KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Arbeidsmigratie

24 mei 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie abead21f4516abd6 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Minister Van Gennip: Ik denk wel dat de heer Van Kent en ik hetzelfde doel hebben. Dat is om de omstandigheden voor deze mensen te verbeteren. Duitsland is actief bezig met het ophalen van arbeidsmigranten. Europese lidstaten beslissen zelf over arbeidsmigratie van buiten de EU. Duitsland kampt net als Nederland met krapte, dus het is begrijpelijk dat de Duitse regering, net als wij, die krapte wil verminderen. Duitsland maakt daarin wel echt andere keuzes. Wij hebben gezegd dat arbeidsmigratie van buiten de EU het sluitstuk is. Duitsland ziet dat nu als een grote stap vooruit. Ik vind dat we niet te lichtzinnig moeten denken over meer arbeidsmigratie: voor de arbeidsmigranten zelf, al die ernstige misstanden die we nog veel te vaak zien, maar ook de toenemende druk — we hadden het er net over — op de voorzieningen die toch al schaars zijn, dus huisvesting, onderwijs en zorg. Duitsland en Nederland zijn ook niet een-op-een te vergelijken. Duitsland heeft echt een andere binnenlandse situatie. Duitsland heeft minder gebrek aan ruimte. Dat betekent dus ook dat Duitsland andere keuzes kan maken. De heer De Graaf vroeg naar de kosten van arbeidsmigratie. Die zijn niet zomaar eenduidig in beeld te brengen. Er zijn heel veel vormen van arbeidsmigratie. Denk bijvoorbeeld aan kennismigranten. De bijdrage die arbeidsmigranten hebben, kun je niet alleen economisch bezien. Dat vergt weer de brede welvaartsbenadering. Mijn grote zorg is dat de lasten en de lusten op dit moment niet goed verdeeld zijn. De lusten vallen bij een aantal ondernemers, bij werkgevers. De lasten vallen bij de samenleving en de arbeidsmigrant. Dat is waarom ik in het begin al zei dat het zo belangrijk is om meer grip te krijgen op arbeidsmigratie en waarom al die afspraken die we in Roemer hebben gemaakt met elkaar zo belangrijk zijn. De heer Van den Brink vroeg naar de motie-Palland over criteria die de brede welvaartsbenadering moeten vastleggen. Als wij meer grip willen krijgen op migratie, dan is juist de brede welvaartsbenadering van groot belang. Dan kun je de gevolgen van arbeidsmigratie goed in beeld brengen: de gevolgen voor de arbeidsmigranten zelf, voor onze economie, voor onze samenleving en ook voor de landen van herkomst. De Staatscommissie Demografische ontwikkelingen 2050 — die heb ik aan het begin genoemd — heeft onder andere als taak "advies uit te brengen over scenario’s, beleidsopties en handelingsperspectieven van de regering in relatie tot de maatschappelijke gevolgen van de demografische ontwikkelingen, in het bijzonder van vergrijzing en migratie (…) tegen de achtergrond van de brede welvaartsbenadering". Door het instellen van de staatscommissie en de reactie van het kabinet op de adviezen geef ik invulling aan deze motie. Dat heb ik toen volgens mij ook aan de Kamer laten weten. Die zal dus begin 2024 het rapport opleveren. Vooral de laatste zin heeft dus te maken met de motie. Mevrouw Piri vroeg terecht en goed geïnformeerd naar de detachering van derdelanders. Volgens mij heb ik er net al antwoord op gegeven. Je wilt goed weten wie er Nederland in komen. Je wilt weten waar mensen werkzaam zijn en waar ze wonen. Dat heb je bij derdelanders nog veel minder dan bij de reguliere stroom. Detachering van derdelanders mag volgens het Europees recht, maar dan moeten ze natuurlijk wel een arbeidsrelatie hebben met het land vanwaaruit ze gezonden worden. Dat mag geen postbus zijn. Op dit moment brengen we de verschillende detacheringsmogelijkheden voor derdelanders in kaart, ook de mogelijkheden die we tegenkomen in de praktijk. Vooral de NLA komt die tegen. We kijken of die legaal zijn, illegaal zijn, of dat er sprake is van schijnconstructies of oneigenlijk gebruik. Dat zijn we nu aan het inventariseren. Het tweede is dat er juridisch gezien interpretatieverschillen zijn tussen verschillende lidstaten. Dat wil ik Europees en bilateraal bespreken: wat bedoelen we nou met deze richtlijn en hoe leggen we die uit? Ik heb op verschillende momenten in Brussel, zowel bij de Europese Commissie als bilateraal, mijn zorgen geuit over detachering van derdelanders. Het mandaat van de ELA wordt volgend jaar geëvalueerd. Daar wil ik pleiten voor een stevige verankering van detachering van derdelanders. Ik heb inmiddels begrepen dat België, Duitsland en Oostenrijk diezelfde problematiek hebben. Ik wil met deze landen samen optrekken om sterk te staan in de Europese discussie en in de aanpak. Een jaar geleden was dat gesprek nog moeilijk. Ook daar is echt wat veranderd. Dat helpt in de discussie. Ten slotte. Ik ben met de Nederlandse Arbeidsinspectie in gesprek over de aanpak van schijnconstructies en vooral over hoe we beter kunnen samenwerken met de uitvoeringsorganisaties in de andere landen, dus met de landen van herkomst maar ook de ELA. Daar nemen we op dit moment als Nederland het voortouw in.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.