KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 15 jan 2025 · Tweede Kamer

met de regering het rapport van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening "Blind voor mens en recht" (35867, nr. 6)

Brontekst

De heer Ceder (ChristenUnie): Voorzitter. In de brief van het kabinet wordt gesteld dat vertrouwen het uitgangspunt moet zijn bij wetgeving in de sociale zekerheid. Dat zijn mooie woorden, waar ik me graag bij aansluit. Maar hoe maken we die concreet? Hoe maken uitvoeringsorganisaties en gemeenten deze omslag naar een menselijkere uitvoering? Geef de uitvoeringsorganisaties en gemeenten echt de ruimte om dit vertrouwen richting de burger vorm te geven. Hoe gaat de minister dit doen, vraag ik dan. Het rapport van de parlementaire enquête moet aanleiding zijn om dingen anders te gaan doen. Daarbij moeten we als politici niet alleen wijzen naar verantwoordelijke ministers, ministeries en uitvoeringsorganisaties, maar ook naar onszelf kijken. Hoe moeten wij ons als politici verhouden tot fouten van bijvoorbeeld uitvoeringsorganisaties? Te vaak is onze reflex dat een probleem direct moet worden opgelost. De Bulgarenfraude was aanleiding voor politici om een keiharde fraudeaanpak te eisen. Deze aanpak kwam er en sloeg uiteindelijk totaal door naar een fraudejacht waar toeslagenouders nog steeds de gevolgen van dragen. Voorzitter. Ook ik heb de afgelopen maanden deze reflex, of een begin daarvan, meegemaakt. Momenteel speelt de situatie bij het UWV, waar de afgelopen jaren duizenden uitkeringen zijn vastgesteld. Dat debat loopt nog. Het onderzoek loopt nog. Maar ook daarbij bemerkte ik de reflex bij de Kamer om als politicus de barricade op te gaan en te eisen dat er snel wat gebeurt. Politici — ik reken mezelf daar ook onder — moeten ook leren een pas op de plaats te maken: eerst de feiten en omstandigheden boven tafel voordat we moord en brand schreeuwen. Dat is in mijn ogen niet laf of voorzichtig, maar het is juist een van de lessen: dit is randvoorwaardelijk en noodzakelijk voor goed bestuur. Voorzitter. In de sociale zekerheid is de afgelopen decennia een cultuur van wantrouwen en controle gecreëerd. Bij mensen die een beroep doen op de sociale zekerheid wordt grondig gecontroleerd of ze er geen misbruik van maken en of ze er niet onnodig van profiteren. Elke cent die te veel is uitgekeerd, ook al is die te veel betaalde uitkering de schuld van de overheid, moet worden teruggevorderd, zo nodig met zware incassoprocedures. Na de Bulgarenfraude sloeg de pendule totaal de verkeerde kant op. In de zoektocht naar herstel en vertrouwen zien we ook een beweging die wat onze fractie betreft onwenselijk is, namelijk de verkramping. Een belastingambtenaar die bijvoorbeeld fraude signaleert, moet gewoon kunnen en durven acteren. Dat maakt het een ingewikkelde zoektocht naar een balans. De burger is niet gediend bij een uitvoeringsorganisatie die totaal verkrampt is en niet durft te handhaven. Mijn vraag aan de minister is: hoe sturen we nu, in het licht van het rapport, een ambtelijk apparaat hierop aan? Dan refereer ik aan de situatie en het onderzoek dat loopt bij het UWV. Ik hoor graag hoe deze bewindspersonen op zoek gaan naar de juiste balans tussen fraudeopsporing en het goed ondersteunen van burgers die recht hebben op financiële ondersteuning. Voorzitter. De commissie concludeert dat het handhavingsbeleid in de sociale zekerheid op de schop moet. Daar ben ik het mee eens. Het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid moet hier het antwoord op zijn. In de consultatierondes zijn veel inzichten opgedaan, onder andere vanuit de Raad voor de rechtspraak. De ambitie was om dit wetsvoorstel begin dit jaar naar de Kamer te sturen. Mijn concrete vraag is daarom: wanneer kunnen we het verwachten en per wanneer zal de nieuwe regelgeving dan in werking treden? De commissie wijst ook terecht op de zeer beperkte uitleg van het begrip "dringende reden" in de sociale zekerheid. Iemand met een uitkering die een klein foutje maakte, kon worden opgezadeld met een herziening en een grote terugvordering. Vorig jaar heeft de Centrale Raad van Beroep een cruciale uitspraak gedaan over de uitleg van het begrip "dringende reden". Het bestuursorgaan is sindsdien verplicht een belangenafweging te maken waarvan de uitkomst niet onevenredig mag zijn. Hoe gaat het nu in de praktijk, vraag ik aan de minister. Is bij de minister bekend of en hoeveel gebruik er wordt gemaakt van deze bepaling? Werkt de "dringende reden" nu echt als een soort hardheidsclausule en wordt de clausule ook ambtshalve toegepast? Zijn er verschillen waar te nemen tussen de verschillende uitvoeringsorganisaties in het gebruik van de bepaling? Denk dan aan de SVB, het UWV en gemeenten. Voorzitter. Ik wil het hebben over het toeslagenstelstel. De meest ingrijpende aanbeveling van de commissie is om politiek lef te tonen en het huidige toeslagenstelsel te beëindigen. De voorzitter van de commissie verwoordde het in het debat van vorig jaar als volgt: "Alle ingrediënten zijn aanwezig, op slechts één na. Dat is het politieke lef. Dat is de verantwoordelijkheid die op ons allemaal rust." De ChristenUnie ziet het als haar dure plicht om van mooie woorden ook naar concrete daden te gaan. Als dit rapport voor ons allemaal niet de druppel is om de toeslagen snel te hervormen, wat dan wel? Moeten we wachten op nog een rapport van een parlementaire enquêtecommissie? Als er in een radiospotje reclame zou worden gemaakt voor het aanvragen van een toeslag als financieel product, zou je de volgende financiële disclaimer horen: "Let op, het risico van dit product is zeer groot. De kans dat u moet betalen is zeer hoog." Een toeslag is namelijk een onzeker voorschot op een zekere rekening van de woningcorporatie, zorgverzekeraar of kinderopvanginstelling. Mijn fractie verliest rond de hervorming van de toeslagen het geduld. We missen urgentie. Dat reken ik dit kabinet aan. Er moeten dit jaar grote stappen worden gezet. En als er met Prinsjesdag geen concrete plannen liggen voor de hervorming, gaat er in deze kabinetstermijn gewoon weinig gebeuren; laten we daar eerlijk over zijn. Het kabinet schijnt de ambitie te hebben om te hervormen. Dat wordt ook continu op papier uitgesproken. In de kabinetsreactie staat dat het kabinet een open gesprek met de Kamer wil. Daar spreekt alleen al weinig ambitie uit en wat is daar precies de bedoeling van? We hebben toch continu een open gesprek met elkaar? Er liggen aangenomen moties die zeggen: hervorm het en hervorm het met spoed. Voorzitter. Mijn angst is dat we geen steek vooruitkomen. Dat reken ik dan ook de ministers aan die hier verantwoordelijk voor zijn. Knopen doorhakken, keuzes maken en daarvoor gaan staan, lijken tot nu toe nog niet de sterkste kwaliteiten van dit kabinet en deze coalitie, en dan druk ik me voorzichtig uit. Mijn vraag aan dit kabinet is dus: wanneer gaan we knopen doorhakken? Hoe denkt het kabinet stappen te kunnen zetten, zonder geld om te sturen op inkomenseffecten? En hoe serieus zijn de woorden van het kabinet? Ik overweeg ook een motie naar aanleiding van de kabinetsreactie straks om concrete termijnen vast te gaan stellen, want Nederland heeft dit nodig. We moeten stoppen met de toeslagen en de onzekerheid die daarbij komt kijken. Komt het wetsvoorstel voor hervorming van de kinderopvangtoeslag bijvoorbeeld al voor de zomer naar de Kamer? Voorzitter. Bovendien is het beleid van dit kabinet zeer tegenstrijdig. Aan de ene kant zijn er mooie woorden over de ambitie om de toeslagen af te schaffen, maar tegelijkertijd werkt minister Agema bijvoorbeeld aan het verdubbelen van de zorgpremie en daarmee het met honderden euro's per jaar verhogen van de zorgtoeslag. Mensen worden daardoor niet minder afhankelijk van toeslagen, maar juist meer. Erkent de minister deze tegenstrijdigheid? Dit valt toch niet uit te leggen? Waarom is dit voor mijn partij zo'n belangrijk punt? Omdat er onverantwoorde financiële risico's en onrealistische verantwoordelijkheden bij mensen liggen als we hier geen einde aan maken. De parlementaire enquêtecommissie heeft in haar rapport nu al het oordeel klaar over deze generatie politici: "De wetgever is blind voor de gevolgen voor mensen." Laten we daarom zorgen dat historici later anders over ons oordelen. We kunnen van de toeslagen af — het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie heeft het laten zien — zodat mensen van een onzeker inkomen naar een zeker huishoudboekje kunnen gaan. Voorzitter. Het toeslagenschandaal is uiteindelijk aan het licht gekomen dankzij het volhardende werk van enkele sociaal advocaten. De commissie concludeert dat het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand niet voldoet. Ik ben ervan overtuigd dat het stelsel op de schop moet. Dat heb ik ook zelf aan den lijve ondervonden. De staatssecretaris is dit volgens mij met mij eens. Ik ben benieuwd naar zijn plannen. Ik hoor graag wat zijn ideeën zijn, maar vooral ook wat zijn planning daarbij is. Wanneer kunnen we hier stappen op verwachten? Welk budget wordt daarvoor vrijgemaakt? Voorzitter. Ik kom nog even terug op Esther, die te laat was met het aanvechten van het besluit van de Belastingdienst. In het bestuursrecht is er nu geen mogelijkheid om het belang van de indiener mee te wegen bij verschoonbaarheid van termijnoverschrijding. In het civiel recht is die mogelijkheid er wel. Het lijkt me daarom belangrijk om dit te wijzigen en dit in het bestuursrecht ook te regelen. Ik zal daar een motie voor indienen, omdat ik denk dat het de rechtsbescherming van de burger ten goede komt. Ik ben van plan om een motie in te dienen over het samenbrengen van vraagstukken over aanvullende inkomensvoorzieningen bij één rechtsprekende instantie, want nu heeft zowel de Raad van State als de Centrale Raad van Beroep daarin een rol. Nu het kabinet van plan is om de Afdeling bestuursrechtspraak af te splitsen van de Raad van State, lijkt dit me een logisch moment om ook de mogelijkheid van het onderbrengen van deze vraagstukken bij één rechtscollege te onderzoeken. Voorzitter, tot slot. De overheid was voor toeslagenouders een vijand in plaats van een hoeder van het recht. Ik hoop dat we in staat zijn om dit recht te zetten, om mensen het vertrouwen in de overheid terug te laten winnen. Hoe gaat het nu met Esther? Ik kreeg een paar maanden geleden een appje. Met trots kondigde ze aan dat ze een stichting opzet om gedupeerden te helpen. Enkele gedupeerden gaan ook als ervaringsdeskundige meehelpen. Niet dankzij, maar ondanks de overheid is het haar gelukt om erbovenop te komen. Ik hoop dat de overheid nu wel de juiste stappen zet, zodat dit ongekende onrecht nooit meer kan plaatsvinden. Dank u wel, voorzitter.

Versie 8cc05fda984e21d15dc0d5171b3be0b22d4438ebe21225fc3ab412646e5a4574 · Officiële bron.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.