Wetboek van Strafvordering (Boek 2) (36327)
Wetboek van Strafvordering (Boek 2) (36327)
statement · 3 feb 2025 · Tweede Kamer
De heer Ellian (VVD): Dank, voorzitter. Mooi dat we dit wetgevingsoverleg kunnen voortzetten. Ik had indicatief twintig minuten spreektijd opgegeven, maar zo veel verwacht ik helemaal niet nodig te hebben, ook in het licht van het prettige gesprek dat we vorige week als Kamer onderling en met de regering hadden, zou ik bijna willen zeggen. Ik ga snel van start, voorzitter. Boek 2 bevat allerlei opsporingsbevoegdheden, dus het zal niet gek zijn dat ik over een specifieke bevoegdheid een opmerking heb. Ik wil iets zeggen over de voorlopige hechtenis aan de hand van de amendementen van collega Sneller. Dat is wat uitzonderlijk, of misschien helemaal niet. De voorlopige hechtenis is natuurlijk een belangrijk onderwerp. Ik heb zelf twee amendementen, die ik zal toelichten. Dat zal mijn bijdrage zijn. Daar heb ik geen twintig minuten voor nodig. Voorzitter. Het geheel van de opsporingsbevoegdheden, het geheel van Boek 2, steekt wat ons betreft goed in elkaar. Dat blijkt ook uit de reacties van het Openbaar Ministerie en de politie, die goed uit de voeten kunnen met Boek 2. Althans, dat zeggen zij nu op voorhand, dus dat is mooi. Op één punt is onze indruk dat het Openbaar Ministerie en de politie geholpen zouden zijn met een amendement dat wij hebben ingediend. Daar kom ik zo meteen op. Om te beginnen heb ik een vraag die wat ons betreft tamelijk actueel, maar ook wel urgent is, betreffende een bevoegdheid die je bijna niet meer kan wegdenken uit de dagelijkse opsporingspraktijk: het doorzoeken van telefoons. Sinds het Landeckarrest en de conclusie van advocaat-generaal Harteveld — volgens mij heeft de Hoge Raad inmiddels arrest gewezen in die zaken — tekende zich al af dat de rechter-commissaris een grotere rol zou moeten hebben bij de doorzoeking van telefoons. Sinds half januari is de nieuwe werkwijze bij het Openbaar Ministerie ook van kracht gegaan. Voor bijna elke zoeking is een schriftelijke machtiging nodig van de rechter-commissaris. Dat leidt tot een enorme papierwinkel. Sinds het Keskinarrest, dat ziet op het horen van getuigen, heeft de rechter-commissaris het al niet bepaald rustiger gekregen. Het nieuwe wetboek voorziet niet in een nieuwe regeling die dit eventueel zou kunnen oplossen of normeren. Uit artikel 2.7.38 volgt dat stelselmatig onderzoek in een gegevensdrager alleen op bevel van de officier van justitie kan. Voor ingrijpend stelselmatig onderzoek is een machtiging van de rechter-commissaris noodzakelijk. Het probleem is echter dat de voorvraag beantwoord moet worden, namelijk of er voorzien is dat er een compleet beeld kan worden gekregen van bepaalde aspecten van het persoonlijk leven van de gebruiker, hetgeen bij een reguliere smartphone natuurlijk al snel aan de orde is. Advocaat-generaal Harteveld schrijft in zijn conclusie, randnummer 4.36: "Als naar redelijke verwachting is te voorzien dat het onderzoek een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt, dan is onderzoek door de rechter-commissaris vereist." Voorzitter. In beslag genomen telefoons en de doorzoeking daarvan zijn niet meer weg te denken uit de opsporingspraktijk. De vraag is eigenlijk simpel: wat nu? Daarbij merk ik op dat er namens de minister van Justitie in november antwoord is gegeven op de vragen van de leden Kathmann en Mutluer. Volgens mij waren dat vragen van 8 oktober. Die antwoorden verwonderden mij wel enigszins. De minister schrijft daarin namelijk: "De rechtspraktijk in Nederland zal moeten uitwijzen wat de precieze betekenis van deze uitspraak is." Daarmee wordt gedoeld op het Landeckarrest. Die betekenis is: de machtiging van de rechter-commissaris is bijna altijd nodig bij onderzoek naar een gegevensdrager. Hoe gaan we dit nu oplossen met elkaar? Als iets aangepast moet worden in de strafvordering, dan moeten we dat nu doen. Hoe kunnen we dat zo doen dat een machtiging van de rechter-commissaris niet altijd nodig is? Is daar nog iets op te bedenken? Want dan zouden we dat nu nog kunnen veranderen in de strafvordering. Maar als dit wel de realiteit is, dan roept dit natuurlijk de vraag op, ook in het licht van vorige week: hoe groot wordt de belasting bij de kabinetten van de rc? Die wordt op deze manier echt immens. Maar het liefst heb ik een oplossing voor deze situatie, want voor de opsporing is het essentieel dat je snel een volledig beeld kunt maken, uiteraard zonder grove inbreuk op iemands privacy. Dat weet de minister beter dan ik. Je moet snel kunnen kijken of er in de telefoon iets relevants aanwezig is. Voorzitter. Als het gaat om de rechter-commissaris, viel ons een omissie op. De rol van de rechter-commissaris wordt groter. Dat is evident. Daar hebben we het vorige week ook over gehad. Zijn taak wordt het bewaken van de regie in de zogeheten vlucht naar voren, maar hij kan die regie niet afdwingen. In artikel 2.10.66 staat dat de rechter-commissaris een regiebijeenkomst kan beleggen. Dat is fantastisch. Hij kan dan de voortgang bespreken. In de wet staat ook letterlijk: de rechter-commissaris bewaakt de voortgang. Maar wat doet hij als de voortgang onvoldoende is? Welk instrumentarium heeft hij dan? Als wij vinden dat de voortgang voortvarend bewaakt moet worden, dan moeten we de rechter-commissaris wel een instrument of een sanctioneringsmogelijkheid geven om te zeggen: Openbaar Ministerie of raadsman van de verdachte, u gaat binnen zoveel weken met deze verzoeken over de brug komen. Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Zouden we die regiebewakingsfunctie niet wat meer handen en voeten moeten geven, zodat het niet alleen een papieren functie is, maar een functie waar ook echt gevolg aan gegeven kan worden? Voorzitter. Ik kom op de voorlopige hechtenis. Mijn gewaardeerde collega van D66 heeft volgens mij vier amendementen over hetzelfde onderwerp ingediend. Volgens mij zijn die amendementen allemaal gebaseerd op de veronderstelling dat de voorlopige hechtenis minder vaak zou moeten worden opgelegd of dat die in ieder geval minder vaak bevolen zou moeten worden. De gedachte daarachter is dat er, onder verwijzing naar de literatuur en onderzoeken, geconstateerd wordt dat het bevelen van de voorlopige hechtenis een beetje een automatisme is geworden. Ik heb nog eens gekeken naar artikel 67a in het Wetboek van Strafvordering. De situatie is nu ook dat de motivering van de voorlopige hechtenis toegespitst moet zijn op de omstandigheden van de verdachte en de verdenking. Het is niet zo dat de rechter nu met een pennenstreek kan zeggen: hup, bij u verleng ik de voorlopige hechtenis. Dat moet wel onderbouwd worden. Het kan zijn dat de praktijk en de theorie, in dit geval de wet, wat uiteen zijn gaan lopen, maar dat betekent nog niet dat de wet zo grondig verbouwd moet worden als collega Sneller nu voorstelt. Voorzitter. Daar staat tegenover dat de doelgroep die in voorlopige hechtenis zit, steeds langer zit en steeds vaker verdacht wordt van zwaardere strafbare feiten. Het is dus helemaal niet gek dat de voorlopige hechtenis vaker en langer aan de orde is. Ik ben uiteraard benieuwd naar de appreciatie van de amendementen-Sneller. Ik ben met name benieuwd of ze allemaal nodig zijn. Mijn indruk is dat dat niet het geval is. Daarmee geef ik alvast een klein beetje een voorschot op het mogelijke stemadvies van mij aan mijn fractie, maar ik snap wel het punt van collega Sneller, namelijk dat de motivering op orde moet zijn. Ik vind het helemaal niet gek wat collega Sneller zegt, namelijk dat het logisch is dat de rechter de volgende zaken moet langslopen: zijn er andere alternatieven voorhanden en is dit middel daadwerkelijk proportioneel en noodzakelijk? Maar als ik naar de wet kijk, zou ik denken dat dit al uit de wetstekst volgt. De rechter moet eigenlijk al op deze vragen ingaan. Maar misschien zie ik het verkeerd. Misschien is er een middenweg tussen de amendementen-Sneller en de huidige wetstekst. Ik ben heel benieuwd hoe de minister daarnaar kijkt. Ik wil de andere kant namelijk wel benoemen: we moeten niet doen alsof Nederland veiliger wordt als iedereen die in voorlopige hechtenis zit, niet in voorlopige hechtenis zit. Ik heb bijna alle huizen van bewaring bezocht. Daar zitten wel hele serieuze gevallen, die daar wat mij betreft ook moeten zitten totdat de rechter uiteindelijk gevonnist heeft.
Versie 2993003231abfaa96ff4940c8d64f6b7077aafabe5d02a9fa53d83f302bfbe59 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Wetboek van Strafvordering (Boek 2) (36327)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.