KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Arbeidsmigratie

24 mei 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie abead21f4516abd6 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

De heer Ceder (ChristenUnie): Ja. Dank u wel, voorzitter. In het afgelopen jaar hebben we veel voorbeelden voorbij zien komen waarin arbeidsmigranten als tweederangsburgers worden behandeld. De FNV heeft de nieuwsberichten gebundeld. Arbeidsmigranten krijgen niet waar ze recht op hebben, worden uitgebuit of wonen onder erbarmelijke omstandigheden. Onlangs kwam er nog een bericht uit Valkenburg, waar arbeidsmigranten voor 60 uur in de week €800 per maand ontvingen. Er zitten in Nederland nog steeds rotte appels tussen uitzendbureaus, verhuurders en opdrachtgevers, die zich vrij voelen om mensen op deze manier te behandelen. Voorzitter. Dat willen we niet in dit land. We zien dat veel opdrachten worden uitgevoerd door onderaannemers die weer onderaannemers inhuren. De uiteindelijke opdrachtgever blijft bij het onderzoek vaak buiten schot. Een van de eerste aanbevelingen van de commissie-Roemer was het onderzoeken van de juridische mogelijkheid om de ketenaansprakelijkheid uit te breiden tot arbeidsomstandigheden. Inleners en opdrachtgevers zijn dan aansprakelijk voor goede arbeidsomstandigheden. De inspectie kan dan zowel richting de inlener als het uitzendbureau optreden. Minister Asscher concludeerde in 2015 dat deze maatregel vooralsnog een stap te ver was. Hij zei: de omvang van de problematiek is daar nog niet voldoende scherp voor. Ik ben benieuwd naar het oordeel van de minister anno 2023. Bent u het met mij eens dat er inmiddels helaas ruim voldoende casuïstiek is om wel over te gaan tot het uitbreiden van de ketenaansprakelijkheid? Keiharde sanctionering en handhaving is wat mij betreft de enige weg om deze hardnekkige situaties te beëindigen. Ik wil graag de reactie van de minister. Ik overweeg afhankelijk van de reactie ook een motie. Voorzitter. De ACVZ, inmiddels de Adviesraad Migratie, zegt hele relevante dingen in haar rapport over realisme rond richtgetallen aangaande arbeidsmigratie. De kern daarvan is dat ons toekomstige arbeidsmigratiebeleid moet worden ontwikkeld in een bredewelvaartsbenadering. Daar hebben wij een paar maanden geleden ook een motie over ingediend. Niet enkel de wens van werkgevers of economische belangen moeten leidend zijn, want dat is daar slechts één onderdeel van. Vooropstaat wat voor samenleving Nederland wil zijn en welke economie daarbij past. Voor arbeidsmarktkrapte wordt als oplossing ook steevast naar arbeidsmigratie van buiten de EU gekeken. Zoals mijn collega's weten, ben ik daar terughoudend in, zeker — dat heb ik net aangegeven — als er nog heel veel mensen langs de zijlijn staan. Er zijn mensen die in de bijstand zitten die misschien met de juiste hulp zouden kunnen werken, maar we hebben ook politieke keuzes gemaakt waardoor mensen aan de zijlijn staan. Denk aan asielzoekers die maximaal 24 weken mogen werken. Naar aanleiding van een nota van mevrouw Podt is daar binnenkort een interessant debat over. Maar ook hebben we hier recent een rondetafelgesprek gehad met jongeren die aangeven dat ze hier geboren en getogen zijn, een Nederlands of Limburgs accent hebben en diploma's hebben, maar niet mogen werken vanwege iets wat hun ouders hebben gedaan. Hoelang rekenen we dat door? Moeten wij daarvoor niet een oplossing vinden, juist ook vanuit adagium "eerst binnen en dan pas buiten kijken"? Ik denk dat we veel kunnen leren van een land als Duitsland, waar deze groep jongeren en ook de andere groepen die ik net noemde wel perspectief hebben dankzij politiek beleid. Hoe kijkt de minister hiernaar? Ik heb dit volgens mij al eerder gevraagd, maar we lijken nog geen stappen te kunnen zetten, terwijl het probleem van de arbeidskrapte steeds nijpender lijkt te worden. Is dat geen optie, in plaats van nu al te gaan nadenken over het binnenhalen van Indonesische of Filipijnse verpleegkundigen? We hebben hier mensen van wie wij allemaal zeggen dat ze aan zet moeten. Vorig jaar is er een motie van mij aangenomen die zegt dat het herhaaldelijk starten van een uitzendbureau na constatering van grove overtredingen niet meer zou moeten kunnen. Een mogelijkheid hiertoe is een bestuursverbod. Daar is niet voor gekozen, zoals mijn collega net aangaf, ondanks het feit dat dit een aanbeveling was van de commissie-Roemer. Bij de consultatie van het wetsvoorstel is dit opnieuw naar voren gebracht door ondernemers die zelf de wens voor dit instrument hebben uitgesproken. Wordt het voorkomen van recidive voldoende gewaarborgd in het wetsvoorstel, is mijn vraag aan de minister. De Raad van State heeft een kritisch advies uitgebracht. Wat gaat de minister doen met dit advies? Welke wijzingen zullen er in het wetsvoorstel worden aangebracht? De kern van het wetsvoorstel is een combinatie van een vergunningenstelsel en zelfregulering. Van zelfregulering heb ik in deze sector helaas geen hoge verwachtingen. Bovendien, hoe gaan we het handhaven voor elkaar krijgen, gezien de enorme hoeveelheid uitzendbureaus: maar liefst 15.000? De Arbeidsinspectie heeft nu een inspectiedekking van 1%. Heeft het wetsvoorstel echt voldoende tanden om er ook een preventieve werking van uit te laten gaan? Voorzitter. Tot slot de ETK-regeling, een belastingvoordeel voor de extraterritoriale kosten die een werknemer uit het buitenland maakt. Wij hebben grote bezwaren tegen dit belastingvoordeel, te meer aangezien deze regeling niet ten voordele komt van de werknemer, maar van de werkgever.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.