Hoofdlijnennotitie herziening Wiv 2017
Brontekst
Versie f613911a459ae67e · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenMinister Uitermark: Ja, dat is inderdaad precies het plan. Sinds ik minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ben geworden, ben ik me in korte tijd ook bewust geworden van het feit dat Nederland zich geconfronteerd ziet met steeds meer urgentere dreigingen voor de nationale veiligheid. De hack op onze politiediensten van een aantal weken geleden is daar een treffend en schrikwekkend voorbeeld van. We bevinden ons in wat men noemt een grijze zone tussen oorlog en vrede, waarin er doorlopend economische, technologische en cyberconflicten zijn met landen als China en Rusland. Als gevolg van een rem op de slagkracht van onze diensten verliest Nederland terrein. Een steeds grotere ongelijkheid ten opzichte van deze landen is het gevolg. Onze diensten blijken steeds vaker niet voldoende in staat om hun wettelijke opdracht op een goede manier uit te voeren. Daarom is het nodig en urgent om voortvarend werk te maken van de herziening van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017. Deze wet is een licence to operate van deze diensten. Daarom werken we aan een nieuwe wet die hopelijk — dat is het streven — klaar zal zijn op 1 juli 2028. Dat is ook de datum dat de tijdelijke wet vervalt. Daarom investeert dit kabinet ook 3,5 miljoen in dit traject. Het is belangrijk voor het kabinet — dat wil ik hier benadrukken — dat de nationale veiligheidsbelangen aan ene kant en het beschermen van grondrechten van burgers aan de andere kant onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat die elkaar bij een juiste balans kunnen versterken. De diensten zijn er ook om de democratische rechtsorde, waaronder de grondrechten, te beschermen. De recente politiehack waar ik al even naar verwees, is daar een goed voorbeeld van. Het is de taak van onze diensten om dit soort hacks en datalekken te onderkennen en waar mogelijk te voorkomen, en om onze mensen te beschermen. Dat doen ze samen met onze partners. Het afgelopen jaar is het dreigingsbeeld ontwikkeld van één dominante dreiging, het jihadisme, naar verschillende dreigingen, zoals de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, die woedt op ons Europese continent; de oplopende spanningen tussen de Verenigde Staten en China; landen die door spionage, cyberaanvallen en economische druk voordelen proberen te krijgen op elkaar, waarvan Nederland een dagelijks doelwit is; en nieuwe vormen van extremisme en terrorisme in ons land, zoals anti-institutioneel extremisme en criminele netwerken die de democratische rechtsorde bedreigen met extreem geweld en corruptie. Via de tijdelijke wet is een belangrijke eerste stap gezet om Nederland en zijn burgers adequaat te beschermen tegen offensieve cyberprogramma's uit bijvoorbeeld China, Rusland en Iran. Deze wet, die sinds 1 juli in werking is getreden, beoogt de diensten in staat te stellen om sneller en wendbaarder te zijn in het tegengaan van deze sterk toenemende dreigingen vanuit die landen. Ik wil nog een keer benadrukken dat, net als bij de tijdelijke wet, ook bij de herziening van de wet waar we het vandaag over hebben, de nadruk niet zal liggen op het introduceren van nieuwe bevoegdheden. Wat we beogen, is het wettelijk kader zo aan te passen dat de diensten op een adequate manier hun bevoegdheden kunnen inzetten om de hun toebedeelde bevoegdheden en taken effectief uit te kunnen voeren. Voor de herziening zijn de volgende doelstellingen geformuleerd. Ten eerste is dat het belang dat de diensten in het herziene stelsel sneller, effectiever en doelgerichter kunnen meebewegen met de dynamiek van de dreigingen en met de nieuwe technologische ontwikkelingen. Ten tweede dient het stelsel te voldoen aan de grondrechtelijke en Europeesrechtelijke wettelijke vereisten om te voorzien in effectief en onafhankelijk toezicht op de diensten, waarbij ook recht wordt gedaan aan de ministeriële verantwoordelijkheid. Het is voor mij van groot belang dat we hierbij ook nadrukkelijk aandacht besteden aan een goede positie voor de toezichthouder en aan de uitvoerbaarheid. Dat geldt voor de diensten maar juist ook voor onze toezichthouders en onze overige ketenpartners. Tot zover mijn inleidende uiteenzetting. Nu ga ik graag over tot het beantwoorden van de vragen van uw Kamer. Allereerst is er door de heer Deen van de PVV een vraag gesteld over de aanleiding en doelstellingen van de herziening: hoe verhoudt de tijdsplanning zich tot de noodzaak van tempo maken? Wat betekent het, heeft hij gevraagd, dat de hoofdlijnennotitie gebaseerd is op een vier jaar oud rapport? Er is inderdaad een noodzaak om tempo te maken; ik zei het net al. Het is ook belangrijk dat het zorgvuldig gebeurt. Het is een complexe wet. De herziening daarvan is ook complex en vergt dus ook veel tijd. De tijdelijke wet is juist gemaakt om in de tussentijd de meest dringende problemen te verlichten. Dat biedt ons de komende drie, drieënhalf jaar de tijd om het grondig en zorgvuldig aan te pakken, maar we hopen dit af te ronden binnen drieënhalf jaar, zodat per 1 juli 2028 een nieuwe wet operationeel is. De heer Six Dijkstra heeft gevraagd of ik bereid ben, het kabinet bereid is, om de factsheets van de wetenschappers bij de verdere doorontwikkeling te betrekken. Ja, dat zeg ik graag toe. We hebben met interesse kennisgenomen van de factsheets van de bevraagde wetenschappers. Die wegen we zeker mee. Mevrouw Rajkowski van de VVD heeft gevraagd hoe geborgd wordt dat de Wiv zo wordt aangepast dat ook toekomstige ongekende dreigingen kunnen worden aangepakt. Een belangrijk punt. De beste manier daarvoor is om te zorgen voor gepaste flexibiliteit. Dat doen we door de taakstelling van de diensten zo goed en breed mogelijk te laten weergeven. De onderwerpen waar de diensten onderzoek naar moeten doen, verschillen van tijd tot tijd en worden in de Geïntegreerde Aanwijzing, de GA, verder uitgewerkt. Op die manier kunnen de diensten ook dreigingen aanpakken die niet voorzien waren, mits dat dus bij de bestaansreden en de taken van de diensten past, namelijk de bescherming van de democratische rechtsstaat en daarmee ook de nationale veiligheid. Door middel van die aanpak kunnen toekomstige en ongekende dreigingen ondervangen worden in de taken van de diensten en is het niet nodig om de huidige taakomschrijving in de Wiv aan te passen. De heer Deen van de PVV vroeg: technologische ontwikkelingen gaan allemaal zo snel; is de minister het eens dat dit fundamenteel in de wet moet worden ondervangen en hoe maken we die wet zo toekomstgericht mogelijk en toch dynamisch? De wet is en blijft zo veel mogelijk techniekneutraal, juist om ook rekening te houden met toekomstige ontwikkelingen, ook in de technologie, die we nu nog onvoldoende kunnen voorzien en doorzien. Daardoor voorkomen we dat de wet snel achterhaald raakt. De commissie-Jones heeft geconstateerd dat open formuleringen soms leiden tot interpretatieverschillen. Dat maakt een wet minder voorzienbaar. Dat is een risico van techniekneutrale wetgeving. Daar kan gedelegeerde wetgeving soms een uitkomst voor bieden. De wet zelf blijft dan techniekneutraal, terwijl de gedelegeerde wetgeving de mogelijkheid biedt om daar technische uitwerkingen in te beleggen. Dus dat nemen we verder mee in het doordenken van hoe de wet eruit moet komen te zien. Mevrouw Helder van de BBB vroeg wat er nodig is om de door de commissie-Jones en de Algemene Rekenkamer genoemde knelpunten weg te nemen en wat er gedaan wordt om de nieuwe Wiv aan te laten sluiten bij de uitvoeringspraktijk. Het is belangrijk te onderkennen dat daaraan onvoldoende aandacht is besteed. Dat heeft de Algemene Rekenkamer destijds, bij de implementatie van de Wiv 2017, ook geconstateerd. Daarom is toegezegd dat er een uitvoeringstoets zal plaatsvinden door de diensten en de twee toezichthouders, zoals bij de tijdelijke wet ook is gebeurd. Die uitvoeringstoets zal komend jaar nog voor de consultatie gaan plaatsvinden. Daar zullen zowel de diensten als de toezichthouders bij worden betrokken. En dan ben ik door mijn eerste blokje heen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.