KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 20 mei 2026 · Tweede Kamer

Mensenhandel en prostitutie

Brontekst

Minister Van Weel: Dit valt buiten de scope van mijn verantwoordelijkheden, tenminste tegenwoordig. Toen ik nog als opvolger van mevrouw Faber fungeerde, had ik die verantwoordelijkheid wel. De Kamer heeft onlangs aandacht gevraagd voor mensensmokkelnetwerken, ook in relatie tot azc's. Daar houdt dit verband mee. Er is een brief over toegezegd. Ik zal uw specifieke vragen over de vluchten daarom graag doorgeleiden naar de collega, zodat hij die kan meenemen in die brief. Voorzitter. Dan mensenhandel, waar ik ook een korte inleiding over heb, vervolgens een blokje actieplan, governance, waar veel vragen over zijn gesteld, de opsporing en tot slot een kort blokje overig. Ik zal mijn best doen om zo veel mogelijk tijd over te laten voor mijn collega voor de vragen over de opvang. Voorzitter. Mensenhandel is een van de meest schrijnende vormen van criminaliteit. Het doet grove afbreuk aan de waardigheid van de slachtoffers en ondermijnt onze samenleving. Het is daarom van belang om de slachtoffers te beschermen, maar tegelijkertijd de daders hard aan te pakken. We kunnen dat alleen in gezamenlijkheid doen. De afgelopen jaren is er een echt stevige basis gelegd voor deze samenwerking in het programma Samen tegen Mensenhandel. De coalitie heeft ook uitgesproken dat we dit programma de komende jaren gaan voortzetten. Het Versterkt Actieplan programma Samen tegen Mensenhandel is in juni 2024 met uw Kamer gedeeld. Daarin zijn zes actielijnen opgenomen die de aanpak de komende jaren moeten verbeteren. Twee keer per jaar informeer ik uw Kamer over de voortgang ervan. De aanpak van mensenhandel moet vooral voor slachtoffers werken. Als mensen slachtoffer zijn geworden van mensenhandel, hebben zij recht op bescherming, zorg en opvang. Op dit moment ervaren sommige slachtoffers drempels om in gesprek te gaan met de opsporingsdiensten, omdat ze geen vertrouwen hebben in of heel slechte ervaringen hebben met de politie in hun land van oorsprong. In het actieplan wordt bekeken of dit anders kan, of een andere partij het eerste gesprek met het slachtoffers kan voeren en daarbij de geringste aanwijzing, zoals we dat noemen, zou kunnen vaststellen. Dit zou moeten helpen om de slachtoffers beter te beschermen, maar ook om ze eerder in beeld te krijgen. Daarnaast is de uitbreiding van de modernisering van wetsartikel 273f van het Wetboek van Strafrecht, door een aantal van u al genoemd, een belangrijke stap voorwaarts in de aanpak van mensenhandel. Met deze uitbreiding wordt het artikel toegankelijker en wordt de strafrechtelijke aansprakelijkheid ten aanzien van arbeidsuitbuiting verruimd. Dit is hard nodig, want een heleboel zaken die strafwaardig zijn, kunnen nu nog niet worden aangepakt. Ik hoop dan ook dat ik snel met de Eerste Kamer in debat kan over dat wetsartikel. Voorzitter. Dan kom ik bij het actieplan. Wat kun je bereiken met 2,5 miljoen? Met 2,5 miljoen kun je niet heel veel bereiken. Het is ook niet het doel van die 2,5 miljoen om de totale aanpak van mensenhandel te financieren; die aanpak omvat immers vele tientallen miljoenen, zo niet meer. Het bedrag is echter wel ingebed in de verschillende organisaties die voor die aanpak verantwoordelijk zijn. Zowel politie als OM als de opvang beschikken over inherente financiële middelen om hun taken op het gebied van mensenhandel te kunnen aanpakken. Waar het mijn verantwoordelijkheid betreft, dus OM en politie, kom ik straks nog terug op wat dit specifiek betekent. De 2,5 miljoen is ervoor bedoeld om het overkoepelende deel van het actieplan erbovenop te kunnen zetten. Dat is dus het geld dat nodig is om het actieplan te kunnen laten draaien, om daar coördinatie op te kunnen voeren, et cetera. Ik kom zo meteen terug op die coördinatie. Met het actieplan en die 2,5 miljoen kan er bijvoorbeeld bewustwording worden gecreëerd in al die verschillende organisaties zodat er in de eerste lijn meer herkenning is door de professionals. Dan de heer Van den Brink. Ik noemde net al de geringste aanwijzing. Hij vroeg wat je doet met de aanknopingspunten. Wat doe je als er zachte signalen zijn dat er mogelijk sprake is van mensenhandel of uitbuiting, maar er te weinig aanknopingspunten zijn om daarop verder door te pakken? Bij de geringste aanwijzing kunnen opsporingsinstanties aan slachtoffers een bedenktijd bieden. Het criterium voor "de geringste aanwijzing" is bewust heel laagdrempelig opgesteld, om er zo voor te zorgen dat zelfs bij heel zwakke signalen al meteen dat aanbod kan worden gedaan. Met het aanbieden van de bedenktijd op dat moment bestaat al de toegang tot hulp en opvang voor de slachtoffers. Ook kunnen zij in die bedenktijd nadenken of ze daadwerkelijk aangifte willen doen. Als slachtoffers geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben, denk aan de voorbeelden die de heer Van den Brink zelf noemde, zoals mensen uit Latijns-Amerika, hebben zijn een termijn van drie maanden. Voor Dublinclaimanten is dat een termijn van een maand. Ik had het zojuist over een gebrek aan vertrouwen of slechte ervaringen in het land van herkomst, op basis waarvan de drempel richting opsporingsinstanties nu soms te hoog is. We kijken daarom nu of we naast de politie, de KMar en de NLA een vierde partij kunnen aanwijzen in het zorgdomein die ook die geringste aanwijzing zou kunnen vaststellen, om zo hopelijk de drempel voor een slachtoffer om aangifte te doen of het verhaal te doen te verlagen. We kijken daarnaast ook of er andere manieren zijn om buiten het strafrecht om slachtoffers van mensenhandel te identificeren zodat zij opvang en ondersteuning krijgen op het moment dat zij daar recht op hebben voor de langere termijn. In landen die al gebruikmaken van zo'n systeem is te zien of het zicht op slachtoffers wordt vergroot. Ik ga ervan uit dat de collega daar ook nog iets over zal zeggen in het kader van de opvang. De heer Mohandis vroeg of er een nationaal verwijsmechanisme komt voor slachtoffers. Ja, dat hebben we al in Nederland. Op basis daarvan kunnen slachtoffers verwezen worden naar passende zorg en opvang. Hulporganisaties zoals CoMensha en Slachtofferhulp Nederland spelen hier een belangrijke rol in. De herziene EU-Richtlijn mensenhandel stelt wel nadere eisen aan zo'n verwijsmechanisme. Het implementatievoorstel daarvan wordt binnenkort in uw Kamer behandeld. We kunnen er dan nader op ingaan. Mevrouw Faber vroeg hoe het zit met hulpverleners die zich verschuilen achter een geheimhoudingsplicht bij signalen van mensenhandel. In het kader van actielijn 5 van het actieplan wordt er gewerkt aan een handreiking voor gegevensdeling bij vroegsignalering bij alle ketenpartners. Ook hulpverleners vallen hieronder. Deze handreiking moet dit jaar nog gereed zijn, inclusief een beschrijving van de juridische basis om die informatie wél te kunnen delen, zodat professionals ook een bijdrage kunnen leveren aan de aanpak van mensenhandel. Op basis van de analyse zullen we ook kijken of er nog aanpassingen nodig zijn in wet- en regelgeving om die gegevensdeling nog verder mogelijk te maken. Eind dit jaar wordt dit ook uitgerold richting de professionals. Mevrouw Belhirch vroeg of de huidige aanpak van preventie in bredere zin tekortschiet. Welke maatregelen gaan we nemen om jongeren bijvoorbeeld te beschermen tegen criminele uitbuiting? Met mijn antwoord op deze vragen zou ik een heel debat kunnen vullen, want het is een van mijn grootste zorgen dat wij jongeren zien, soms zelfs maar 10 jaar oud, die worden ingezet door criminele netwerken om van alles te doen: het plegen van aanslagen op bijvoorbeeld joodse instellingen, het uithalen van containers, het plaatsen van cobra's bij willekeurige mensen voor de deur. Dit is een enorm probleem dat vraagt om een heel brede aanpak die je niet alleen maar kunt doen met repressie of met handhaving. We hebben een aantal programma's waarmee we in ieder geval een deur openen naar deze jongeren; Keerpunt en Chat met Fier werden al genoemd door enkelen van u. Dat zijn twee programma's waar we vanuit mijn ministerie aan werken. We willen ook een campagne inzetten voor bewustwording en inzet bij professionals, om te kunnen zien wanneer jongeren mogelijk onder invloed staan. Ik heb zelf de campagne Vreemd of verdacht? gelanceerd, waarin handvatten worden gegeven aan ouders die mogelijk verdacht gedrag zien bij hun kinderen om in een vroegtijdig stadium aan de bel te trekken. Ten slotte Preventie met Gezag, een van de programma's waar soms veel commentaar op komt, maar in dit geval gelukkig niet, vanuit de Nationaal Rapporteur Mensenhandel. Ik heb zelf in heel veel van de 27 gemeenten meegelopen met dit programma, dat een heleboel aspecten heeft, van het inrichten van buurthuizen, het hebben van laagdrempelig contact met de politie, tot het helpen van mensen om hun leven weer op de rit te krijgen, allemaal om jeugdcriminaliteit te voorkomen. Ik geloof in dat programma, omdat ik denk dat we hier een enorme opgave hebben om het tij te keren. Er was nog een vraag over jongeren in de asielketen. Er worden trainingen gegeven aan professionals in de asielketen zodat ze deze signalen kunnen herkennen. Er is ook een actielijn binnen het actieplan om minderjarige slachtoffers beter te beschermen. Daarmee hopen we ook binnen de keten die vroegsignalering, die zo belangrijk is, te krijgen. Zoals gezegd komt er over de mensensmokkelnetwerken en aangelegen onderwerpen nog een brief van de minister van Asiel en Migratie. Dan kom ik bij de governance. U heeft daar heel veel vragen over gesteld, maar u ziet dat ik daar slechts twee blaadjes antwoord op heb. Dat is omdat we nu een aantal signalen hebben gekregen, waaronder een van de Nationaal Rapporteur over wat er volgens haar moet verbeteren aan de governance en de coördinatie. Sinds april hebben we ook het rapport van het WODC, waarin een aantal aanbevelingen worden gedaan voor een betere coördinatie op dit vlak. Ik pak die handschoen op en ik neem deze signalen serieus. Ik ben ook bezig met mijn reactie op hoe ik die governance in ga vullen, maar die heb ik nog niet gereed. Ik verwacht die wel voor de zomer nog aan uw Kamer te kunnen toezenden. Daarin ga ik dus nader in op de diverse aanbevelingen van het WODC. Ik zie mijzelf als de nationale coördinator in politieke zin. Die handschoen pak ik op en die verantwoordelijkheid zal ik dragen. Maar ik kom bij uw Kamer terug op hoe we dat in de governance verder gaan inrichten.

Versie b55c002af8ae6fde607bd3b3765d94080cd6ce1c9a8171b011c35965a8ee6a9e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.