statement · 3 sep 2026 · Tweede Kamer
Kansspelen
Brontekst
Mevrouw Al Biyati (FVD): Dank u wel, voorzitter. Gokken is oeroud, ouder dan de Nederlandse staat. Volkeren over de hele wereld gokken en wedden al duizenden jaren. Neem de eerste echte dobbelstenen, gevonden in het oude Mesopotamië. Of denk aan de Romeinen, die wedjes legden tijdens de wagenrennen in het Circus Maximus. Of denk aan hoe er tijdens de Italiaanse Renaissance massaal geld werd ingezet op wie de volgende paus zou worden. Dat was zo populair dat de kerk het probeerde te verbieden. Het nemen van risico's staat bij deze handelingen centraal. Wie een onderneming begint, een uitvinding doet of elders zijn geluk beproeft, kiest een pad waarvan de afloop redelijkerwijze onzeker is, in de hoop dat aan het einde iets waardevols wacht. Wat vandaag voor ons ligt, is dus niet een nieuw fenomenen, maar een menselijk oerinstinct dat een weg zoekt door onze moderne wereld van schermen, algoritmes, reclames en, zo zullen we straks zien, van een overheid die zelf ook niet zo vies is van het eeuwige dobbelspel. Die drang tot wedden en wagen bestaat nog altijd. Met vrienden een tientje inleggen op het Nederlands elftal of een potje blackjack spelen in het casino; het is allemaal niet bijzonder verheffend of het meest verstandige, maar het hoort wel bij een vrije samenleving. Het brengt echter in sommige gevallen wel reële problemen met zich mee, met name voor jongeren. We moeten ons denk ik allemaal afvragen waardoor dit komt. Is dit een generatie die voelt dat ze geen kans heeft op de huizenmarkt? Zijn ze volledig lamgeslagen en geïsoleerd geraakt door de coronalockdowns? Zou het komen doordat het leven onbetaalbaar wordt? Of missen jongeren simpelweg spanning in hun leven? Vervelen ze zich omdat risico's hun zo veel mogelijk worden afgenomen? Misschien is het wel een combinatie van al deze dingen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is daarom: waarom ziet de jeugd toch het onverbiddelijke toeval als zijn bondgenoot? Voorzitter. Dan nog een woord van waardering. We vinden het een goede ontwikkeling dat er wordt ingezet op maatregelen die problematisch gokgedrag daadwerkelijk beperken, zonder het overgrote deel van de spelers onnodig te raken. Een draagkrachttoets samen met een overkoepelende stortingslimiet is wat ons betreft daarom een verstandige denkrichting. Je richt daarmee de bescherming op de groep waar de risico's het grootst zijn terwijl 87% van de gokkers, de erkende niet-problematische gokkers, zo veel mogelijk vrij wordt gelaten. Dan nu over online gokken. Onder toenmalig minister Sander Dekker van de VVD is besloten om online gokken uit de schaduw te halen middels een handjeklap met de kansspellobby. "Gelukt! Fijn! Eindelijk door; well done!", klonk het via een appje uit de branche naar de minister nadat de Wet kansspelen op afstand was aangenomen. Well done? We kunnen inmiddels zien dat de kanalisatiegraad, het percentage van de gelden dat naar legale aanbieders gaat, slechts rond de 50% zit. De helft vloeit dus weg naar het wilde westen van het online gokken. Ook is het aantal zoekopdrachten naar illegale sites gestegen met wel 23%. Voorzitter. Even kort over het spel poker. Dit wordt juridisch nu als kansspel gezien, maar is dat wel terecht? Poker is niet een spel waarbij het huis altijd wint. Er ís geen huis; spelers spelen tegen elkaar op basis van hun kennis en vaardigheden. Het vergt toewijding, training en uren aan spelervaring. De speler is niet overgeleverd aan vrouwe Fortuna; het is een behendigheidsspel. Toch is het nu onderworpen aan de kansspelbelasting, die recent is gestegen naar bijna 38%. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar? Ik noemde net de zin "het huis wint altijd" en daaraan wil ik toevoegen: de staat wint mee. Sinds de legalisering in 2021 is de opbrengst van de kansspelbelasting verdrievoudigd, van 343 miljoen euro naar bijna een miljard euro in 2024. Vorig jaar besloot het kabinet om Holland Casino en Nederlandse Loterij, waar bijvoorbeeld Lotto en Toto onder vallen, niet te privatiseren. Het lijkt er toch op dat de overheid graag mee wil genieten van deze markt, ook gezien haar monopoliepositie. Mijn laatste twee vragen aan de staatssecretaris zijn daarom als volgt. Op basis waarvan denkt zij dat de staat beter kan zorgen voor bescherming van de spelers dan bijvoorbeeld een legale private partij? En kan de staatssecretaris ingaan op de spanning tussen de financiële belangen van de staat en de zelf opgelegde roeping om mensen te beschermen tegen de gruwelen van het gokken? Dank u wel.
Versie c5530c914189185fcc077e181d1d416d0eb1cd60b10b7d1d7d91d2fbe35b70f9 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.