KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 feb 2025 · Tweede Kamer

Wetboek van Strafvordering (Boek 2) (36327)

Brontekst

Mevrouw Helder (BBB): Dank u wel, voorzitter. Ik was er vorige week niet bij, dus ik begin ook nog wel even met een dankwoordje. Normaal gesproken bedank je altijd eerst de rapporteurs voor hun werk. Dat zou nu wel wat arrogant zijn natuurlijk, want ik ben er een van! Dus mijn dank aan collega Ellian voor de samenwerking als rapporteur, en natuurlijk ook aan de staf, die ons zo geweldig heeft geholpen, en aan het projectteam van een aantal universiteiten. Die bijstand was natuurlijk ook onmisbaar. Van mijn kant ook dank voor de hulp van de politie bij het amendement dat ik heb ingediend. Die hele uitgebreide toelichting had ik in m'n eentje niet zo goed kunnen verwoorden. Ik kom daar dadelijk nog wel een keer op terug. Ik vond en vind het een hele eer om bij dit hele lange wetstraject betrokken te zijn geweest. Aan het einde van mijn betoog zal ik daar ook nog een paar woorden aan wijden, voorzitter. De modernisering van de gereedschapskist — dat is oneerbiedig gezegd; we zeiden dat tijdens colleges — van het strafrecht of van het Wetboek van Strafvordering is een traject dat meer dan tien jaar geleden is ingezet. Ik was er ook al bij toen de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie — dat was het toen nog — het hele wetstraject aankondigde. Toen klonk het als een ver-van-mijn-bedshow, maar vandaag zitten we hier dan toch aan de mondelinge behandeling van de diverse onderdelen. Vandaag behandelen we Boek 2, dat de regels bevat voor het opsporingsonderzoek. Er is al veel besproken en uitgewisseld in de diverse stadia in de afgelopen periode. Ik ben het helemaal eens met de ketenpartners in het strafrecht dat het nieuwe Boek 2 echt noodzakelijk is om aan te sluiten bij de huidige tijd en alle opsporingsmogelijkheden en technische mogelijkheden die we anno nu kennen en die er zeker ook nog zullen gaan komen. Voorzitter. Dat leidt tot een algemene vraag. Er is flexibiliteit ingebouwd voor onderwerpen, met name op technisch gebied, die nu nog niet bekend zijn en ook toekomstbestendigheid door de keuze van open formulering waar dat mogelijk is. Dat wordt ondervangen door bepaalde onderwerpen te kunnen regelen bij algemene maatregel van bestuur. Maar dat is niet het geval bij het nieuwe artikel 2.10.1. Dat is het huidige artikel 181 Wetboek van Strafvordering. Collega Ellian had het hier ook al over. De officier van justitie kan op basis van dat artikel vorderen dat de rechter-commissaris met het oog op de opsporing van een strafbaar feit onderzoekshandelingen verricht — niks meer, maar vooral niks mínder. In het nieuwe wetsartikel is sprake van een limitatieve opsomming — althans, zo heb ik het gelezen — van bevoegdheden van een rechter-commissaris op dat onderwerp. Dus dan is mijn vraag: waarom? Dit is immers niet flexibel en ook helemaal niet toekomstbestendig. Het antwoord zal toch al komen mede naar aanleiding van het amendement van collega Ellian, maar ik krijg daar toch ook graag een reactie op van de minister. Dan een tweede algemene vraag. In 2022 is de pilot gestart met de mogelijkheid van een verkort proces-verbaal als daar audiovisuele registratie aan wordt gekoppeld. Die pilot is inmiddels geëvalueerd door het WODC. De minister heeft het rapport naar de Kamer gestuurd. De uitkomst van de evaluatie is dat het veel extra werk is voor de rechtspraak en maar beperkt werk scheelt voor de politie. Het concept verkort pv en multimedia met zelfstandige bewijswaarde blijft — naar mijn mening — gelukkig wel in de verlengde Innovatiewet en in het nieuwe Wetboek van Strafvordering staan. Daarom kunnen pilots dan wel ontwikkelingen op dit onderwerp de komende jaren wel doorgaan. Mijn vraag aan de minister is hoe hij denkt over het testen of het gebruik van speech-to-texttechnologie in dat kader. Voorzitter. Verder zal ik me beperken tot vragen die ik nog heb op drie specifieke onderdelen. Ten eerste is dat de aanhouding na heterdaad, het huidige artikel 53. Ten tweede is dat het recht van de verdachte om aanwezig te zijn bij het verhoor van een getuige door de rechter-commissaris. Daarvoor geldt nu "nee, tenzij" en dat wordt dus "ja, tenzij". Ten derde ga ik in op infiltratie. Voorzitter. Ten eerste dus de aanhouding na heterdaad. Ik heb daar ook een amendement op ingediend. De politie is na een aanhouding op heterdaad verplicht om de aangehouden verdachte zo spoedig mogelijk naar een plaats van verhoor te brengen — in de regel is dat een politiebureau — ter voorgeleiding aan de hulpofficier van justitie of de officier van justitie. Oftewel, de aangehouden verdachte gaat de strafrechtketen in. Er is geen keuzemogelijkheid in het huidige artikel, waarin ook sprake is van een aanhouding door een burger, die de opsporingsambtenaar moet overnemen. In het nieuwe artikel 2.5.4 is die keuzemogelijkheid er ook niet, en dat vind ik een gemiste kans. De strafrechtketen zit verstopt en er zijn in veel gevallen betere afdoeningsmogelijkheden, bijvoorbeeld via publiek-private samenwerking. De politieagenten in kwestie zijn dan ook niet uren bezig met een verdachte die vaak vervolgens toch wordt heengezonden. Er zijn op dit punt twee problemen die opgelost moeten worden, en ik denk ook kúnnen worden. Het eerste is de huidige plicht om een aangehouden verdachte naar een plaats van verhoor over te brengen. Het tweede is het ontbreken van een mandaat voor de opsporingsambtenaar. Het eerste, dus het overbrengen naar een plaats van verhoor, speelt bij alle aanhoudingen op heterdaad. Het tweede is alleen een probleem als de verdachte niet door een opsporingsambtenaar maar door een burger is aangehouden. Denk aan winkeldiefstal bij een zelfscankassa. Dat is ook de reden voor het amendement, dat deze twee dingen regelt. Ten eerste wordt de verplichting geschrapt om de aangehouden verdachte over te brengen naar een bureau. In plaats daarvan zou je de voorgeleiding aan de hulpofficier van justitie kunnen laten plaatsvinden via een videoverbinding. Het tweede punt is het niet langer verplichten van de opsporingsambtenaar om een burgeraanhouding over te nemen, maar de ambtenaar zelf een afweging te laten maken over hoe de zaak af te handelen. Voor een verdere toelichting verwijs ik naar het amendement, dat ik echt heel uitgebreid heb toegelicht, meer dan ik normaal doe. Ik denk dus dat dat wel voldoende is. Voorzitter. Dan mijn tweede punt.

Versie 2993003231abfaa96ff4940c8d64f6b7077aafabe5d02a9fa53d83f302bfbe59 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.