KamerkringInloggen
Uitspraak

Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met verdere versterking van de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit (versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II) (36463)

24 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d98c5659f0616cdd · officiële bron

Minister Van Oosten: Voorzitter, dank u wel. Vandaag spreken we over het wetsvoorstel Versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II. Net als voor de voorgaande kabinetten heeft de aanpak van ondermijnende criminaliteit ook voor dit kabinet grote prioriteit. Ik herken dat overigens ook in de woorden van de aanwezige Kamerleden. De afgelopen jaren hebben we een brede basis gelegd voor een krachtige en gezamenlijke aanpak aan de hand van vier inhoudelijke prioriteiten: het voorkomen, het verstoren, het bestraffen en het beschermen. Die brede aanpak begint zijn vruchten af te werpen en daarom zetten we die onverminderd door. Daarbij zijn drie speerpunten benoemd: het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid, het tegengaan van corruptie en criminele inmenging en internationale samenwerking. Dit wetsvoorstel draagt daaraan bij. De meeste illegale activiteiten waar de georganiseerde criminaliteit bij betrokken is, zijn in Nederland inmiddels strafbaar. De strafmaten ervan zijn onlangs of worden binnenkort verhoogd. Denk bijvoorbeeld aan de illegale handel in drugs of het deelnemen aan een criminele organisatie en mensenhandel. Niettemin is het van belang om te voorkomen dat er in de wetgeving gaten ontstaan die door de georganiseerde criminaliteit kunnen worden misbruikt. Door actuele strafwetgeving kan voortvarend worden opgetreden tegen nieuwe kwalijke ontwikkelingen. Enkele jaren geleden is hiermee een goed begin gemaakt met de Wet versterking strafrechtelijke aanpak ondermijning I. Nu ligt het vervolg op tafel. Zoals menig Kamerlid hier ook al memoreerde: voor de mensen thuis is het wellicht een wat ingewikkeld te volgen wetsvoorstel, omdat het palet aan voorstellen nogal varieert van aard en omvang. Maar ik zeg tegen de heer Sneller: ze zijn allemaal betekenisvol om door te voeren en te realiseren, omdat ze allemaal weer een bijdrage leveren aan de aanpak van de georganiseerde criminaliteit. De heer Sneller heeft nog meer vragen gesteld, maar deze basisvraag haalde ik toch uit zijn opmerkingen. Ik ga echt mijn best doen, zodat u er allemaal mee gaat instemmen. Ik hoop dat u dat bij de stemming uiteindelijk ook gaat doen. Ik heb een paar blokjes. Ik begin met de spoedbevriezing FIU. Dan kom ik bij de hoofdelijke aansprakelijkheid. Dan bij de verborgen ruimten. Vervolgens kom ik bij ontzetting uit ambt/beroep. Dan bij de wraking, gevolgd door de boetecategorie. Ten slotte heb ik nog het blokje overig. De spoedbevriezing. De heer Six Dijkstra heeft de vraag gesteld hoe de toepassing van de spoedbevriezingsbevoegdheid door de FIU er in de praktijk uitziet. De FIU-Nederland zal bij aanwijzingen van witwassen of terrorismefinanciering een bank verzoeken om een transactie tijdelijk niet uit te voeren. Banken moeten daar direct gevolg aan geven. Het kan gebeuren dat de uitvoering van transacties niet kan worden voorkomen, bijvoorbeeld bij instant payments, omdat dat natuurlijk secondewerk is. U refereerde daar ook aan in uw bijdrage. Het gevolg is dan wel dat een bank het bedrag waarom het gaat, moet blokkeren op de rekening. Als er niets meer op de rekening staat, vis je achter het net. Maar in principe wordt dat bedrag vastgezet. Overigens gaat de Europese richtlijn voor een deel hetzelfde regelen, alhoewel daar wel een verruiming in zit. Het ziet onder meer op andere instellingen dan specifiek de banken. Een aantal van u stelde daar ook vragen over. Ik kom daar dadelijk nog even op terug. Maar voor de goede context nog even het volgende. Dit wetsvoorstel wacht al bijna twee jaar op behandeling. Als het allemaal meezit, zijn we anderhalf jaar verwijderd van de implementatiewet die de richtlijn uit Europa gaat implementeren. Daardoor voelt het een beetje als: moeten we niet van alles nog toevoegen aan deze wet, wat ook op ons pad gaat komen met die richtlijn? Ik zou het advies willen geven — en dan preludeer ik even op het amendement waar ik dadelijk nog apart op terugkom — om de resterende periode ervoor te zorgen dat de banken hier goed mee overweg kunnen, dat de praktijk erop is voorbereid, dat we aan de slag gaan en dat we ook voorbereid zijn op de implementatie van de Europese regels. De heer Six Dijkstra vraagt ook of iemand met een spoedbevriezing informatie kan aanleveren om de legitimiteit van de transactie te waarborgen. Dat raakt aan het amendement waar ik dadelijk nog even op terugkom. Hij vraagt ook of de cliënt de mogelijkheid krijgt om bij een spoedbevriezing bewijsmateriaal aan te leveren, waaruit blijkt dat er sprake zou zijn geweest van een legitiem doel. Om te beginnen gaat de FIU dit niet lichtzinnig toepassen. Dat zeg ik in de eerste plaats. De FIU heeft de bevoegdheid en de kennis om tot die spoedbevriezing over te gaan. Het wetsvoorstel geeft de bank in dat kader bewust geen mogelijkheid of eigenstandige bevoegdheid om dat te weigeren of op te heffen. Het is namelijk juist aan de FIU om dat te bepalen. Het heeft feitelijk ook niet echt zin als de cliënt dan aan de bank extra informatie geeft. Daarin voorziet de wet ook niet.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 262073483d4015e2

13 okt 2026 · 6d8c87da5b9627c5

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.