Mensenrechtenbeleid
Mensenrechtenbeleid
statement · 29 sep 2025 · Tweede Kamer
De heer Ceder (ChristenUnie): Dank, voorzitter. Het is goed dat we vandaag spreken over het Nederlandse mensenrechtenbeleid, want de mensenrechten staan wereldwijd onder druk, de geopolitieke wereldorde verandert en kwetsbare mensen zijn daarvan de dupe. Ik wil in dat kader allereerst stilstaan bij een vaak vergeten conflict: de situatie in West-Papoea. Want het klopt, zoals net ook is gezegd, dat vrijwel alle partijen aanschuiven bij een debat over Gaza, maar dat er veel minder aanwezig zijn bij een debat over Sudan. Bij een hoorzitting over de situatie in West-Papoea van een tijdje geleden, was er naast de ChristenUnie maar één andere partij aanwezig: de Partij voor de Dieren. West-Papoea is een wond in de wereldgeschiedenis die vaak wordt vergeten. Nederland heeft onafhankelijkheid beloofd; dat is een belofte die nooit is ingelost. Nederland heeft in dat proces daarom ook een bijzondere verantwoordelijkheid en zorgplicht als het gaat om de mensenrechtenschendingen, juist omdat wij historisch gezien verbonden zijn. Toch valt mij op hoe weinig aandacht dit thema krijgt in de Kamer, terwijl de feiten schrijnend zijn. Volgens verschillende organisaties zijn er de afgelopen jaren vele, vele Papoea's gedood door geweld. Tienduizenden zijn intern ontheemd geraakt. Er is sprake van gigantische ontbossing en een gigantisch armoedeverschil tussen Indonesië en het westelijke gedeelte, waaronder West-Papoea. Tegelijkertijd worden vreedzame demonstraties regelmatig hard neergeslagen en zitten politieke gevangenen vast omdat zij hun recht op vrije meningsuiting oefenden. Die mensen wachten op gerechtigheid en op een stem, ook vanuit de Kamer. Daarom ook de vraag of de minister kan bevestigen of de situatie in West-Papoea besproken is tijdens het recente bezoek van de Indonesische president aan onze koning. Zo niet, waarom niet? Juist in een tijd waarin mensenrechten onder druk staan, moet ik helaas constateren dat het bevorderen van mensenrechten steeds minder prioriteit heeft gekregen van de Nederlandse regering, zeker ook onder dit demissionaire kabinet. Economische belangen lijken te prevaleren. Een concreet voorbeeld hiervan is de CEPA-overeenkomst, waarover vorige week de onderhandelingen tussen de EU en Indonesië zijn afgerond, terwijl er mensenrechtenschendingen plaatsvinden, zoals ik al eerder heb aangegeven, en daar weinig tot geen aandacht voor is. Nederland heeft daarin wel een zorgplicht jegens de bevolking daar. Daarom mijn vraag: op welke manier wordt met CEPA geborgd dat mensenrechten worden gerespecteerd? Is dit nu volgens de minister voldoende? En als dit niet voldoende is, is de minister dan bereid om zich binnen de Raad hard te maken voor een stevige mensenrechtenbepaling? En wil hij zich ook verzetten tegen een akkoord, zolang die mensenrechtenschendingen tegen de bevolking voortduren? Wil hij dit randvoorwaardelijk maken? Erkent de minister dat economische belangen mogelijk misschien juist ook een schroom vormen om de situatie in West-Papoea structureel aan te kaarten? Voorzitter. Dan over vrijheid van godsdienst en christenvervolging. Daar vraag ik geregeld aandacht voor. Wat hieraan gekoppeld is, is dat er in veel landen waar vervolging plaatsvindt geen recht is op godsdienstvrijheid. Sterker nog, in een aantal landen staat er nog de doodstraf op godslastering, blasfemie of afvalligheid. Christenen bevinden zich daar met enige regelmaat, vaak zelfs na onbewezen beschuldigingen, in de dodencel. Als we vanuit Nederland een geloofwaardig mensenrechtenbeleid willen voeren, kunnen we daarover niet stil blijven. Er moet een einde komen aan blasfemiewetgeving waar de doodstraf op staat. Het is ook raar dat landen waarin deze wetgeving geldt, die ook misbruikt wordt, alsnog lid kunnen worden van een orgaan zoals de VN-Mensenrechtenraad en vervolgens moeten toezien op naleving van mensenrechten elders. Is de minister daarom bereid om zich ervoor in te zetten om landen waarin geen volledige godsdienstvrijheid geldt, met blasfemiewetten en daaropvolgend de doodstraf, te weren uit de VN-Mensenrechtenraad? En is de minister bereid om zich met een kopgroep van gelijkgezinde landen in te zetten voor het opstellen van een verdrag dat de doodstraf op godslastering, blasfemie of afvalligheid afschaft? Voorzitter. Nog twee vragen. Hoe garandeert de minister dat bepaalde prioriteiten, bijvoorbeeld de vrijheid van religie en levensovertuiging, binnen het grotere geheel van de landenlijst van het Mensenrechtenfonds niet het onderspit delven? Wordt het budget bijvoorbeeld wel evenredig verdeeld over de prioriteiten? Tot zover, voorzitter.
Versie b44aae945eaa6e8dcd59eb7023497ffa6735231a7eb9da5aa7b62eae659f2e73 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Mensenrechtenbeleid
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.