Brontekst
De heer Sneller (D66): Dank, voorzitter. Een nieuw jaar, nieuwe kansen. Het begin van het jaar is ook de tijd voor goede voornemens en daaraan heeft dit kabinet geen gebrek. De kabinetsreactie op het rapport Blind voor mens en recht staat er vol van. Maar het risico van goede voornemens — iedereen die er ooit een gemaakt heeft, kent het — is dat het bij intenties blijft, terwijl de tijd voor echte resultaten gekomen is. Al jaren verschijnen er rapporten waarin er wordt gewezen op de noodzaak van meer menselijke maat, respect voor de rechtsstaat en een alternatief voor het toeslagenstelsel. Het rapport van de parlementaire enquêtecommissie past in die traditie. Over weinig onderwerpen bestaat zo veel eensgezindheid als over de onderwerpen die wij hier vandaag bespreken, zowel in de politiek als in de samenleving. Mensen verlangen naar een betrouwbare en menselijke overheid, een overheid die verantwoordelijkheid neemt, die mensen vertrouwt, die mensen ondersteunt, met begrijpelijke en eenvoudige regels, die hen vertrouwt en die zij kunnen vertrouwen. Mensen verlangen naar een overheid waar mensen niet bang voor hoeven zijn, maar die ze helpt om verder te komen in het leven en een overheid die iedereen gelijk behandelt met respect voor de uitgangspunten van de rechtsstaat.
Er ligt dan ook een grote stapel aangenomen Kamermoties om aan die breed gedeelde wens verder invulling te geven: van de motie-Bruins/Van Weyenberg over alternatieven voor het toeslagenstelsel uit 2019 tot de motie-Van Weyenberg/Maatoug om de toeslagen per 2030 af te schaffen van een paar jaar later. Ik noem ook de motie-Ploumen/Jetten tegen hardvochtige wetgeving en de unaniem aangenomen motie-Jetten/Marijnissen om de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wettelijk te verankeren. Beide moties zijn van januari 2021. Voor de mensen die er niet bij waren: dat was het debat over het aftreden van het kabinet naar aanleiding van Ongekend onrecht. Ik noem ook de motie-Temmink/Van Nispen om de overheid veel minder te laten procederen tegen haar eigen burgers, en de motie-Hans Teunissen om het recht op begrijpelijke taal in de wet te verankeren, met 143 stemmen vóór. De laatste twee komen uit oktober 2023.
Ook de voorstellen van deze parlementaire enquêtecommissie werden vrijwel unaniem gesteund. De afgelopen jaren is er veel voorbereidend werk verzet: varianten, bouwstenen, preconsultaties, consultaties; noem maar op. Je zou zeggen dat de tijd om keuzes te maken en tot daadwerkelijke uitvoering over te gaan is gekomen. Helaas blijft na lezing van de kabinetsreactie toch het gevoel hangen dat er allerlei nieuwe verkenningen en gespreksrondes komen en dat er geen budget is; vooral dat er geen budget beschikbaar is. Iedereen die hier langer dan een dag rondloopt, weet dan helaas hoe laat het is. Dat is pijnlijk, want er zijn grote woorden gesproken over het ter harte nemen van de lessen en het versterken van de rechtsstaat. Toch ontving de Kamer tot op heden aankondigingen van uitstel of uitstel zonder aankondiging.
Neem het hervormen van het toeslagenstelsel. Vrijwel iedereen is het erover eens dat dit nodig is om nieuwe drama's te voorkomen. Toch schrijft het kabinet hierover dat het moet binnen bestaande financiële kaders en dat er eerst nog verkend zal worden, zodat er hopelijk deze kabinetsperiode een voorstel voorbereid kan worden. Ook moet dan eerst de veranderopgave zijn afgerond en moet er sprake zijn van werving en behoud van voldoende en gekwalificeerd personeel en de modernisering van de ICT-systemen. Wanneer verwacht het kabinet dat dit gereed is?
De aanbeveling van de commissie was heel helder: schaf het toeslagenstelsel af. Ik kan uit deze kabinetsreactie niet eens meer opmaken of het kabinet die doelstelling ondubbelzinnig deelt. Het kabinet wil met de Kamer een open gesprek aangaan. De heer Ceder zei dat al. Maar wat mij betreft moet wel vooropstaan wat het doel is van die gesprekken, namelijk komen tot afschaffing van het toeslagenstelsel. Onderschrijft de regering dat doel en kan de minister van Sociale Zaken, ook met zijn ervaring als financieel woordvoerder en gedeputeerde, mij overtuigen van een serieuze kans van slagen als dit budgetneutraal moet gebeuren?
Zie ook de langverwachte Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht, die ervoor moet zorgen dat mensen in plaats van het bestuur centraal komen te staan. Deze wet regelt het fundament van de verhouding tussen mensen en hun overheid en is dus van zeer groot belang. Ook voor deze aanpassing is geen geld gereserveerd. We lezen dat het kabinet er nog eens goed over na moet denken. Kan de minister van Binnenlandse Zaken mij ervan overtuigen dat deze terugtrekkende beweging slechts een schijnbeweging is?
Het recht op vergissen, waar ik begin vorig jaar een motie over indiende, wil het kabinet wel invoeren — hulde daarvoor — maar begrijp ik nou echt goed dat dit uiteindelijk alleen voor de Dienst Toeslagen gaat gelden? Die beperking begrijp ik namelijk niet. Wat is de reden van het gebrek aan ambitie op dit punt?
Helaas wijst dit kabinet het recht op persoonlijk contact af omdat dit te veel werk zou zijn: opnieuw een aanbeveling van de commissie die niet overgenomen wordt.
Voorzitter. Datzelfde geldt voor de aanbeveling om de bezwaartermijn bij financiële beschikkingen te verlengen. Die is niet overgenomen. Ik wil daar iets uitgebreider op ingaan. Die bezwaartermijn is momenteel zes weken. Dat is bijzonder kort. Dat leidt tot problemen in voorbeelden als deze. De overheid stelt bijvoorbeeld vast dat er een te hoog voorschot aan toeslag is betaald en stelt de toeslag daarom op een lager bedrag vast. Twee maanden later volgt een besluit tot terugvordering van het te veel betaalde bedrag, waarmee voor de ontvanger ineens helder wordt wat de consequenties zijn. Maar als het eerste besluit onjuist was, en daartegen geen bezwaar is gemaakt, dan is er niets meer aan te doen als men wil opkomen tegen dat eerste besluit. Dergelijke voorbeelden komen geregeld voor. Dat zijn precies van die zaken waarbij burgers klem komen te zitten tussen de wielen van de overheid, die onzekerheden onnodig afwentelt op inwoners. Dat leidt weer tot rechtszaken, het soort geworstel tussen burgers en overheid dat zo ondermijnend is voor het vertrouwen van mensen in de overheid. Ik vind de argumenten in de brief om de termijn van zes weken te handhaven niet sterk en vooral beredeneerd vanuit de positie en het belang van de overheid zelf. In het debat met de commissie hield ik de voorzitter zelf voor om de termijn maar helemaal af te schaffen. Zijn mening bleek uiteindelijk ook: de overheid kan het in ieder geval wel lijden als het wat langer duurt. In de afweging tussen rechtsonzekerheid voor de overheid en het belang van de burger zou ik in dit geval zeggen: laat die nou eens doorslaan naar het belang van de burger. Ik hoor graag een reactie van de bewindspersonen op deze argumenten.
Ik noemde al even de procedures van de Staat tegen zijn eigen burgers. Soms — dat zal iedereen erkennen — is dat uiteraard onvermijdelijk. Maar de Kamer heeft anderhalf jaar geleden dus die motie aangenomen die ertoe oproept om te stoppen met procederen in bestuursrechtelijke zaken tegen burgers die eerder in het gelijk zijn gesteld. Is het aantal procedures sindsdien ook teruggelopen, zo vraag ik de staatssecretaris Rechtsbescherming. In de geest van deze moties en de acties van eerdere bewindspersonen roep ik het kabinet op om concrete doelstellingen te formuleren om het aantal procedures van de overheid tegen burgers flink terug te dringen. Is het kabinet bereid om zo'n concrete ambitie uit te spreken? In plaats van juridische gevechten kunnen bestuursorganen op informele wijze een oplossing proberen te vinden, bijvoorbeeld door meer persoonlijk contact. Daar zijn in het verleden goede ervaringen mee opgedaan, zoals bijvoorbeeld in het programma Prettig contact met de overheid. Op welke manier stimuleert deze regering dat geschillen tussenoverheid en burgers op informele wijze, bijvoorbeeld via mediation, worden opgelost?
Twee jaar geleden nam de Kamer ook een motie aan die de regering verzocht om een reflectie op de overheid als procespartij, met als doel een kentering die zou leiden tot het herwinnen van vertrouwen in overheidsinstanties. Kunnen wij die reflectie misschien vandaag krijgen?
In de kabinetsreactie lees ik verder de terechte observatie: "Als we willen dat burgers de regels naleven, moeten ze daartoe in staat worden gesteld. Begrijpelijke en doenbare regels zullen daarbij helpen." Vindt het kabinet dan ook dat al het bestaande beleid in principe zou moeten voldoen aan een doenvermogentoets, die veel genoemd wordt in de kabinetsreactie? Zo ja, wanneer zal dat dan het geval zijn?
De Autoriteit Persoonsgegevens — zij werd al genoemd — die bewaakt dat de overheid netjes met onze gegevens omgaat, krijgt er van dit kabinet geen geld bij. Zo blijft het budget steken op de helft van wat de commissie aanbeveelt, terwijl de aankondiging eerder deze week van toezicht op de Belastingdienst laat zien dat er nog het nodige werk te doen is. Ook voor de sociaal advocatuur, die zorgt voor effectieve rechtsbescherming voor mensen die zich geen advocaat kunnen veroorloven, is geen versterking voorzien.
Het is al met al een lange lijst van aanbevelingen, die niet of onvoldoende worden opgepakt. Al met al laat het kabinet wat mij betreft in de reactie dus een gebrek aan gevoelde urgentie en daadkracht zien. Dat is extra wrang vanwege het contrast met wat er op andere dossiers gebeurt, zoals spoedwetgeving met een rechtsstatelijk zeer twijfelachtige aanpak, waarbij vertrouwde adviseurs feitelijk buitenspel worden gezet.
In de kabinetsreactie staat: "Het herstel van vertrouwen lukt niet alleen met systeemverbeteringen en juridische maatregelen. Het vraagt ook om ambtelijk vakmanschap, waarbij responsiviteit, rechtsstatelijk besef en waardegedreven werken belangrijke aspecten zijn." Mooie woorden.
Het gebrek aan urgentie dat ik noemde, zien we ook in de financiële keuzes. Er is geen geld beschikbaar. Sterker nog, de minister van Financiën — tegen mevrouw Rikkers zeg ik: of hij nou lid is van een boekhoudclub of niet — stuurt alweer aan op extra bezuinigingen, terwijl ministeries nu al onhaalbare bezuinigingen hebben ingeboekt en de wensenlijst met de dag groeit. Dat is problematisch, want iedereen in Den Haag weet: zonder dekking gebeurt er niets. Ik snap het ook gewoon niet. Hoe kan het dat er voor deze prioriteit geen geld is gereserveerd? Of moet de conclusie zijn: het is geen prioriteit? Het enquêterapport was bekend tijdens de onderhandelingen. De commissie-Van der Meer, die kijkt naar het houdbaar maken van de sociaal advocatuur, was al aan de slag tijdens de onderhandelingen. Welk vertrouwen kan het kabinet de Kamer geven dat het benodigde geld gevonden gaat worden? Hoewel ik optimisme als morele plicht beschouw, vind ik het heel moeilijk om dat gevoel bij mezelf op te roepen als ik het tempo en de doortastendheid zie op deze essentiële onderwerpen.
Dat brengt mij op mijn laatste vraag. De enquêtecommissie zei bij de aanbieding van het eindrapport: het kan morgen weer gebeuren. Zijn deze bewindspersonen er oprecht van overtuigd dat deze kabinetsreactie rechtdoet aan die noodkreet? Kunnen zij met deze kabinetsreactie in de hand oprecht zeggen: dit zorgt ervoor dat herhaling onmogelijk wordt?
Voorzitter, ik rond af. Slachtoffers zeiden: zorg ervoor dat dit niet nog meer mensen overkomt; laat dit rapport niet in de la belanden. Gisteren constateerde onze zeer gewaardeerde collega Van Nispen dat dit rapport in een la dreigt te belanden. De grondbeginselen van de rechtsstaat werden geschonden. Een kenmerkende kracht van de democratie is de potentie voor zelfcorrectie. Het is dus onze grote verantwoordelijkheid om recht te doen aan degenen die slachtoffer zijn geworden. Het is echter onze minstens zo grote verantwoordelijkheid om alles uit de kast te halen om de regels, de instituties en de cultuur die onze democratische rechtsstaat dragen, zodanig aan te passen dat deze weerbaarder en dienstbaarder uit deze schandalige periode tevoorschijn komt. Het kabinet schiet daarin nu tekort. Ik zeg het scherp. Er zitten hier vier bewindspersonen van Nieuw Sociaal Contract, de partij die van de kiezers twintig zetels kreeg om de belofte van een betere overheid waar te maken. Dat verplicht dit kabinet om het beter te doen dan het nu doet. De kans om daarmee te beginnen, hebben zij straks in hun beantwoording.
Dank u wel.
Versie 8cc05fda984e21d15dc0d5171b3be0b22d4438ebe21225fc3ab412646e5a4574 · Officiële bron.