KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (Implementatiewet herziene Europese richtlijn milieucriminaliteit) (36876)

12 okt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c186340215f3faaa · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

De heer Sneller (D66): Dank u wel, voorzitter. De schade door milieucriminaliteit in Nederland wordt geschat op ongeveer 5 miljard euro per jaar. Vaak wordt milieucriminaliteit nog gezien als een slachtofferloos delict, en ik denk dat dat onterecht is. Zowel vanwege de intrinsieke waarde van de natuur als de intrinsieke ellende die door milieucriminaliteit wordt veroorzaakt, maar ook in andere zin, zijn er wel degelijk slachtoffers; dat kunnen bedrijven zijn die het wél netjes doen en dus te maken krijgen met een ongelijk speelveld of het kan gaan om de verbondenheid met de georganiseerde criminaliteit, zoals we ook in de Dreigingsbeeld Milieucriminaliteit van het Openbaar Ministerie steeds weer kunnen lezen. Het is dan ook niet voor niets dat het Openbaar Ministerie schrijft dat dit wetsvoorstel een fundamentele koerswijziging is. Voor het eerst, zo schrijven zij, "wordt het strafrecht gebruikt om het milieu als zelfstandig rechtsgoed te beschermen". Ik denk dat dat goed is, want het is belangrijk om steviger op te treden tegen milieucriminaliteit. Dit wetsvoorstel is wat mij betreft dan ook een stap in de goede richting, zowel vanwege de effectievere en afschrikwekkendere aanpak van milieucriminaliteit als vanwege de strafmaten en strafbepalingen, maar ook met het oog op wat daarvoor wordt georganiseerd en waar de richtlijn toe verplicht. Ik kom daar zo meteen verder op. Voorzitter. Tegen de achtergrond dat ik positief ben over dit wetsvoorstel, zal ik mijn twee amendementen goed toelichten. Het eerste is het amendement op stuk nr. 9. Het ging al kort over de zogenaamde licence to pollute, oftewel een vergunning om te lozen of op een andere manier te vervuilen. Die mag natuurlijk niet verworden tot een vrijbrief voor vervuiling. Soms is dat wel het geval, bijvoorbeeld als er nieuwe wetenschappelijke inzichten aan het licht komen over de schadelijkheid van bepaalde stoffen of als later blijkt dat de stoffen toch schadelijker zijn. Dat levert namelijk uiteindelijk nog steeds een prijskaartje op voor milieu en economie; ik heb alle schade zojuist genoemd. Tegelijkertijd is er de administratieve afhankelijkheid. Daar werd terecht de vinger al bij gelegd. Je wil ook een bepaalde mate van rechtszekerheid kunnen ontlenen aan het hebben van een vergunning van de overheid. Ik ben het er helemaal mee eens dat het in eerste instantie natuurlijk aan de overheid is om eventueel te herbeoordelen. Ik dank de minister ook voor zijn beantwoording van de schriftelijke vragen op dat punt. Ik ben ook blij dat er in het kader van die Actieagenda Industrie en Omwonenden ook wordt gekeken of er een vast herbeoordelingsmoment nodig is, maar ik denk dat het, juist ook vanwege die rechtszekerheid, belangrijk is om daar ook in de wet meer details over te geven en niet te volstaan met open termen. Dat is overigens iets wat de omgevingsdienst bij monde van Milieudienst Rijnmond ook voor de uitvoeringskant op prijs zou stellen. Ik hoop dus met dit amendement verduidelijking en explicitering aan te brengen in het wetsvoorstel. Hetzelfde geldt voor het andere amendement, op stuk nr. 8. Dat gaat over de termen "wijdverbreid" en "langdurig", die al even werden gekwalificeerd als open termen. In de nota naar aanleiding van het verslag en in de memorie van toelichting wordt er wel nader op ingegaan, maar ik denk dat het nuttig is om dat in de wet zelf op te nemen. Ik heb daar een voorstel voor gedaan, ook leunend op wat er internationaal voor gebruikt wordt. Voorzitter. Ik zei het al: we moeten niet alleen de strafmaten en de strafbepalingen bij de tijd brengen. Zoals de Rekenkamer onder andere in 2021 terecht zei, is het nu ook vaak handhaven in het duister. In dat onderzoek van destijds ging het soms over bedrijven die onder zes verschillende aliassen geregistreerd zijn bij verschillende instanties die belast zijn met de opsporing en de handhaving, waardoor bedrijven vrijuit gaan omdat bepaalde inspecties niet bij elkaar opgeteld worden. Ik denk dus dat het belangrijk is dat er ook randvoorwaarden in dit wetsvoorstel beschreven worden — het zijn natuurlijk geen wetsartikelen — die gecreëerd kunnen worden om de pakkans te verhogen. Mevrouw Straatman zei dat ook al. Ik denk dat dat hard nodig is, want de commissie-Van Aartsen zei dit al in maart 2021, en ook de moties die ik daarover in juni 2022 met collega Hagen heb ingediend moeten worden uitgevoerd. Die gaan onder andere over het op orde brengen van de informatievoorziening aan de kant van de overheid, maar ook over het zorgen dat het milieustrafrecht daadwerkelijk afschrikwekkend is. Ik ben blij met de stappen die daarin nu worden gezet. Wat betreft onder andere de inspectieview, het dashboard dat wordt gecreëerd en de query's die moeten worden ingeregeld, vraag ik de minister op welke wijze wij daar als Kamer over zullen worden geïnformeerd en hoe hij de werkverdeling tussen de staatssecretaris van IenW en het ministerie van Justitie daarin ziet, zodat wij aan de kant van de Kamer kunnen kijken waar wij het voortouw kunnen leggen. In de afgelopen jaren is die versnippering namelijk niet bevorderlijk geweest voor de dialoog. Dan de verplichte nationale strategie, die in mei 2027 klaar moet zijn. Ik denk dat dat een mooi instrument is om al die dingen ook bij elkaar te brengen. Mijn vraag is op welke manier wij als Kamer daarover worden geïnformeerd voordat die strategie wordt afgerond. Of is dat iets waarvan wij op afstand komen te staan? Dan moeten wij namelijk een ander moment zoeken om onze input daarvoor nog af te leveren. Voorzitter. Als laatste ga ik in op de dynamische wetgevingstechniek, waarbij wijzigingen in het Europese milieurecht automatisch doorwerken zonder dat de richtlijn zelf hoeft te worden aangepast. Ik vraag dit indachtig wat er werd gezegd over de mkb'er, maar ook indachtig het Kamerlid dat wil weten wat er nou eigenlijk strafbaar is op dit vlak. Op welke manier wordt de Kamer geïnformeerd als dat in Europees verband wordt aangepast? Gebeurt dat via de geannoteerde agenda van de JBZ-Raad, of is daar een andere manier voor? Het gaat hier namelijk wel om een rechtsgebied dat nog in ontwikkeling is. Voorzitter. Tegen deze achtergrond denk ik dat dit een goede stap vooruit is. Ik moest bij de voorbereiding op dit overleg wel een aantal keren denken aan de cynische doch treffende tekst van De Speld, namelijk "als je denkt dat Nederland verdeeld is, onthoud dan: diep vanbinnen zijn we allemaal pfas". Ik hoop dat dit wetsvoorstel eraan kan bijdragen dat we de verbondenheid vasthouden, maar niet via die weg. Dank u wel.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · 2f9896bc1df1e0c3

12 okt 2026 · 5dd2ef80f5f14b71

12 okt 2026 · 3e45c615188d28da

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.