben neergezet, dan zie je dat er heel veel aandacht en geld gaat naar preventie, voor het eerst ook structureel. Niet alleen bij de aanpak van georganiseerde misdaad, maar ook bij dit soort elementen. Dat daar de meeste winst te behalen valt, delen we. Gemeenten kunnen daar geld voor aanvragen. We doen dat via verschillende routes. De heer Six Dijkstra vroeg of jongeren in de extremismestrategie zijn opgenomen. Dat ligt in het verlengde van die vraag. Zoals gezegd is dat breed, maar jongeren vormen daar een hele belangrijke prioriteitsgroep in. Dat geldt dus ook voor online, via de politie, via jongerenwerk. Het is absoluut relevant dat we dat ook op die manier blijven doen. Stel nou dat er signalen zijn over radicaliserende jongeren, dus dat de echte preventie niet gelukt is maar je nog wel aan het begin daarvan staat. Dan kunnen jongeren ook opgenomen worden in de lokale persoonsgerichte aanpak om ze er zo snel mogelijk uit te trekken. Dat kan, als het nodig is, ook weer mede gericht zijn op de broertjes en zusjes en de omgeving, zodat je dat in één keer zo goed mogelijk regelt. Mevrouw Michon-Derkzen vroeg hoe we de signalen van online radicalisering beter bij een en ander kunnen betrekken. Zij heeft eerder gevraagd of de autoriteit daar geen rol in kan spelen en vraagt dat vandaag nog een keer. De autoriteit heeft bij signalen van online radicalisering geen specifieke rol. Het mandaat van de Autoriteit online Terroristische en Kinderpornografisch Materiaal is gebonden aan Europese wetgeving, specifiek de Verordening inzake tegengaan van verspreiding van terroristische online-inhoud. Vroegsignalering van radicalisering komt niet voor in die wetgeving. Dat is de reden waarom dat afgebakend is. Dat wil niet zeggen dat je dan dus niks kan doen, maar dat is de reden waarom de autoriteit daarin geen specifieke rol heeft. De lokale aanpak speelt wel een hele belangrijke rol in de vroegsignalering, ook ten aanzien van de casuïstiek. Dat zat ook in de vraag van mevrouw Michon-Derkzen. Vroegsignalering online is voor gemeenten wel een grote uitdaging. Dat weten we. Ik weet ook dat Kamerleden daar vaak input over krijgen. Daarom heb ik met mijn collega van Binnenlandse Zaken ook een handleiding voor gemeenten gepubliceerd. Want als je een wat kleinere gemeente bent, moet je met zo veel dingen rekening houden en over zo veel dingen expertise in huis hebben; we weten dat dat niet altijd zo gaat. Daarnaast hebben we, zoals ik al richting de heer Six Dijkstra en mevrouw Mutluer zei, de online wijkagenten en de jongerenwerkers. Die zijn natuurlijk ook aanwezig. Dan zijn we nu bij de vraag van … Nee, het gaat om een andere motie van mevrouw Michon-Derkzen, denk ik. Het gaat om de motie over de stand van zaken inzake het vernieuwd handelingskader voor online gegevensverwerking door de politie. In het halfjaarbericht politie dat vandaag aan uw Kamer wordt gestuurd, wordt ingegaan op de uitvoering van deze motie. Dus dat heeft u nog niet kunnen lezen, maar dat is vandaag verstuurd. De benodigde wetswijziging zelf is lastig te versnellen, omdat voor iedere bevoegdheid een heel specifieke omschrijving uitgewerkt moet worden met inzetcriteria, waarborgen, controle en toezicht. Het moet zorgvuldig worden geregeld. Dat vraagt tijd en afstemming. Zodra dit traject is afgerond en de contouren van een wetsvoorstel zichtbaar zijn, zal dat meteen met uw Kamer gedeeld worden in een contourennota. Dan is het natuurlijk aan een nieuw kabinet om vervolgstappen te zetten.
Versie 4531384da3a066b34b9ecc5917318c3151e2615b583b4aac1917b04adeab37de · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.