Pakket Belastingplan 2027
Brontekst
Versie 23eecc80aaf2f910 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter. Ik kom bij de aftrek specifieke zorgkosten. Deze aftrek raakt nauwelijks de bovenmodale belastingbetaler, maar wel mensen die vanwege ziekte of een beperking structureel kosten maken die nergens anders worden vergoed, terwijl hun inkomen vaak niet overhoudt. Uit de nota naar aanleiding van het verslag blijkt dat 83% van de regeling terechtkomt bij de inkomens onder €50.000, dus beneden modaal; 83%. Uit alle stapelingsstudies concludeer ik dat er geen regeling is die beter terechtkomt bij chronisch zieken dan de niet-perfecte — zeker, de niet-perfecte — aftrek specifieke zorgkosten. Daarom heeft collega Bikker bij de Algemene Politieke Beschouwingen een motie ingediend om deze fiscale aftrek zo mogelijk te behouden. Alle fracties op eentje na steunden deze motie. Daarbij moeten we ook het standstillbeginsel van het VN-verdrag Handicap in acht nemen: de inkomenspositie van deze doelgroep mag niet verslechteren. Waarom schreven we deze motie en dienden we deze in? Niet zozeer omdat we hechten aan een fiscale regeling die complex is. Integendeel, als het beter kan voor chronisch zieken en de Belastingdienst, dan ben ik uw bondgenoot. Maar dat is tot op de dag van vandaag compleet onduidelijk. Het kabinet schrapt in dit Belastingplan gewoon de hele regeling, zonder dat er zicht is op een werkbaar alternatief, terwijl er tienduizenden huishoudens zijn, waarschijnlijk met chronisch zieken, die voor duizenden euro's specifiekezorgkostenaftrek per jaar in rekening brengen. Wat is de boodschap van de staatssecretaris aan deze mensen? Dat we de regeling gewoon gaan afschaffen en dat we hopen dat er ergens volgend jaar een alternatief ligt voor 350 miljoen dat chronisch zieken beter dan nu weet te bereiken? Zoals vaker gezegd: ik ben een hoopvol mens, maar hoop is tegelijk een bar slechte strategie. Het kabinet loopt uit de tijd. Als er voor 12 november geen duidelijkheid is, moeten we de afschaffing misschien wel uit het Belastingplan amenderen, of ten minste op een koninklijk besluit zetten. Met klem roep ik het kabinet op om snel met duidelijkheid te komen voor chronisch zieken, dan wel duidelijk te maken hoe de regeling zodanig versoberd kan worden dat chronisch zieken hierdoor niet op achterstand worden gezet. Want hoewel ik onderschrijf dat de regeling doelmatiger moet en dat misbruik niet goed is, kan ik niet leven met het feit dat we het stoppen van misbruik belangrijker vinden dan het steunen van de allerkwetsbaarsten. In het Eindrapport aftrek specifieke zorgkosten worden meerdere opties aangedragen als mogelijke verbetering, zoals dubbeling met de zorgverzekering voorkomen en kosten schrappen die minder gericht zijn op chronisch zieken. In een overzicht dat ik heb ontvangen, zou dat respectievelijk 112 en 147 miljoen moeten opleveren, waarmee het gat naar de beschikbare 350 miljoen euro ruimschoots kan worden ingelopen. Een andere mogelijkheid zou zijn om de drempel te verhogen. Voor alle inkomensgroepen bijvoorbeeld twee keer zo hoog levert 195 miljoen op, en meer gericht op hogere inkomens is dat 78 miljoen. Dat bouwt verder op de drempels die nu al bestaan in deze inderdaad complexe regeling. Wat zijn de consequenties van ingrepen als deze voor chronisch zieken? Welke ingreep prefereert het kabinet, gegeven de budgettaire ruimte? Of is de budgettaire ruimte gewoon te krap om tot een goede regeling voor chronisch zieken te komen? Voorzitter. Dan kom ik bij de woningcorporaties. De ChristenUnie is blij met de nota van wijziging waarmee het kabinet woningcorporaties eindelijk uitzondert van de renteaftrekbeperking. We hebben daar deze zomer bij de gesprekken met Jetten en Heinen expliciet voor gepleit. 14 miljard euro extra investeringsruimte is namelijk geen klein bier. Maar aan deze opsteker heeft het kabinet een adder onder het gras toegevoegd: de inwerkingtreding wordt afhankelijk gemaakt van een nog uit te voeren staatssteunrechtelijke beoordeling. Volgens mij is dat voorbehoud niet nodig. Het herziene DAEB-vrijstellingsbesluit stelt staatssteun voor sociale huisvesting al vrij van voorafgaande aanmelding bij Brussel, mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Die voorwaarden heeft het kabinet zelf al in de maatregel verwerkt. Klopt het dat hier geen voorafgaande goedkeuring van de Commissie voor nodig is? Zo ja, waarom dan toch dit voorbehoud in plaats van dat het kabinet dit zelf vaststelt? Ik heb zekerheidshalve in ieder geval samen met collega Beckerman een amendement in voorbereiding om de koninklijkbesluitbepaling eraf te halen en gewoon duidelijk in de wet te verankeren dat de maatregel per 1 januari 2028 ingaat. Is de staatssecretaris … Nou ja, dan is deze vraag eigenlijk overbodig. Maar oké, is hij bereid hier positief in mee te denken? Corporaties moeten namelijk voor 15 december hun meerjarenbegroting bij het WSW indienen — voor 15 december al. Zij hebben nu zekerheid nodig. Kan hij toezeggen dat resterende vragen ruim voor 1 januari 2028 zijn opgelost, dat hij hierover afstemming heeft gehad met het WSW en de Autoriteit woningcorporaties, en dat corporaties de financiële effecten nu al verantwoord in hun begroting kunnen verwerken? Mijns inziens kan dat dus het beste door gewoon de datum in de wet te zetten. Verder blijft de afschaffing van ATAD beperkt tot de DAEB-tak van de corporaties, terwijl juist bv's, die veel betaalbare middenhuur realiseren, daarbuiten vallen tot de Woningwet dit per 1 juli 2028 repareert. Het DAEB-vrijstellingsbesluit eist echter gelijke toegang tot steun voor alle aanbieders van betaalbare huisvesting, ongeacht rechtsvorm. Kan deze afbakening dus zelf een nieuw staatsteunprobleem creëren in plaats van op te lossen? De Europese Commissie pleit bovendien voor een brede ATAD-uitzondering voor sociale én betaalbare huisvesting. Is de staatssecretaris bereid te onderzoeken of deze vormgeving de onzekerheid juist vergroot? Graag krijg ik hier helderheid over bij het volgende WGO, zodat we zo nodig kunnen bijsturen. Mocht een aanpassing toch nodig blijken, is hij dan bereid tijdig een juridisch houdbaar alternatief te bieden, zodat de beoogde investeringsruimte overeind blijft? Daarnaast zijn wij blij dat de opgebouwde rente niet komt te vervallen. Echter moet er een berekening worden gemaakt over de voortgewentelde rentesaldi, alsof de nieuwe DAEB-uitzondering niet bestaat. Daardoor dreigt de opgebouwde rentevoorraad van corporaties feitelijk minder waard te worden dan nu wordt voorgespiegeld. Waarom is er niet gekozen voor een integrale systematiek, waarbij deze oude saldi gewoon via het reguliere systeem verrekenbaar blijven? Voorzitter. Ik kan er niet omheen; nog even over de youngtimer- en de greentimerregeling. Dank aan het kabinet voor het geleidelijke transitiepad voor de afbouw van de youngtimerregeling. In plaats van de harde sprong gaat de leeftijdsgrens nu stapsgewijs omhoog: naar 17 jaar per '27 en naar 20 jaar per '28, met overgangsrecht voor auto's die al voor 31 december '25 ter beschikking stonden. Dat is in de geest van de motie van collega Oosterhuis en mij: mensen niet van de ene op de andere dag met een forse bijtellingsklap confronteren. Maar de sprong in één stap van 17 naar 20 jaar blijft een vrij grote en een deel van de ondernemers en particulieren die in '27 of '28 net de leeftijdsgrens van 17, 18 of 19 jaar bereiken, valt alsnog voor een langere tijd buiten de regeling. Het doet denken aan de overgang van de alcoholleeftijd: jongeren mochten toen heel even drinken omdat ze 16 waren geworden, maar vervolgens toch niet meer. In de nota wordt aangegeven dat budgettaire overwegingen hierin leidend zijn. Tegelijk had een opbouw naar 18 jaar in '28 en 19 jaar in '29, om vervolgens in 2030 te belanden bij die 20 jaar, niet extreem veel meer gekost. Hoe kijkt de staatssecretaris hiernaar? Dan nog over de pseudo-eindheffing. Ik heb mijn vragen aan de staatssecretaris hierover eigenlijk al gesteld via een interruptie aan collega Van Eijk. Voor de waarde in het economisch verkeer is 25 jaar volgens mij de regel bij de pseudo-eindheffing en zo meteen 20 jaar bij de youngtimerregeling, maar moeten die grenzen niet gelijkgetrokken worden, is mijn vraag. Voorzitter. Dan kom ik nog even bij de agrarische sector, een aangelegen punt. Onder andere ligt er volgens mij een motie-Vermeer, maar in ieder geval ook een motie-Grinwis over fiscale knelpunten bij samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers. Dit zou voor de zomer van '26 een voortgangsupdate moeten opleveren over het behoud van de schenk- en erffaciliteit bij tijdelijke gronduitruil. Die zomer is voorbij — deze week toch echt. Ik ben benieuwd naar de stand van zaken. Een boer die wil samenwerken, moet niet verdwalen in de kleine lettertjes van de fiscaliteit. De eind 2025 vernieuwde voorwaarden voor vruchtwisseling binnen de landbouwvrijstelling en de BOR zijn te complex, te gedetailleerd en werken samenwerking in de markt tegen. Kiest de staatssecretaris hierbij voor verduurzaming of vereenvoudiging? Kan de staatssecretaris uitleggen hoe deze zich tot elkaar verhouden in de gestelde eisen? Verder heeft collega Van Dijk dit zeer eloquent verwoord, dus ik sluit mij aan bij haar vragen hierover. Voorzitter. Zo'n beetje mijn laatste onderwerp: de vliegbelasting. Ik kan eigenlijk beter zeggen: de verkeersboetes. Deze wordt namelijk minder verhoogd dan de oorspronkelijke route voor 2027 was omwille van harmonisering met Duitsland. Maar een klein beetje minder harmonisering is wat ons betreft ook te accepteren als we daarmee de verkeersboetes kunnen temperen. Verkeersboetes worden ieder jaar geïndexeerd en zijn recent regelmatig extra, dus bovenop de indexatie, verhoogd. De bedragen lopen inmiddels compleet uit de hand. Begrijp me goed: ik ben opgevoed om een heer in het verkeer te zijn en wil verkeerd gedrag en verkeersovertredingen dus absoluut niet goedpraten, maar het is zo langzamerhand aantrekkelijker om iemand te mishandelen dan door oranjerood te rijden. Deze Kamer heeft het kabinet bovendien al meermaals in meerderheid gevraagd om hier paal en perk aan te stellen, met de motie-Van Nispen bijvoorbeeld van een jaar geleden om boetes niet verder te laten meestijgen met de inflatie. Ik noem ook de motie-El Abassi om boetes weer primair als verkeersveiligheidsinstrument te zien en niet als begrotingspost. Ik noem voorts de recentste motie-El Abassi, van enkele weken terug, die het kabinet opriep om de boetes komend jaar niet met 2,7% te verhogen. Ik dacht: als het kabinet het niet uitvoert, doe ik het. Daarom stel ik met mijn amendement, dat ook de JenV-begroting raakt, voor om de bedragen voor verkeersboetes te bevriezen op het niveau van '26. Daarmee geef ik dus uitvoering aan die moties; iemand moet het doen! Deze kosten van 28 miljoen dek ik dus via een verminderde verlaging van de vliegbelasting op het hoge tarief dan gepland door het kabinet: in plaats van 61 miljoen euro wordt die verlaging 33 miljoen euro. Dat is nog steeds lager dan het voornemen van het vorige kabinet van PVV, VVD, NSC en BBB. Voorzitter. Wat de branche-eigen producten betreft sluit ik mij aan bij de gestelde vragen. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de staatssecretaris daarop. Voorzitter. Dan mijn laatste zinnen. Stukje bij beetje wil ik bouwen aan een beter belastingstelsel. De staatssecretaris weet van mij dat ik pas zal rusten als we het hele belastingen- en toeslagenstelsel grondig hebben herzien. Daarom wacht ik met smart op de vereenvoudigingswet, op de aangekondigde hervormingsagenda en eveneens op het advies van de SER over de vereenvoudiging. Tot die tijd hoop ik via mijn bijdragen en amendementen het Belastingplan wat rechtvaardiger en uitvoerbaarder te maken. Ik kijk uit naar de reactie van de staatssecretaris hierop, over twee weken. Dank u wel.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.