KamerkringInloggen
← Onderzoeken

statement · 29 sep 2025 · Tweede Kamer

Mensenrechtenbeleid

Brontekst

Minister Van Weel: Dank, voorzitter. Excuus voor de kleine vertraging in mijn aanwezigheid. Ik heb even een hand gegeven aan de familieleden van de mensen die aan boord zitten van de Flotilla. Ik zal daar later in mijn betoog nog verder op terugkomen. Ik begin met de redeneerlijn. Daarna heb ik algemeen beleid, de evaluatie, het mensenrechtenfonds en bezuinigingen. Dan ga ik in op de diverse landensituaties, daarna op diverse thema's in de mensenrechtenprioriteiten en dan zijn er nog een aantal overige belangrijke zaken. Laat ik beginnen bij het begin. Nederland is gebaat bij een stabiele, veilige en vrije wereld. Dat is een wereld waarin de mensenrechten worden geëerbiedigd, waarin de democratische rechtsstaat functioneert en de internationale rechtsorde wordt hooggehouden. En ja, deze pijlers staan allemaal wereldwijd onder toenemende druk. Wij zien oorlogen en conflicten maar ook andere zorgwekkende trends waardoor deze waarden onder druk staan: meer repressieve wetgeving, het inperken van fundamentele vrijheden en het morrelen aan de multilaterale samenwerking. Met dat alles zou je kunnen betogen: wat maakt het eigenlijk nog uit dat Nederland hieraan bijdraagt of geeft om de mensenrechten? Maar dat doen we wel. Uiteindelijk is een wereld gestoeld op fundamentele en universele mensenrechten een wereld waarin ons multilaterale systeem het beste functioneert, waarin democratieën kunnen bloeien en waarin de multilaterale samenwerking overeind blijft. Als land met heel veel buitenland, wat Nederland toch is, met een grote afhankelijkheid van het buitenland, moeten wij er alles aan doen om die rechtsorde overeind te houden. Dat betekent niet alleen, zeg ik tegen mevrouw Piri via de voorzitter, via harde veiligheid, via onze bijdrage aan de NAVO en via defensie-inspanningen, maar ook door middel van diplomatie en door middel van inzet op thema's als mensenrechten. Daar ziet u mij dus zeker als een advocaat. De recente week die ik heb doorgebracht bij de Algemene Vergadering van de VN in New York geeft inderdaad een gesplitst beeld, een beeld van landen die de wereldorde zoals we die na de Tweede Wereldoorlog hebben ingericht onderuit willen halen of willen vervangen door een ander systeem dat meer gebaseerd is op machtsblokken dan op gelijkheid voor alle landen. Tegelijkertijd zie je ook ontzettend veel landen die juist hechten aan het systeem dat wij hebben opgebouwd. Die landen zijn wij wel wat verplicht als welvarend, westers land en een van de architecten van het mensrechtenbeleid dat we hebben; die landen verdienen onze steun. Ik heb dus ook twee evenementen daar voorgezeten: een over mensenrechten in het algemeen samen met Chili, en het andere ook met Chili, de LGBTI Core Group, waar wij al vele jaren niet alleen initiatiefnemer maar ook voorzitter van zijn. De verhalen die je hoort zijn schrijnend en gaan over achteruitgang in diverse delen van de wereld van vrouwenrechten, van rechten van religieuze minderheden, van rechten van de lhbtiq+-gemeenschap. Maar dat neemt niet weg dat we ons daar wel volop hard voor moeten maken. Dat motiveert mij. Heel veel meer woorden in algemene zin wil ik hier niet aan vuilmaken. Ik kom graag snel tot de inhoud. Het algemene beleid. Laat ik beginnen met de Mensenrechtenraad, met al z'n voor- en nadelen. Ik zeg dat in antwoord op vragen van de heer De Roon. Ja, de Mensenrechtenraad kent soms bijzondere samenstellingen. Ik denk dat dat zowel het voor- als het nadeel is van de manier waarop de Mensenrechtenraad is opgesteld, namelijk op democratische wijze. Het is een verkiezing. Dat kunnen wij dus niet altijd inhoudelijk volgen. Then again: dit is de wereldgemeenschap die kiest. Daarmee zien we dus precies wat we net zeiden, namelijk dat die universaliteit van die mensenrechten wel onder druk staat. Steeds meer landen lijken die repressieve lijn te volgen. Ik vind dat zorgelijk, maar geen reden om ons juist terug te trekken hieruit. Juist als je ziet dat het achteruitholt, denk ik dat dat voor ons een gelegenheid is om in zo'n Mensenrechtenraad wel ons eigen geluid te laten horen. We bereiken daar ook resultaten. Er worden onderzoekscommissies opgesteld voor de mensenrechtensituatie in Sudan, Syrië en Oekraïne. Wij gaan volgend jaar uit de Mensenrechtenraad, want dan zit ons mandaat erop. Maar zeggen dat het geen zin meer heeft vanwege de samenstelling, waarbij ik de bedenkingen bij sommige van de leden absoluut kan volgen, is volgens mij niet de oplossing. De heer Kahraman vroeg welke lessen wij trekken uit de IOB-evaluatie, welke aanbevelingen we duurzaam kunnen realiseren en welke aanbevelingen botsen met de realiteit van vandaag. Ik denk dat de evaluatie heel duidelijk maakt waar wij sterk in zijn, maar ook waar ruimte ligt voor verbeteringen. We hebben echt dingen bereikt; denk aan het tegengaan van de straffeloosheid in Oekraïne en Afghanistan. Die lijn zetten we voort. We zetten ook in op een betere, meer gefocuste besteding van de middelen uit het Mensenrechtenfonds. Met een kleiner aantal landen — ook met beperktere middelen, moet ik er helaas bij zeggen, want de begroting blijft wat die is — blijven we wel impact maken. Ik moet erbij zeggen dat het Mensenrechtenfonds, zowel centraal als decentraal, blijft bestaan. Naast de lijst van landen bestaat er ook voor andere landen en posten de mogelijkheid om voor specifieke projecten een claim te doen op het Mensenrechtenfonds. Daarvoor is een flexibele schil ingericht, waarmee het Mensenrechtenfonds ook kan worden ingezet in landen die niet meer op de corelijst staan. Dan Matra en Shiraka. Ik heb daar een hoop van u eensgezind over gehoord. Ik neem dat serieus. Er is een motie aangekondigd, dus ik wil er niet heel veel op vooruitlopen. Ik snap het belang van deze projecten, zeker ook voor het democratische speelveld in deze landen en het democratisch gehalte van deze landen. Ik wacht de motie af en zal die vervolgens passend appreciëren. Dat was het algemene beleid. Ik kom nu bij de landen. Laat ik beginnen met de Freedom Flotilla. Ik heb net — dat was een van uw verzoeken — even gesproken met familieleden van de betrokkenen. Ik snap hun zorgen. Ook het kabinet is bezorgd over het risico dat deelnemers lopen. Laat ik het heel straight forward zeggen: Gaza is op dit moment een oorlogsgebied. We raden daarom niemand aan om zelfstandig naar een oorlogsgebed te reizen, ongeacht de nobelheid van het doel. Wij delen de zorg dat er te weinig humanitaire hulp in Gaza komt. Wij delen de zorgen over het toelaten van hulp door Israël. Er is ook geen gebrek aan humanitaire hulp; die staat gewoon klaar aan de grenzen van Gaza. Het probleem is de toegang daartoe. Daar moeten we op inzetten; op dat punt moeten we de druk opbouwen. Ik denk dat de aandacht die de Flotilla nu genereert zeker kan helpen bij het opbouwen van die druk. Maar ik mag hopen dat dit uiteindelijk niet leidt tot ongelukken. Wij hebben in ieder geval contact met de Israëlische autoriteiten. We hebben ook onze bezorgdheid aangegeven. We hebben opgeroepen om geen geweld te gebruiken, zeker niet tegen Nederlandse staatsburgers. Als wij consulaire hulpverzoeken ontvangen — die hebben we nog niet gekregen — zullen we daarnaar kijken. Op dit moment varen de Spaanse en Italiaanse marine mee. Dat geeft in ieder geval een vangnet. Als er iets mocht gebeuren, kunnen mensen worden gered en opgevangen. Hoe dit zich in de komende dagen zal ontvouwen, weet ik niet. We zullen daar contact over opnemen met de Spaanse en Italiaanse autoriteiten, ook om te zien wat hun plannen uiteindelijk zijn. Ik kan mij eerlijk gezegd niet voorstellen dat zij tot aan Gaza, tot aan de kust, zullen meevaren, ook vanwege de risico's die daarmee worden afgeroepen.

Versie b44aae945eaa6e8dcd59eb7023497ffa6735231a7eb9da5aa7b62eae659f2e73 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.