KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 21 nov 2024 · Tweede Kamer

Pensioenonderwerpen

Brontekst

Minister Van Hijum: Dank u wel, voorzitter. Ik dank de leden van de commissie voor hun vragen. Er zijn veel vragen gesteld over heel veel verschillende onderwerpen, dus ik zal u eerst inzicht geven in de thema's die ik heb onderscheiden en de volgorde waarin ik de beantwoording ga doen. Ook omdat dit de eerste keer is dat we met elkaar over dit belangrijke onderwerp van de pensioenen spreken, zal ik zo dadelijk eerst in algemene zin iets zeggen over het vertrekpunt van mij en van de regering. Daarna ga ik in op de vele vragen die begrijpelijkerwijs zijn gesteld over de voortgang van de Wtp, de Wet toekomst pensioenen. Daarbinnen zijn weer verschillende onderdelen te onderscheiden, namelijk de voortgang van de transitie, de koopkracht en de juridische analyse. Daarna ga ik in op de vragen die zijn gesteld over zzp, de witte vlek, dus de dekking in die doelgroep. In blokje drie komen de vragen over de RVU en duurzame inzetbaarheid. Dan zijn er een aantal vragen over de AOW en daarna is er nog een restcategorie, het blokje overig. Als u daarmee akkoord kunt gaan, zal ik beginnen met de korte algemene inleiding. Dit is inderdaad de eerste keer dat we elkaar spreken over het onderwerp pensioen, een onderwerp waaraan ik veel waarde en betekenis hecht vanuit het belang dat het heeft voor grote groepen mensen, voor gepensioneerden maar eigenlijk voor alle werkenden, voor alle mensen die willen voorzien in bestaanszekerheid op hun oude dag. Laat ik ermee beginnen dat wij in Nederland een pensioenstelsel hebben waar we trots op kunnen zijn. Volgens mij was u het, voorzitter, die naar het ibo Pensioenopbouw verwees. Daaruit blijkt ook weer nadrukkelijk dat wij een stevig stelsel hebben, met de AOW als volksverzekering en het aanvullend pensioen dat is gebaseerd op kapitaaldekking. Daarmee zorgen we echt voor een stevige basis voor de oude dag, gebaseerd op collectiviteit maar ook nog steeds op solidariteit tussen de generaties. Hoewel armoede een vraagstuk is dat altijd onze aandacht behoeft en nooit af is, zien we gelukkig ook dat de armoede onder ouderen in Nederland relatief laag is. Ons stelsel is ook minder kwetsbaar voor vergrijzing dan stelsels in andere landen. Daar heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onlangs weer op gewezen. Zij zeiden dat als je Nederland vergelijkt met andere landen in Europa, Nederland een stuk toekomstbestendiger is als het gaat om de financiële opgave waar wij voor staan. Die is groot in alle landen die vergrijzen, maar Nederland is een stuk toekomstbestendiger. Ik denk dat we hier allemaal, zonder uitzondering, hechten aan die toekomstbestendige oudedagsvoorziening. Een belangrijk punt is dat we in het stelsel dat we hebben gekozen, blijven uitgaan van de elementen collectiviteit, solidariteit en ook risicodeling tussen deelnemers, jong en oud. Dat blijft ook het fundament onder het stelsel. Een aantal van u heeft ernaar verwezen dat de nieuwe Wet toekomst pensioenen een jaar geleden in werking is getreden. De eerste fondsen varen inderdaad over een aantal weken in in het nieuwe stelsel. Dat zijn er een of twee, in ieder geval één. Het tweede heeft zich enthousiast aan de poorten gemeld. Volgens mij is de beschikking nog niet definitief binnen, of al wel? Ik hoor dat men die deze week verwacht. In die zin zijn er dus twee fondsen bekend die overgaan. Dat zijn er inderdaad misschien iets minder dan aanvankelijk verwacht, maar dat laat ook zien dat het een ingrijpende, ingewikkelde operatie is waarvoor heel veel zorgvuldige voorbereiding nodig is. De komende jaren zullen miljoenen Nederlanders en tal van fondsen met deze transitie te maken krijgen. Ik realiseer me heel goed dat de wet niet zonder slag of stoot tot stand is gekomen en dat er ook in de Kamer misschien nog steeds verschillende opvattingen leven over de vraag of dit wel of niet een gelukkige zet is geweest. Dat mag. Daar is in het hoofdlijnenakkoord ook aan gerefereerd. Het is een vrije kwestie geweest. Maar het is ook de realiteit, zoals ik een aantal van u heb horen zeggen, dat deze wet er is en dat er voor mij als minister, die hier namens de regering zit, een opdracht ligt om de wet uit te voeren en ervoor te zorgen dat er een goed voorbereide, zorgvuldige en gecoördineerde uitvoering plaatsvindt. Overigens wijs ik er nog even op dat dit een langslepende discussie is. Al toen ik in uw Kamer mocht zitten, waren er discussies over een toekomstbestendig pensioen. Daarna hebben we het pensioenakkoord gekregen. Er is lang en zorgvuldig en uitgebreid gediscussieerd over de wetgeving. Uiteindelijk is er een wet gekomen die in ieder geval uitdrukking gaf aan een brede wens, namelijk eerder perspectief op een koopkrachtig pensioen — ik zal daar zo dadelijk nog even op ingaan — een transparanter en persoonlijker pensioen en een pensioen dat beter aansluit bij de moderne arbeidsmarkt. Een aantal van u wijst erop dat die doelen nu al niet worden gehaald of niet lijken te worden gehaald. Dat beeld deel ik niet. Ik zou ook willen vragen om op voorhand een beetje terughoudend te zijn met dat beeld. Dat is in de eerste plaats omdat we nog niet eens in het nieuwe stelsel zitten en dus ook nog niet weten hoe het in de praktijk uitpakt. We kunnen wel zien hoe de wet werkt. De wet werkt als volgt. In het nieuwe stelsel kunnen en mogen kleinere buffers worden aangehouden, waardoor rendementen eerder ten goede kunnen komen aan de pensioenen van deelnemers en gepensioneerden.

Versie dc072faf0bd778b8d8669942a42cd541ca8ec96095146d9eb06cc2b91b5207c7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 0970f114ce2d1315

13 okt 2026 · 809dae7fe2399872

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.