KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 sep 2025 · Tweede Kamer

Wapenexportbeleid

Brontekst

Minister Brekelmans: Kijk, er is niet voor niks een verdrag over gesloten, dat natuurlijk een heel juridisch raamwerk is waarin wordt vastgelegd hoe je zo'n constructie moet opzetten en welke verplichtingen daar dan wel of niet bij zijn. Als je nu een nieuw principe zou invoeren, zeker als het gaat om grensoverschrijdende samenwerking met niet onze meest nauwe samenwerkingspartners maar met andere, dan zien wij in de uitvoering allerlei issues, omdat je daar niet dat juridische raamwerk onder hebt liggen. Dat betekent dat wanneer zo'n consortium aansprakelijk zou zijn voor alles wat daaronder gebeurt, je zonder zo'n raamwerk waarschijnlijk heel veel rapportage- en administratieve eisen moet gaan stellen aan die leveranciers, wat er vervolgens toe zou kunnen leiden dat je daarmee in feite zowel de administratieve lastendruk voor die leveranciers vergroot als de optelsom bij dat consortium. De gedachte, die parallel met het Verdrag van Aken, snap ik, maar daarbij is er dan ook een juridische grondslag, dat verdrag, nodig. Op die manier geven wij daar dus invulling aan. Maar in nog een nieuw principe daarnaast implementeren, met alles wat daarbij komt, zien wij grote risico's. Meer capaciteit bij de Douane: daar zei ik net al iets over. De Douane is de afgelopen drie jaar uitgebreid met 150 fte's extra. Daar vallen ook tientallen medewerkers bij de CDIU onder, waar circa 80 medewerkers bij zijn gekomen. We hebben dat aantal dus al flink uitgebreid. We zullen dit uiteraard ook meewegen in de brief die ik net al heb toegezegd aan de heer Ram, maar we willen ook een kleinere overheid en als we iedere afdeling eindeloos uitbreiden, dan weet ik welke minister ik op mijn dak krijg, die ook goed zicht heeft op de Douane. Dan de ngo's. Kunnen collectieve acties worden beperkt tot Nederlandse ngo's? We zeggen natuurlijk binnen onze rechtsstaat dat ngo's ook de mogelijkheid hebben om een juridische procedure te starten. Als je buitenlandse ngo's daarvan gaat uitsluiten, nog los van het feit dat behoorlijk veel ngo's deels internationaal zijn en deels in Nederland zitten, dan maak je daarmee echt inbreuk op de rechtsstaat die wij in Nederland hebben. Je beperkt ook de mogelijkheid om tegen bepaalde zaken bijvoorbeeld in beroep te gaan. Er zijn een aantal landen die hier op dit moment heel rigoureuze stappen in zetten en buitenlandse ngo's verbieden. Ik zou er niet voor pleiten dat wij ons bij die landen aansluiten. Voorzitter. Dan ga ik naar Oekraïne. De heer Paternotte vroeg naar de vergunningen die daarvoor gelden. We hebben een versnelde procedure maar ook een zorgvuldige procedure. Als het gaat om Oekraïne zijn wij op dit moment in staat om diverse types materieel heel snel te leveren. Ik heb niet het gevoel dat daarbij dingen te langzaam gaan. We hebben ook al stappen genomen om de administratieve last te beperken, maar we vinden het wel van belang dat we steeds blijven toetsen. Het gaat immers om serieus materieel dat wij exporteren, en wel naar een land dat zich in een oorlogssituatie bevindt. Dan had mevrouw Dobbe nog de vraag waarom Oekraïne niet onderdeel is van het Gemeenschappelijk Standpunt inzake Wapenexport. Het is op dit moment zo dat Oekraïne geen wapens exporteert. Wij zijn in discussie met Oekraïne omdat wij een deel van de productie uit Oekraïne naar Nederland willen halen. Doel is om in ieder geval het intellectuele eigendom naar Nederland te kunnen brengen, zodat we gezamenlijk kunnen produceren. Er zijn op dit moment gesprekken gaande tussen de Unie en Oekraïne om ook het EU-acquis over te nemen, als onderdeel natuurlijk van de toetreding van Oekraïne tot de EU. Daar horen ook de regels rondom wapenexportcontrole bij. Als dat in dat proces meegaat, zet Oekraïne daar volgens mij mooie stappen. Laten we dat proces vooral ondersteunen. Dan ga ik naar Israël. Er zijn natuurlijk de nodige vragen gesteld over de export naar Israël. Een vraag die veel terugkomt, is die over een eventueel wapenembargo tegen Israël. Zoals we meerdere keren in de beantwoording hebben gezegd, exporteren wij geen wapens naar Israël die mogelijk kunnen worden gebruikt in zowel de Gazastrook als de Westelijke Jordaanoever. Daarmee gaan wij verder dan Duitsland in die zin dat Duitsland heeft gezegd: wij leveren geen wapens die kunnen worden ingezet voor mensenrechtenschendingen op de Gazastrook. Wij hebben zelf gezegd dat dat net zozeer geldt voor de Westelijke Jordaanoever en voor andere gebieden. De reden waarom wij niet het woord "wapenembargo" gebruiken, is omdat het materieel geen verschil zou maken, terwijl het door de discussie die we ook in Nederland hebben gehad, wel tot heel veel verwarring zou leiden. Als je kijkt wat er nu feitelijk nog naar Israël wordt geëxporteerd, dan zijn dat radarsystemen voor het Iron Dome-systeem, een aantal zaken die niet door Israël als eindgebruiker worden gebruikt, en zaken die in sommige gevallen weer teruggaan naar Nederland of die in ieder geval niet door de Israëlische krijgsmacht worden ingezet. U kon dat ook zien in het overzicht in het antwoord op de schriftelijke vragen van mevrouw Dobbe, meen ik. We kunnen een ander woord gebruiken en daarmee de schijn wekken dat we heel iets anders doen dan in het verleden, maar dat is niet zo. Vervolgens zijn we heel lang bezig om de bijzin uit te leggen dat de Iron Dome daar niet onder valt. Wij zijn als kabinet van mening dat Israël het recht moet houden om zichzelf te verdedigen tegen raketaanvallen door Iran en andere terroristische organisaties. Dan heb ik volgens mij ook de vraag beantwoord over hoe het risico op mensenrechtenschendingen wordt meegenomen, een vraag van de heer Paternotte en mevrouw Dobbe. Dan waren er vragen over de F-35-onderdelen. Daarvoor geldt dat de rechtszaak op dit moment nog loopt. Wij hebben daarbij onder andere als argument aangegeven dat het ook een principiële vraag is of en in hoeverre de Staat zelf moet kunnen besluiten om een bredere afweging te maken als het gaat om het buitenlandbeleid. Hier speelt namelijk niet alleen de vraag of onderdelen van de F-35 — die Nederland in veel gevallen zelf niet maakt maar andere landen — in Israël terecht zouden kunnen komen; ook de positie van Nederland in het F-35-programma speelt een rol, en daar is onze hele luchtmacht op gebaseerd. Als wij de F-35 niet hebben, dan kunnen we ons luchtruim niet meer verdedigen en kunnen we ook geen bijdrage meer leveren aan de NAVO. Dan raken we echt heel fundamentele verdedigings- en gevechtskracht kwijt. Dan waren er nog een aantal meer algemene vragen, onder andere van mevrouw Teunissen.

Versie e37facf593c6876542df2a128b02772157dd90b43b42d241fecb45c32d3be293 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.