Voortgang klimaatbeleid
Voortgang klimaatbeleid
statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Müller (VVD): Dank u wel, voorzitter. De Klimaat- en Energieverkenning laat zien dat er voor klimaatneutraliteit in 2050 nog een grote opgave voor ons ligt. Dat betekent wat de VVD betreft niet dat we ons klimaatbeleid moeten vernauwen tot zo snel mogelijk wegboeken van CO2. Wat mijn fractie betreft moet klimaatbeleid de drie publieke belangen tegelijkertijd dienen: klimaat, economie en weerbaarheid. Daar hebben we het al vaker over gehad. Die kunnen elkaar versterken, maar niet iedere maatregel verbetert alle drie. De afgelopen jaren is het klimaatdoel soms wel de enige meetlat geweest. Inmiddels zien we wat er gebeurt als we betaalbaarheid en concurrentiekracht en ook infrastructuur en haalbaarheid onvoldoende meewegen. Bedrijven stellen investeringen uit, industrie verdwijnt en ondernemers lopen vast op een elektriciteitsnet dat de verduurzaming niet kan bijbenen. Dat betekent nadrukkelijk niet dat de VVD klimaatdoelen loslaat. Verduurzaming maakt ons minder afhankelijk van geïmporteerde fossiele energie en daarmee minder kwetsbaar voor Rusland, regimes in het Midden-Oosten en prijsschokken op de wereldmarkt. Maar klimaatbeleid moet realistisch, uitvoerbaar en economisch goed zijn. Daarbij moeten we ons dus ook niet blindstaren op de Nederlandse landsgrens. Ons energiesysteem — mijn collega refereerde er ook al aan — en onze economie zijn diep verweven met de rest van Europa. Elektriciteit stroomt continu over de grens en industriële productieketens stoppen ook niet bij de grens. In 2025 exporteerde Nederland een recordhoeveelheid elektriciteit en daardoor moesten Nederlandse kolen- en gascentrales meer draaien door een lagere windproductie in Duitsland en minder nucleaire productie in België. Een deel van de hogere Nederlandse uitstoot ontstond daarmee doordat ons energiesysteem capaciteit leverde aan Europese buren. Dat is geen reden om onze eigen uitstoot minder serieus te nemen. Het is wel een reden om klimaatbeleid op Europese schaal te beoordelen. De relevante vraag is niet of alleen de Nederlandse uitstoot daalt. We zouden ons juist moeten afvragen of de Europese uitstoot daalt, productie ook binnen Europa blijft en we samen een schoner en weerbaar energiesysteem bouwen. Juist daarom vind ik het verstandig dat we voor de volgende fase van het klimaatbeleid eerst kijken naar het Europese pakket voor 2040. Europa heeft inmiddels vastgelegd dat de netto-uitstoot in 2040 met 90% moet zijn verminderd ten opzichte van 1990. Eind dit jaar komt de Europese Commissie met haar voorstel voor een pakket. Het coalitieakkoord kiest wat mij betreft daarom ook terecht voor deze volgorde. Eerst het Europese pakket, daar zo veel mogelijk bij aansluiten en daarna bezien of er aanvullende nationale maatregelen nodig zijn, waarbij oog is voor betaalbaarheid en handelingsperspectief. Daarom is mijn vraag: is de minister het met de VVD eens dat nationale maatregelen alleen logisch zijn wanneer aannemelijk is dat ze daadwerkelijk klimaatwinst opleveren en dat ze niet vooral emissies of economische activiteit verplaatsen over de grens, buiten Nederland of zelfs buiten Europa? Voorzitter. Daarmee kom ik op de industrie. Laat ik vooropstellen: de-industrialisatie is geen klimaatwinst. Sinds 1990 is de uitstoot van de industrie fors gedaald, maar een deel daarvan hangt samen met het verdwijnen van productiecapaciteit. Als een chemische fabriek in Nederland sluit en wij dezelfde producten vervolgens van buiten Europa en onder vervuilendere omstandigheden gaan importeren, dan daalt onze nationale uitstoot misschien wel, maar is de mondiale klimaatwinst mogelijk nul of zelfs negatief. Tegelijkertijd verliezen wij de banen, kennis en strategische capaciteit. Vooral onze chemische industrie staat momenteel onder zware druk. Het CBAM is een belangrijk instrument tegen koolstoflekkage, maar dat beschermt nog niet alle relevante waardeketens. Ook heeft de Europese Commissie het voornemen het afgesproken infaseerpad van CBAM iets te vertragen. Het kabinet spreekt zich daar in het BNC-fiche tegen uit. Dat vind ik verstandig. Kan de minister toelichten hoe zij zich in Brussel inzet om vast te houden aan het bestaande infaseerpad en resterende gaten in het CBAM te dichten? Tegelijkertijd moeten bedrijven hier daadwerkelijk kunnen verduurzamen. Daarvoor zijn elektriciteit, waterstof en CO2-infrastructuur randvoorwaardelijk. We hebben het al vaker gehad over Aramis. Het kabinet heeft 1,3 miljard beschikbaar gesteld om risico's rond de opstart van CO2-opslag af te dekken. Daar ben ik ook heel blij om, maar welke randvoorwaarden ontbreken nog voor een definitief investeringsbesluit? Ligt de huidige planning daarvoor nog op schema? Voorzitter. Tot slot klimaatadaptatie. Een veranderend klimaat heeft nu al economische gevolgen. Droogte en lage rivierstanden raken onze binnenvaart, havens en industrie, terwijl Caribisch Nederland op een andere manier kwetsbaar is. Kan de minister aangeven welke concrete stappen het kabinet zowel Europees, rond de Rijncorridor, als in Caribisch Nederland de komende jaren prioriteit geeft? Voorzitter. Klimaatverandering stopt niet bij de Nederlandse grens. Klimaatbeleid zou dat dus ook niet mogen doen. We willen onze uitstoot verder terugbrengen, maar onze maatstaf moet zijn: schonere productie in Nederland en Europa, minder fossiele afhankelijkheid en een sterke economie die die transitie ook kan dragen. Het is niet: klimaat, economie of weerbaarheid. De opgave is juist om die drie op Europese schaal met elkaar te verbinden. Dank u wel.
Versie 658776704972f633d6b00f12b8c992e1eabf3bcd08c70d0f4a8689a0e56b4b1a · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Voortgang klimaatbeleid
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.