KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 feb 2025 · Tweede Kamer

Wetboek van Strafvordering (Boek 2) (36327)

Brontekst

De heer Koops (NSC): Mijn laatste onderwerp gaat over de aanvang van de bevoegdheden tot verdediging. Op dit moment is er in het voorstel van het wetboek aansluiting gezocht bij het eerste verhoor van de verdachte. Dat vind ik een uitstekend uitgangspunt. Iemand wordt uitgenodigd voor een verhoor, waarna de politie hem vertelt waarvan hij wordt verdacht. Vanaf dat moment weet die persoon dat hij in de problemen zit en iets moet gaan doen. Maar er is één specifiek geval waarbij we moeten voorkomen dat er als het ware een gat valt in de uitoefening van die verdedigingsrechten, namelijk als iemand niet wordt verhoord. Dit gebeurt. Een uitstekend voorbeeld hiervan is het volgende. Er heeft een grote corruptiezaak gespeeld in Den Haag, naar aanleiding van een wethouder die van van alles werd verdacht. Er waren meerdere verdachten in diezelfde zaak. Een van de verdachten werd bijgestaan door meester De Boer. Ik vind het leuk om haar naam te noemen, want zij heeft dat voortreffelijk gedaan. De zitting begon en haar cliënt was nog helemaal niet gehoord in het hele voortraject. Gewoon niet. Dat was het geval omdat het verhoor van die verdachte kennelijk niet nodig was om het opsporingsonderzoek rond te krijgen. De vraag is hoe iemand die als verdachte is aangemerkt in een grote zaak maar niet is verhoord, dan alsnog gebruik kan maken van zijn verdedigingsrecht, dus van het opgeven van onderzoekswensen. Kort samengevat is het wel de bedoeling dat hij op dat moment dergelijke rechten heeft. Dat is dus vooral het geval wanneer iemand wel als verdacht is aangemerkt, maar er formeel nog geen definitieve vervolgingsbeslissing is genomen. Een tweede voorbeeld, dat ook regelrecht uit de praktijk komt, betreft de verdachte rechtspersoon. Gelukkig worden er ook verdachte rechtspersonen vervolgd. Maar een rechtspersoon verhoren is ook weer niet zo simpel. Dat gaat via een vertegenwoordiger. In de praktijk gebeurt dat gewoon heel vaak niet. Dan wordt eerst het hele onderzoek gedraaid en wordt er aan het eind gevraagd om een reactie op dat onderzoek. Ook verdachte rechtspersonen worden dus niet snel of niet in een vroeg stadium gehoord. Is het nu de bedoeling dat die verdachte rechtspersoon of de persoon die niet gehoord is, pas nadat hij of zij is gehoord voor het eerst gebruik kan maken van enig verdedigingsrecht? Want dat zou wel in strijd zijn met de gedachte dat we hier met z'n allen proberen om de gang naar voren te krijgen. Dat is de vraag. Ik zie in ieder geval bij het lid Ellian een lichte frons. Heb ik mij voldoende duidelijk uitgedrukt?

Versie 2993003231abfaa96ff4940c8d64f6b7077aafabe5d02a9fa53d83f302bfbe59 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.