statement · 12 feb 2025 · Tweede Kamer
Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1) (36332)
Brontekst
De heer Ceder (ChristenUnie): Ik zal opnieuw beginnen, voorzitter. Voorzitter. De ChristenUnie heeft altijd gezegd dat arbeidsmigratie, vooral van buiten de EU, een sluitstuk van de arbeidsmarkt moet zijn. Tegelijkertijd zien we dat zowel Nederland als de EU de komende decennia voor grote demografische uitdagingen staan: een snel toenemende vergrijzing, een steeds verder inkrimpende beroepsbevolking en een toenemende ouderenafhankelijkheidsratio. Dit brengt de groei en het concurrentievermogen van de EU in gevaar. Tegelijkertijd moet de EU met andere grote economieën concurreren om mensen met talent aan te trekken. Dit zijn grote vragen, waar het kabinet zich toe moet verhouden. Mede om die reden is de bluecard geïntroduceerd. De Europese wetgever heeft geconstateerd dat het huidige immigratiestelsel van de EU voor hooggekwalificeerde werknemers onvoldoende is toegerust om de huidige en toekomstige uitdagingen aan te gaan. Met de herziene richtlijn wordt geprobeerd een oplossing te bieden voor de steeds toenemende structurele tekorten aan hooggekwalificeerde arbeidskrachten. Met dit wetsvoorstel worden de beslistermijnen voor verblijfsaanvragen van houders van de Europese blauwe kaart of gezinsleden van deze houder geregeld. Voorzitter. Met enig gevoel voor understatement constateer ik dat deze versoepelingen totaal haaks staan op de grootschalige hervormingen waar we momenteel met het Asiel- en Migratiepact aan werken en waar het hier in de Kamer wekelijks over gaat. Ook de toon staat er totaal haaks op als het gaat om migratie. Dat roept bij mijn fractie ook grote vragen op, want terwijl de wetswijziging die voor ons ligt een beperkte wijziging van de beslistermijn inhoudt — en wij zullen voorstemmen — is het wel goed om met de minister te praten over dit deel van migratie. Die kans krijgen we namelijk niet vaak, aangezien we zo'n gesprek vaak met minister Van Hijum voeren. Maar deze minister is verantwoordelijk voor de Vreemdelingenwet en de regelingen en beperkingen die daaruit voortvloeien, en is ook verantwoordelijk voor de AMvB's die toch geruisloos verregaande maatregelen hebben voorgesteld en ingevoerd. En de uitgangspunten, die puzzelen mij wel, als ik eerlijk ben. Allereerst wil ik graag van de minister horen of het klopt dat het de doelstelling van deze minister is om meer hooggekwalificeerd personeel naar Nederland aan te trekken dan nu het geval is. Een aanzuigende werking dus. Het staat namelijk anders opgeschreven in het regeerakkoord, namelijk dat het het doel is om geríchter kennismigranten aan te trekken en niet om méér kennismigranten aan te trekken. In de memorie van toelichting en in de antwoorden op de partijen staat echter dat het doel wél is om meer hooggekwalificeerd personeel naar Nederland aan te trekken. Het kan niet beide waar zijn. In het regeerakkoord staat namelijk: "Het kabinet onderzoekt de effectiviteit en uitvoerbaarheid van verschillende varianten om de eisen van de kennismigrantenregeling te verhogen of aan te scherpen." Dat is juist niet gebeurd, bijvoorbeeld door de aanpassing van de salariscriteria als voorwaarde waaronder bedrijven als erkend referent worden aangemerkt. De salariscriteria zijn juist verlaagd. En het doel hiervan is volgens het kabinet dat men gerichter kennismigranten kan aantrekken, terwijl met het verlagen van deze criteria juist beoogd wordt om kennismigranten aan te trekken. Het klopt dus niet, of in ieder geval is het niet verenigbaar met elkaar. Gaat de minister uitleggen hoe deze wetswijziging, maar ook het verlaagde salariscriterium, tot een gerichtere aantrekking zouden kunnen leiden? Ik zie dat namelijk niet. Het lijkt dat er, door de drempels te verlagen, juist minder gericht gezocht wordt. Ik mis ook in het verhaal van de minister iets van een bandbreedte. Want wat wil de minister nu eigenlijk qua kennismigranten? Hoeveel? Waar stuurt zij op? Er zit geen sturing bij. Kan zij concrete cijfers of een concrete bandbreedte noemen? De ChristenUnie heeft al eerder per motie-Bikker c.s. gevraagd om een visie ten aanzien van de bandbreedte op arbeidsmigratie. Hoort dit aspect er ook bij, en wordt dit meegenomen? Want de ChristenUnie wil grip. Wij willen als soeverein land weten wie er in ons land binnenkomt. Wij willen best wel gastvrij zijn, maar wij willen dat wel weten, en het kunnen sturen op sectoren waarvan wij als overheid vinden dat het belangrijk is. En de mobiliteit binnen de EU vindt de ChristenUnie daaraan ondergeschikt, terwijl dat bij het bluecardstelsel een van de redenen is geweest om bijvoorbeeld tot een herijking te komen. Daarom kan bij uitstek een bandbreedte daarbij helpen. Maar ik zie nog geen poging van de minister om dit voor elkaar te krijgen. Sterker nog, het lijkt een voldongen feit. Ik hoorde ook een PVV-Kamerlid net zeggen: "Wat moet de minister doen? Europa wil dat, en zij heeft zich daar al bij neergelegd." De ChristenUnie niet. En ik wil ook actie zien. Sterker nog, ons gevoel is dat met deze regeling Nederland de komende tijd aantrekkelijker wordt gemaakt, in plaats van dat die juist afschrikt. Want het Asiel- en Migratiepact vormt een harmonisering voor alle landen in Europa. We zijn daar niet per se uniek in, maar we hebben wel dusdanige nationale criteria gevormd met het doel om extra talent aan te trekken. Dat staat haaks op de boodschap die dit kabinet uitdraagt naar de bevolking. Welk verhaal klopt? Is de focus van de minister dus op de verkeerde dingen? Ik overweeg een motie over die specifieke bandbreedte. Voorzitter. Het valt steeds op dat gezinsleden van kennismigranten vrij zijn om te werken. Zo! Mooi. En dat ook de inburgeringseisen voor hen niet gelden. Dat heeft de minister van AenM voor elkaar gekregen, om die uitzondering erin te zetten. Wij hebben al eerder gezegd dat integratie voor de ChristenUnie van essentieel belang is. Iedereen moet kunnen meedoen vanaf dag één, en taal is daarbij cruciaal. En als expats hier jaren kunnen wonen zonder Nederlands te hoeven leren omdat minister Faber hun die eisen niet oplegt en hen daarvan uitzondert, dan vinden wij dat een zeer onwenselijke ontwikkeling. Is de minister het ermee eens dat taal essentieel is en dat elke nieuwkomer die moet leren, of het nou een asielzoeker is, een statushouder, iemand die vlucht of hier komt werken, en moet inburgeren, en dat als die gezinsleden meeneemt, om welke reden ook, die ook de taal moeten leren? En ziet zij kans om ook gezinsleden alsnog een verplicht inburgeringstraject te laten doen en om de uitzonderingen te laten vervallen? Ook hierover overweeg ik een motie. Hoe staat het overigens met de uitvoering van de motie-Ceder om met werkgevers te bespreken hoe arbeidsmigranten, waaronder bluecardwerkers die langer dan vier maanden in dienst zijn, een taaleis op niveau A2 opgelegd kunnen krijgen, en indien nodig daarvoor een passende taaltraining onder werktijd aangeboden kunnen krijgen, als onderdeel van hun integratie? Voorzitter. De heer Van Nispen heeft het al aangekaart, en ik ook in mijn interruptie. De ChristenUnie heeft altijd gezegd dat arbeidsmigratie een sluitstuk moet zijn. We zijn er dus een groot voorstander van om eerst te kijken welke alternatieven al in Nederland zijn, voordat je mensen van buiten haalt. Als je de asielprocedure en de kennismigrantenregeling naast elkaar zet, valt het verschil ertussen wel heel erg op. Het is geen wetmatigheid. We hebben dit als Tweede Kamer met elkaar vastgesteld. Als je ze naast elkaar legt, kan er maar één conclusie mogelijk zijn: het deugt niet. Dit kabinet stelt de instroom te willen verminderen en is met de versobering bezig van vrijwel alle wetten en regelingen, maar trekt tegelijkertijd juist migratie aan, terwijl die evengoed een wissel trekt op het aantal huizen, op de zorg en op het onderwijs, als er gezinsleden komen. Hoe zit dat? Het kabinet stelt dat het vergaande voorstel voor uitstel van gezinshereniging te verdedigen valt als het gaat om asiel, maar heeft nauwelijks iets aan te merken op de relatief korte beslistermijn voor de aanvraag van gezinnen van migranten die hier komen om te werken. Hoe zit dat? De relatief korte beslistermijn voor gezinshereniging staat namelijk haaks op de vertraging die de minister wenst door te voeren voor asielzoekers, waardoor het soms wel jaren kan duren, terwijl het hier een kwestie is van tientallen dagen. Kan de minister aangeven waarom deze korte beslistermijn voor kennismigranten zo belangrijk en zo waardevol is? Wat zijn de gevolgen als het gezin van een kennismigrant langer moet wachten op duidelijkheid? Kan zij de psychosociale gevolgen daarvan schetsen? Is de minister van mening dat deze redenen ook van toepassing zijn op gezinnen van asielzoekers, of gelden voor hen andere psychosociale waarden of een ander mensbeeld? Ik hoor het graag. Voorzitter. Het valt de ChristenUnie tevens op dat het vluchtelingen, ook hoogopgeleide vluchtelingen, moeilijk wordt gemaakt om tot het arbeidsproces toe te treden. Dat is ook een groot verschil, terwijl de economie er baat bij zou kunnen hebben. Dus waarom doen we dat? Als hoogopgeleide asielzoekers succesvol een aanvraag voor een bluecard zouden kunnen doen, zouden ze in plaats van soms een paar jaar in de opvang te verblijven, die knelt, binnen een paar dagen in plaats van na maanden of soms jaren, duidelijkheid krijgen over legaal verblijf en aan de slag kunnen voor Nederland. Er zijn een aantal redenen waarom asielzoekers geen bluecard kunnen aanvragen, waaronder dat er een mvv moet worden afgegeven. Die krijgen ze niet, om die reden. Daarom loopt het spaak. Voorzitter. Mijn vraag aan de minister is of het klopt dat het geven van een mvv een Europese verplichting is. Of is het een nationale regel, en doen we ons daarom in economische zin pijn? Als het tweede het geval is en het een nationale maatregel is, vraag ik de minister wat daar de gedachte achter is. Waarom laten we hoogopgeleide vluchtelingen of asielzoekers niet bijdragen als zij verder aan alle voorwaarden voldoen waaraan iemand die niet een vluchtelingenachtergrond heeft en via een werkgever komt, voldoet, en die dezelfde aanvraag doet? Nederland heeft, zoals de minister zegt, een stevig tekort aan hooggekwalificeerd personeel. Tegelijkertijd houdt de huidige regelgeving hogeropgeleiden die al in Nederland zijn tegen om aan de slag te kunnen. Ik snap het niet. Ik zie graag de antwoorden tegemoet en overweeg ook een motie. Voorzitter. Naast asielzoekers zijn er in Nederland ook ongedocumenteerden die geen asielverleden hebben, maar wel hoogopgeleid zijn. Waarom? Omdat zij al die tijd in Nederland gewoon onderwijs genoten hebben. Zij mogen ook nooit ingezet worden. We weten allemaal — dat is een publiek geheim — dat deze mensen gewoon in Nederland werken, in Aalsmeer of in de schoonmaak bij mensen. We weten dat ze gewoon werken. Het is een publiek geheim, maar we doen er niets mee. Er wordt geen beleid op gemaakt, terwijl een aantal van hen de facto onder de bluecardregeling zou kunnen vallen, maar daarvoor is een mvv nodig. Waarom? Waarom nemen we het perspectief uit zicht? Het zou een hoop oplossen voor de mensen. Het draagt bij aan de economie, dus ik zie niet wat het probleem precies is. Of willen we dat een probleem in stand blijft, vraag ik.
Versie 382b9160f0926d46a4f08b88c9d0da5cf57d004ef8eeadff721c863a26f8d23f · Officiële bron.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.