KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 21 nov 2024 · Tweede Kamer

Pensioenonderwerpen

Brontekst

De heer Flach (SGP): Voorzitter, dank u wel. Er staan vandaag weer een heleboel pensioenonderwerpen op de agenda. Ik zou willen beginnen met de zware beroepen. Het is goed dat er nu eindelijk een akkoord ligt. Het kostte zelfs veel moeite om aan tafel te komen. Ik heb nog wat vragen over het resultaat. Allereerst zijn er afspraken gemaakt over de voortzetting van de RVU-vrijstelling. Dat vindt de SGP heel positief. Wat zijn de kosten van die voortzetting? Hoe is de dekking precies onderbouwd? Die wordt geregeld door een verhoging van het RVU-heffingspercentage en de Aof-premie. Misschien kan de minister daar een verdere onderbouwing van geven. De afspraken over duurzame inzetbaarheid komen echter pas in mei volgend jaar. Dat is een belangrijke koppeling waaraan we moeten vasthouden, want beide sporen zijn hard nodig. Gaat de uitbreiding van de RVU niet door als er geen akkoord komt over duurzame inzetbaarheid? Ik zeg dit vooral omdat er voor de RVU al wel concreet iets ligt, maar voor duurzame inzetbaarheid nog niet. Daar is veel uitzoekwerk voor nodig. Dat wordt nog uitgewerkt en onderzocht. Wat is hier concreet over afgesproken? Deelt de minister onze inzet dat juist duurzame inzetbaarheid enorm belangrijk is? Volgens mij is het ook heel goed dat er afspraken zijn gemaakt over een meer gerichte invulling van de RVU, zodat we mensen met een zwaar beroep echt kunnen helpen. Het is goed dat de minister hierover jaarlijks gaat rapporteren. Voorzitter. Dan een ander onderwerp. De SGP heeft veel gesproken over het nabestaandenpensioen en dan specifiek over de vrijwillige voortzetting daarvan. In een recente brief van 8 november ging de minister daarop in. Er ligt namelijk nog een toezegging dat onderzocht zou worden of met meer gegevensuitwisseling schrijnende gevallen kunnen worden voorkomen. In het voorjaar van volgend jaar komt de minister met de resultaten van dat onderzoek. U zult begrijpen dat ik die met interesse tegemoetzie. Tijdens het commissiedebat over pensioenen in april vroeg ik aandacht voor de pensioenopbouw bij zelfstandigen. Wat de SGP betreft worden de mogelijkheden daarvoor verruimd op vrijwillige basis; vandaar ook mijn aangenomen motie, samen met de VVD, om concrete opties in kaart te brengen. De minister geeft aan dat het kabinet geen aanleiding ziet voor aanvullende acties. Waarom worden er geen concrete beleidsopties voorgesteld, zoals verzocht in de motie? Ik weet dat er door de pensioenwet ruimte is voor experimenteerwetgeving, maar daarvan wordt tot op heden eigenlijk nog geen gebruik gemaakt. De gevolgen daarvan kunnen we dus niet afwachten. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat er wel wordt gebruikgemaakt van deze experimenteerwetgeving? Voorzitter. In de brief van 8 november wordt ook ingegaan op de motie van de heer Aartsen over het beleggingsbeleid van pensioenfondsen, die ik destijds mede heb ingediend. De minister geeft aan dat er geen aanpassing van regelgeving nodig is en dat er geen aanleiding is voor aanscherping. Ik vind dat mager, want in de brief wordt aangegeven dat fondsen beleggen in het belang van deelnemers. Hier wordt vrijwel direct aan toegevoegd dat dit dus ook betekent dat er in bepaalde sectoren moet worden geïnvesteerd. Hoe gaan we, al dan niet met de huidige wetgeving, ervoor zorgen dat pensioenfondsen puur het financieel belang van deelnemers voor ogen houden en niet een activistisch of ideëel doel nastreven? De AOW-leeftijd blijft, zoals mijn collega al aankaartte, op 67 jaar en 3 maanden. Dat komt doordat de levensverwachting minder hard stijgt dan verwacht en zelfs daalt ten opzichte van de prognose van vorig jaar. Als de levensverwachting daalt, kan de AOW-leeftijd volgens de huidige berekening niet dalen. Deze kan alleen stijgen. De minister geeft in de brief aan dat als er voor langere tijd een daling zou worden voorzien, een andere systematiek kan worden overwogen. Waarom wordt dat niet gewoon mogelijk gemaakt? Dat is alleen een technische exercitie; de AOW-leeftijd daalt er niet door. Volgens mij moeten we er gewoon voor zorgen dat het wel mogelijk is. Voorzitter. Over een paar weken is het zover: dan zullen maar een paar fondsen invaren in het nieuwe stelsel. In de praktijk lopen fondsen aan tegen de interpretatie van wetgeving en tegen juridische knelpunten. Fondsen, maar bijvoorbeeld ook toezichthouders zoals De Nederlandsche Bank, willen vooraf zo veel mogelijk duidelijkheid en willen het ook goed doen. Tegelijkertijd is het wel nodig dat er knopen worden doorgehakt als er wordt ingevaren. De regeringscommissaris stipt dit punt ook aan. De minister zegt dat hij dat probleem ook ziet. Welke concrete maatregelen neemt hij hierop? Tot zover, voorzitter.

Versie dc072faf0bd778b8d8669942a42cd541ca8ec96095146d9eb06cc2b91b5207c7 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.