KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 30 jun 2025 · Tweede Kamer

Raming der voor de Tweede Kamer in 2026 benodigde uitgaven, alsmede aanwijzing en raming van de ontvangsten

Brontekst

De heer Bikkers (VVD): "Dramatisch" is in the eye of the beholder. "Dramatisch" is de kwalificatie van de heer Grinwis. Ik zie wel hele grote verschillen. Ik heb een wetsvoorstel in de senaat mogen verdedigen dat ook in het coalitieakkoord stond. Ik kreeg daarbij uitgebreide ambtelijke ondersteuning. Ik heb soms binnen hetzelfde departement tegengestelde ervaringen. Een wetsvoorstel waar de minister niet heel erg blij mee was — dit ging over een vorig kabinet — kreeg gewoon summierdere ondersteuning dan een wetsvoorstel waar men blij mee was. Bij amendementen geldt dit natuurlijk iets minder, maar daarbij hangt het er wel van af of de wetgevingsambtenaren ook nog ergens anders mee bezig zijn. Het gaat dus niet alleen maar om politieke opportuniteit en de verhouding tussen de oppositie en de coalitie. Ik was de vorige periode namelijk onderdeel van de coalitie. Het is dus niet per se moedwillig, maar we hebben wel een positie van afhankelijkheid, waar we ons bewust van moeten zijn. Daarmee geven we het lot van waar we zelf aan werken volgens mij uit handen. Dat geldt dus ook voor de expertise en deskundigheid. Afgelopen week heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid toch iets over de Tweede Kamer geschreven: Ruimte voor een deskundige Tweede Kamer. Die zegt het ook: "De uiteindelijke beslissing over de informatiepositie van het parlement ligt formeel en feitelijk bij het kabinet." Dat is voor artikel 68 natuurlijk sowieso zo, maar we zouden toch wat beter moeten opkomen voor onze eigen rechten. Dat is deels ook de ambtelijke ondersteuning en fractieondersteuning die we nodig hebben. Die zijn uitgebreid, maar blijven in vergelijking met andere Europese landen nog steeds zeer beperkt. Dat zegt ook de WRR wederom. Het zou wat mij betreft ook niet onlogisch zijn om die uit te breiden. Dat is een van de weinige zinnen uit het hoofdlijnenakkoord waar ik dus inderdaad wel heel enthousiast over was. Tegelijkertijd denk ik niet dat het de bedoeling was van het hoofdlijnenakkoord dat het daarbij alleen maar zou gaan om die miljoenen om de drie extra ministeries te accommoderen in de organisatie. Ik hoor overigens graag wat er met het geld dat nu is toegevoegd aan de Raming gebeurt als die commissies bij een volgend kabinet weer zouden worden afgeschaft. Ook het Presidium leunt in de beantwoording wel erg sterk naar achter als het gaat om die zin in het hoofdlijnenakkoord. Als ik het goed begrijp — ik hoor dat graag van de Kamervoorzitter — wacht het af wat wij met die zin willen. Laten we voordat we extra geld uittrekken vooral ook kijken naar de invulling van de formatie, want ik merk dat de rolopvatting ons als instituut ook nog wel aan kracht zou kunnen laten winnen. Dan bedoel ik: hoe proactief mogen mensen van Bureau Wetgeving, van de Griffie of van de Dienst Analyse en Onderzoek zijn? Moeten ze neutraal zijn, zonder iemand aanstoot te geven, of moet het pluriform zijn? Ik heb bijvoorbeeld jarenlang de Eurogroep Ecofin-debatten mogen doen. Collega Tony van Dijck van de PVV had er altijd wat aan en ik had er ook altijd wat aan, want er zat voor elk wat wils in. Als je neutrale advisering doet, dan wordt het al een stuk minder interessant voor alle Kamerleden. Wat is de mindset, de rolopvatting, die aan medewerkers wordt meegegeven? Wat willen we daar precies mee? Ik hoor graag vanuit het Presidium wat hun inschatting daarbij is. Wat moedigen we aan en wat remmen we af? Het is extra relevant omdat een kwart van de ondersteuning uiteindelijk naar fracties gaat en driekwart naar de ambtelijke ondersteuning, waarbij een deel "ambtelijk" wordt genoemd maar eigenlijk ook gewoon politiek is en bij het primaire proces hoort, en een deel echt ambtelijk is. Laten we kijken of we daar ook iets kunnen doen. Ik hoor dus graag de opvatting van de Kamervoorzitter, want volgens mij ligt er echt nog ruimte om ons als instituut sterker te maken door dat beter op te pakken en er een gezamenlijk beeld bij te hebben. Dan kom ik bij de amendementen. Collega Bikkers had het daar ook al over en collega Van Nispen trouwens ook. Soms moeten we heel lang wachten tot er amendementen komen van Bureau Wetgeving, zeker als we juist proberen er vroeg bij te zijn en bijvoorbeeld in een vroege fase een rondetafelgesprek organiseren. Je wil dat het amendement er dan al ligt, zodat er ook door experts op kan worden gereageerd, maar dan is Bureau Wetgeving begrijpelijkerwijs nog bezig met het debat van morgen, waarvoor door collega's twee dagen ervoor 25 verzoeken zijn ingediend. Ik zeg het spreekwoordelijk. Als je vlak voor die debatten allemaal tegelijk naar de uitgang rent, dan is geen deur breed genoeg. Wat kunnen we doen om die organisatie beter in te regelen? Hoe ziet het Presidium dat? Wat moeten Kamerleden anders doen en wat kan er binnen Bureau Wetgeving anders georganiseerd worden? Volgens mij hebben we in een eerdere werkgroep ook gezegd: dien ze gewoon zo vroeg mogelijk in, het liefst voor de plenaire behandeling. Dat lijkt mij nog steeds een hele goede. Ik sluit me dus ook van harte aan bij de adviezen van de werkgroep-Kamminga om als norm te hanteren dat er pas de tweede dinsdag daarna over wordt gestemd.

Versie 8958a0a5f3d36b5f17a20ebc62e1fe648bf3c4a9418491fac20e2f884ba48d85 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.