KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 3 feb 2025 · Tweede Kamer

Wetboek van Strafvordering (Boek 2) (36327)

Brontekst

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Dat zal ik doen, maar niet dan nadat ik gememoreerd heb dat mevrouw Helder gemist zal worden in deze debatten vanwege haar inhoudelijke inbreng. We hebben, zeker kort na het aantreden van het kabinet, een aantal debatten gezien waarbij we ons afvroegen waar de inhoud was. Maar ik moet zeggen dat ik mede dankzij u in deze commissie altijd het idee heb gehad dat we scherp op de inhoud hebben kunnen discussiëren. Dat is zeker van heel grote toegevoegde waarde geweest voor de wetgeving en de debatten die we hier hebben gehad. Dus heel veel dank daarvoor. Daarnaast dacht ik niet dat wij nieuws zouden maken met de behandeling van het Wetboek van Strafvordering, maar u heeft ervoor gezorgd dat er toch een hele schare aan journalisten op de tribune zat. Ik hoop dat ze naast terechte aandacht voor u ook aandacht hebben voor de belangrijke behandeling die we hier vandaag voortzetten na de eerste sessie van vorige week. Ik zal beginnen met een algemene spreektekst. Daarna doe ik het hoofdstuksgewijs. Ik begin met Boek 2 hoofdstuk 1, dan hoofdstuk 5, hoofdstuk 6, hoofdstuk 7, hoofdstuk 8 en hoofdstuk 10. Dat is de volgorde waarin ik de onderwerpen zal aflopen. Maar zoals gezegd begin ik met een algemene spreektekst. Voorzitter. Vandaag staat Boek 2 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, het opsporingsonderzoek, centraal. Het is om deze reden dat de staatssecretaris en ik, ten opzichte van vorige week, van plek zijn gewisseld. Vandaag zal ik dus beginnen met antwoorden. Anders dan vorige week, toen ik ergens tegen het einde van het debat aan het woord kwam, voel ik mij nu, omdat ik begin met de beantwoording, gerechtigd om heel kort een paar inleidende woorden tot u te spreken in aansluiting op het betoog van de staatssecretaris van vorige week. Ook ik ben de vaste commissie en de rapporteurs Ellian en Helder dankbaar voor hun inzet. Het verheugt me dan ook dat u er vandaag zelf in persoon bij bent. Ik kom uiteraard nog terug op uw amendement, maar dat doe ik op de geëigende plek in mijn betoog. Ook wil ik alle organisaties in de strafrechtketen bedanken. Zij spelen een belangrijke rol in de voorbereiding van het nieuwe wetboek. De staatssecretaris en ik zetten bij de behandeling van dit grote wetgevingsproject samen de schouders eronder. We weten ons daarbij gesteund door onze regeringscommissaris; dat hebben we vorige week ook gezien. Hij is ook vandaag weer aanwezig. U zult mij vandaag verschillende malen opzij zien kijken, soms vertwijfeld, soms hoopgevend, om hem de gelegenheid te bieden om zijn visie te geven vanuit de wetssystematiek. Voorzitter. Onze democratische rechtsstaat kan niet bestaan zonder goede opsporing en vervolging van criminaliteit. Denk aan de aanpak van high impact crimes, geweld, waaronder het gebruik van explosieven, ondermijning, drugscriminaliteit, mensenhandel en de toenemende cybercriminaliteit. Voor de strafrechtelijke aanpak van criminaliteit heb je ook een robuust juridisch kader nodig. Wat betreft de opsporingsbevoegdheden wordt dit kader geboden in Boek 2 van het Wetboek van Strafvordering. In dat boek zijn de opsporingsbevoegdheden vernieuwd, zodat we bijvoorbeeld beter om kunnen gaan met digitale informatie. In het Wetgevingstraject nieuw Wetboek van Strafvordering werken we in aanvulling op de eerste twee vaststellingswetten, die we deze maanden hier behandelen, ook met aanvullingswetten. Dat biedt de mogelijkheid om ook de regeling van het opsporingsonderzoek waar nodig verder aan te vullen. Dat doen we in een eerste aanvullingswet met de bevoegdheid om met inlogcodes die de politie al heeft, in te loggen op bijvoorbeeld een e-mailaccount. De voorbereidingen voor een wettelijke regeling voor deze opsporingsmethoden kwamen later op gang. Daarom is in de eerste vaststellingswet volstaan met het reserveren van een plekje voor deze regeling. De inhoud wordt ingevuld in de eerste aanvullingswet. Daarmee wil ik zeggen dat de aanvullingswetten de mogelijkheid bieden om ook de regeling van de opsporingsbevoegdheden waar nodig nog van een enkele update te voorzien. Voorzitter. Met het nieuwe Wetboek van Strafvordering zorgen we ervoor dat het onder de juridische motorkap van de opsporing en vervolging goed in elkaar zit en dat dit ook in de toekomst is gegarandeerd. Dat brengt mij bij de behandeling van de vragen. Ik begin bij hoofdstuk 1, algemeen. Ik begin met de vraag van mevrouw Mutluer die raakt aan de actualiteit. Zij vroeg hoe de minister de afweging ziet die in de praktijk moet worden gemaakt bij het tonen van de beelden, zoals bij de kunstroof, en hoe de minister de huidige procedure ziet in het licht van Boek 2. In het kader van dit debat ga ik niet verder in op de actuele situatie, maar ik zal u wel wat vertellen over hoe dit proces verloopt en hoe zich dat verhoudt tot het nieuwe Boek 2. Het is uiteraard aan het Openbaar Ministerie om in een concrete strafzaak te beslissen of een foto of de naam van een verdachte wordt gepubliceerd. Dat was in dit geval ook zo. Die afweging moet het Openbaar Ministerie kunnen maken en dat doet het dan ook zonder enige politieke inmenging. In het nieuwe wetboek moeten opsporingsbevoegdheden worden opgenomen die een meer dan beperkte inbreuk opleveren op de grondrechten van de betrokkene. Onderzoekshandelingen die een beperkte inbreuk opleveren, kunnen worden toegepast op grond van de algemene bevoegdheidsbepaling van artikel 2.1.9. Deze systematiek is overgenomen uit het huidige wetboek en is in overeenstemming met de rechtspraak van de Hoge Raad en van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. In de rechtspraktijk wordt aangenomen dat de publicatie van een foto of de naam van een verdachte een beperkte inbreuk oplevert op de grondrechten van de betrokkene. Tegen die achtergrond is er daarom geen aanleiding om de publicatie van een foto of de naam van een verdachte als een afzonderlijke bevoegdheid op te nemen in het nieuwe wetboek. Ik wijs op de Aanwijzing opsporingsberichtgeving van het OM, waarin een afwegingskader voor de publicatie van persoonsgegevens is opgenomen. Op basis daarvan zal door het Openbaar Ministerie in elk individueel geval een zorgvuldige afweging worden gemaakt.

Versie 2993003231abfaa96ff4940c8d64f6b7077aafabe5d02a9fa53d83f302bfbe59 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.