statement · 2 jul 2025 · Tweede Kamer
Jaarverslag 2024 van het ministerie van VWS
Brontekst
Mevrouw Slagt-Tichelman (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Als rapporteur heb ik namens de commissie voor VWS de jaarverantwoording over het jaar 2024 nader bekeken. Ik heb mij daarbij verdiept in vier onderwerpen, die de voorzitter net al benoemde: evaluatie van beleid, bedrijfsvoering, onderuitputting bij de zorguitgaven en het preferentiebeleid. Ik start met de bedrijfsvoering. Dat is een onderwerp dat door de rapporteurs vaker is besproken. Ik spreek meteen complimenten uit aan de minister en de voorgangers. De Algemene Rekenkamer signaleerde jarenlang verschillende onvolkomenheden. In 2024 zijn twee daarvan opgelost: informatiebeveiliging en lifecyclemanagement. Echter, de Algemene Rekenkamer en de Auditdienst Rijk constateren nog steeds drie resterende onvolkomenheden, die hardnekkig en welhaast structureel blijken te zijn. Daarom is een verbetertraject ingezet, dat aantoonbaar vruchten afwerpt. Het is daarom belangrijk dat de minister dit verbetertraject stevig voortzet, ook wat betreft de in gang gezette cultuuromslag binnen het ministerie. Herkent de minister de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat het belang van goed financieel beheer en het gezamenlijke gevoel van eigenaarschap nog niet goed verankerd is in de cultuur op het ministerie? Welke voortgang is geboekt in 2024 wat betreft een cultuurverandering VWS-breed? Wat zijn hierbij de concrete acties en plannen voor 2025? In de beantwoording van de vragen zagen wij dat de Auditdienst Rijk net als in 2024 gevraagd is het verbeterproces te beoordelen. Kan de minister toezeggen dat zij, gebruikmakend van de uitkomsten van het ADR-onderzoek, ook zelf een tussenevaluatie uitvoert, zoals aanbevolen door de Algemene Rekenkamer? Graag ziet de Kamer begin 2026 de uitkomsten van deze tussenevaluatie tegemoet. In 2025 wordt een nieuw inkoopsysteem operationeel. Hopelijk ligt de implementatie op koers. Kan daar iets over gezegd worden? Met het nieuwe systeem zal de onvolkomenheid bij het inkoopbeheer waarschijnlijk verdwijnen. Wat betreft het subsidiebeheer citeer ik de Algemene Rekenkamer, die concludeert: "Hoewel we verbeteringen zien in 2024, wordt het echt tijd dat de minister vaart maakt om hardnekkige problemen in het subsidiebeheer op te lossen." Wat zou volgens de minister nog een reden kunnen zijn dat de onvolkomenheden bij inkoopbeheer en subsidiebeheer in 2025 niet definitief worden opgeheven? Graag verzoek ik de huidige bewindspersonen om in de gevraagde tussenevaluatie ook uitvoerig in te gaan op acties en resultaten in 2025, om deze beide zaken op orde te krijgen. Daarnaast vraag ik de regering expliciet om de toezegging ervoor te zorgen dat het subsidiebeheer bij VWS uiterlijk in 2025 structureel op orde is, en de Kamer daar uiterlijk eind 2025 over te informeren. Kan dit toegezegd worden? Dan mijn laatste en grote punt bij dit onderwerp: zicht op risico's. De VWS-begroting gaat niet in op de grootste voorziene risico's, ondanks een eerder verzoek hierover van de rapporteurs bij het begrotingsonderzoek in oktober 2024. Ook de Algemene Rekenkamer is voornemens om in de toekomst zo'n lijst met hoge risico's rijksbreed op te stellen. Daarom vraag ik als rapporteur nogmaals of de minister voortaan in de begroting en in het jaarverslag hier aandacht aan wil besteden. Kan de minister een lijst met hoge risico's voor de VWS-begroting in de komende begroting opnemen? En kunt u de Kamer per brief over het lopende begrotingsjaar informeren over de top drie van financiële risico's en de top drie van maatschappelijke risico's, met daarbij een beschouwing van wat de minister doet om deze risico's te beheersen of te verkleinen? Het PALLAS-project zou een voorbeeld kunnen zijn die op de lijst van financiële risico's komt te staan, mede vanwege de schaalgrootte en de lange looptijd. Kan de minister toezeggen om de PALLAS-projectaandeelhoudersrol van het ministerie van VWS te scheiden van de beleidmakersrol, en de Kamer hierover te informeren? Dan kom ik bij een volgend onderwerp, dat vaker terugkeert: onderuitputting. In 2024 is zo'n 3 miljard minder uitgegeven dan beschikbaar was voor de zorg. Ik vraag u of dit aanleiding geeft tot actie. Kunt u aangeven welke beleidsdoelen in 2024 als gevolg van onderuitputting niet volledig gerealiseerd konden worden? In de lijst van posten van onderuitputting in het jaarverslag ontbreekt een onderuitputting van circa 508 miljoen, doordat in 2024 100.000 huishoudens minder dan verwacht zorgtoeslag hebben ontvangen. Waarom ontbrak deze post in het overzicht? Zaten daar ook huishoudens tussen die wel recht hadden op zorgtoeslag? De Subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt kent al jaren onderuitputting en wordt gestopt. De vraag is welke lessen de minister daaruit trekt en of zij mogelijkheden ziet om op andere manieren initiatieven te stimuleren gericht op veelbelovende zorg. Tot slot de wijkverpleging. Die kent veruit de grootste onderuitputting: ruim 1 miljard in 2024. Dit kabinet schrijft dat veruit het grootste deel hiervan reeds structureel verwerkt is in de VWS-begroting voor ander beleid. Hoe staat het met de nog openstaande toezegging dat de Kamer geïnformeerd zal worden over de aanwending van dit miljard? Waarom is de onderuitputting op de wijkverpleging volledig ingezet voor tegenvallers elders? Is ook overwogen een deel van de ruimte ten goede te laten komen aan de wijkverpleging? Kan deze minister garanderen dat in de sector wijkverpleging nu nog voldoende groeiruimte resteert om alle transitieopgaven te kunnen bekostigen en kansrijke initiatieven landelijk uit te rollen? Voor bestaande uitdagingen in de wijkverpleging is het Investeringsakkoord Opleiden Wijkverpleging afgesloten. Daarvoor was in 2024 een bedrag van 50 miljoen euro beschikbaar. Vanaf 2025 is er 60 miljoen euro structureel beschikbaar. Klopt het dat dit budget in 2024 niet volledig is benut? Hoe zorgt deze minister dat de opleidingsmiddelen voor de wijkverpleging toereikend zijn en volledig benut worden? Welke stappen worden vanaf nu extra ondernomen? Voorzitter. Het derde onderwerp is evaluatie. Mijn eerste punt gaat over evaluatieonderzoek. Ook hier mijn complimenten voor de systematische en uitvoerige wijze waarop de evaluatieagenda door VWS sinds 2023 in kaart wordt gebracht. Wel blijft het punt staan dat het overzicht van evaluatieonderzoeken nog vooral opsommend en beschrijvend is. Ik wil de minister daarom vragen om met het overzicht van de periodieke evaluaties voortaan beter inzichtelijk te maken wat de opbrengsten zijn van de evaluaties, de geleerde lessen en de opgevolgde aanbevelingen. Een punt dat al vaker is benoemd, is het evalueren van fiscale regelingen. De Algemene Rekenkamer meldt in haar verantwoordingsonderzoek dat de minister in 2024 geen fiscale regelingen heeft laten evalueren, ondanks de toezegging dit te doen. We hebben wel net een brief ontvangen van de minister van Financiën, gelukkig. Met deze regelingen zijn grote bedragen gemoeid, in totaal bijna 3 miljard euro. Ik noem bijvoorbeeld de regeling aftrek specifieke zorgkosten, het lage btw-tarief voor geneesmiddelen en hulpmiddelen, en de vrijstelling van de assurantiebelasting voor de verplichte zorgverzekering, Zvw. Hoe effectief zijn die? Waarom duurt de verkenning naar de aanpassing van deze fiscale regeling zo lang? Kan de minister toezeggen om de evaluatie van de fiscale regelingen als vast onderdeel toe te voegen aan de strategische evaluatieagenda van VWS? Dan de jaarlijkse monitors, die u en ons helpen om trends en ontwikkelingen te signaleren, namelijk de Monitor Brede Welvaart van het CBS en de VWS-monitor. Uit de monitors blijkt dat het goed gaat met grote groepen Nederlanders. Wel zijn er aandachtspunten. Ik noem de toenemende eenzaamheid en beperkingen in functioneren bij de groep 75-plussers. De Monitor Brede Welvaart signaleert ook achteruitgang in brede welvaart voor de generatie 18- tot 25-jarigen, op meerdere indicatoren. Daarmee staat deze groep het vaakst in het rood, bijvoorbeeld rond de thema's mentale gezondheid, werkzekerheid en huisvesting. Mijn vraag is of de minister dit beeld herkent? Wanneer kan de Kamer de Nationale Jeugdstrategie verwachten? Wordt hierin ook specifiek aandacht besteed aan deze 18- tot 25-jarigen? Of wordt voor deze groep ander beleid ingezet? De Kamer ontving de VWS-monitor dit jaar pas medio juni, en zonder inhoudelijke duiding. Vorig jaar heb ik als rapporteur bij het begrotingsonderzoek al gepleit om de VWS-monitor, die is teruggebracht van twee keer per jaar naar één keer per jaar, te voorzien van een korte duiding van relevante trends die uit de monitor blijken. Waarom hebben we als Kamer nu geen duiding gekregen? Graag de toezegging dat de VWS-monitor voortaan vóór 1 juni naar de Kamer wordt gestuurd, voorzien van een duiding. Dan nog een punt over de uitvoeringstoetsen. Dat is een instrument dat is bedoeld om instanties, die een rol spelen in de uitvoering, te vragen om een oordeel te geven over de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van wetgeving of beleid. Vaak gebeurt dit in het stadium waarin het beleid of het wetsvoorstel in concept gereed is. Ik wil vragen wanneer de geplande en toegezegde uitvoeringstoetsen komen en of deze voortaan structureel kunnen worden opgenomen in de begrotingen en jaarverslagen van VWS. Mijn laatste onderwerp is preventie. Dit is een breed beleidsterrein, met middelen op meerdere beleidsartikelen. Dat maakt het voor de Kamer en voor de bewindslieden moeilijk om het totaal aan beschikbare middelen te monitoren. In oktober 2024 heeft het ministerie, desgevraagd door de Kamer, eenmalig aparte overzichten opgesteld van de uitgaven en de fiscale ontvangsten rond preventiebeleid. Nu deze overzichten er eenmalig liggen en de systematiek is uitgedacht, vraag ik de minister of dit financieel overzicht van preventie jaarlijks geactualiseerd kan worden. Zo ja, kan de Kamer dat bij de begroting van 2026 opnieuw ontvangen? Zo nee, dan is de vraag hoe u effectief preventiebeleid kunt voeren zonder een overzicht van het totaal aan daarvoor beschikbare middelen. Verder valt op dat het beleidsverslag en de Jaarverantwoording 2024 ten opzichte van de Jaarverantwoording 2023 minder informatie bevatten over de belangrijke akkoorden en beleidsprogramma's die verband houden met preventie en de effecten van beleid. Er lijkt een accentverschuiving zichtbaar in de beleidsdoelen, van een collectieve preventieaanpak naar meer eigen verantwoordelijkheid voor gezondheid. Is deze waarneming correct? Welke achterliggende visie op preventie en welk theoretisch model ligt aan het in 2024 gevoerde preventiebeleid ten grondslag? Tot slot. In het jaarverslag zien we tussen 2020 en 2023 een terugloop in levensverwachting en ervaren gezondheid van Nederlandse burgers. Dit lijkt tijdelijk, maar roept toch de vraag op wat hiervan de oorzaak is. Heeft u hier een verklaring voor? Gaat u de oorzaken hiervan proberen aan te pakken? Voorzitter. Dit was mijn inbreng namens de commissie als rapporteur. Ik kijk uit naar alle antwoorden van de minister en staatssecretarissen op de door de commissie gestelde vragen. Ik heb nog één laatste punt, dat is gericht aan mijn collega-Kamerleden. Dit jaar nam ik als Kamerlid deel aan de gesprekken van de V-100 op 26 mei. We spraken met mensen over overheidsregelingen, zoals die van het CAK. Een duidelijke boodschap van zowel burgers als uitvoeringsorganisaties, was: de Kamer moet ook zelf verantwoordelijkheid nemen als het gaat om hoe uitvoerbaar wetten zijn, ook bij het indienen van eigen amendementen en zeker als het gaat om heel veel amendementen tegelijk. Laten we dit signaal en deze vraag als Kamerleden goed oppakken.
Versie 1b857e5cd75354e3dbf5bf81bf69fd3aa984ac56b3f8b354bda915aa2e8211fd · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.