KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 sep 2025 · Tweede Kamer

Wapenexportbeleid

Brontekst

Minister Brekelmans: Dank, voorzitter. Ik werk met drie categorieën. Ik begin met algemeen: iets over het algemene exportbeleid en een aantal gerelateerde vragen die zijn gesteld. Dan een wat kortere categorie: Oekraïne. En dan een grote categorie, Israël, en daaraan hangen zowel de export als vragen die zijn gesteld over dual use en import; die vallen daar allemaal onder. Voorzitter. Ik begin met algemeen. Ik hoef de commissie niet uit te leggen hoe het exportcontrolebeleid van Nederland in elkaar zit, en dat we, als het gaat om export, steeds de afweging maken, case-by-case, wie de eindgebruiker is en wat de mogelijke risico's zijn die daarbij spelen, ook als het gaat om bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen. Dan wordt dus steeds die brede afweging gemaakt: zijn er redenen om die export te blokkeren, en hoe valt het uiteindelijke besluit uit in een bredere belangenweging? Daar zijn een aantal vragen over gesteld, onder anderen door de heer Van Campen en door de PVV. Zien wij dat daarbij sprake is van een ongelijk speelveld? Het is zo dat we Europese exportcriteria hebben, maar landen toetsen die nationaal. Dan gebeurt het inderdaad dat landen uiteindelijk tot een andere conclusie komen, dus dat het ene de export van een bepaald goed naar een bepaald land wel toestaat en het andere niet. Daarom is het ook zo goed — dat is het voorstel van het Verdrag van Aken — om daarbij met onze meest nauwe partners, waarbij we heel vaak te maken hebben met één systeem waaraan we bijdragen, gezamenlijk op te trekken, zodat je maar één exportvergunning nodig hebt. Dat is met name voor Nederland belangrijk, omdat het aantal — zoals dat heet — "OEM's", je zou kunnen zeggen het aantal producenten van eindproducten, in Nederland best beperkt is. We hebben Damen, en we hebben Thales als het gaat om radarsystemen, maar het overgrote deel van het aantal defensiebedrijven is toeleverancier van andere bedrijven, dus die leveren componenten aan andere bedrijven. Als zij zorgen dat zij goed zijn gepositioneerd, dat zij worden aangehaakt bij en ook aantrekkelijk zijn voor de grote Duitse en Franse bedrijven om toeleverancier te zijn, dan is dat Verdrag van Aken van groot belang. En dan zullen er misschien Kamerleden zijn die wat minder sympathie hebben voor defensiebedrijven in Nederland. Maar als ik zie wat de krijgsmacht nodig heeft, namelijk een opschaling van de industrie en veel meer samenwerking, zowel qua bundeling aan de vraagkant als aan de productiekant, dan zijn dit soort initiatieven echt van cruciaal belang om als Europa te kunnen produceren wat onze krijgsmacht nodig heeft om ons te kunnen verdedigen. De heer Van Campen vroeg specifiek wat daarvoor nodig is. Nou, er is een verdrag. Dat betekent ook dat daarvoor parlementaire goedkeuring nodig is. We zijn nu druk bezig met de memorie van toelichting, om aan te sluiten bij dat verdrag. Na afronding zal het kabinet die natuurlijk eerst aanbieden aan de Raad van State voor advies, en vervolgens start het parlementaire behandelingstraject in zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer. Dan vroeg de heer Ram of de minister wil overwegen om geopolitieke belangen en economische belangen mee te wegen en toe te voegen aan de EU-criteria. Het huidige beleid staat al toe, of maakt mogelijk, dat met dit soort zaken rekening wordt gehouden, dus dat er rekening wordt gehouden met economische belangen en de veiligheidsbelangen. Dat kan ook de reden zijn om export niet goed te keuren, omdat die tegen de veiligheidsbelangen van Nederland in zou gaan en in strijd zou zijn met wat wij internationaal en geopolitiek nastreven. Dus die mogelijkheid is er. Wij vinden dan ook dat dit genoeg ruimte biedt om daar in de toetsing rekening mee te houden. Dat betekent vervolgens niet dat, als er bij wijze van spreken sprake is van een hoog risico op mensenrechtenschendingen, je niet alsnog kunt zeggen dat je wel exporteert omdat er ook sprake is van bijvoorbeeld een positief geopolitiek belang. Wel is het zo dat, als die grote risico's op mensenrechtenschendingen er zijn, dat een reden is om die exportvergunning niet te geven. We pleiten er nu dus niet voor om dat Europese exportbeleid nu aan te passen. Sowieso is dat nogal een mijl op zeven. De huidige methodologie biedt voldoende ruimte om met die belangen rekening te houden. De heer Ram stelde een aantal vragen in de trant van: waarom niet naar het ene land en bijvoorbeeld wel naar dat andere dat overwegend islamitisch is? Tja, religie of geloof is niet een van de criteria die meespelen om wel of geen exportvergunningen toe te staan. De heer Ram kent die criteria. Het is wat dat betreft neutraal beleid, niet op basis van religie.

Versie e37facf593c6876542df2a128b02772157dd90b43b42d241fecb45c32d3be293 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.