Wet startprocedure b3-scholen en hardvochtigheden vso en pro (36745)
Wet startprocedure b3-scholen en hardvochtigheden vso en pro (36745)
statement · 13 mei 2026 · Tweede Kamer
Mevrouw Moorman (GroenLinks-PvdA): Dank u wel, voorzitter. Als we het vandaag hebben over "pro", hebben we het vooral over praktijkonderwijs, zeg ik om het maar even helder te maken, ook voor alle mensen die meekijken. Voorzitter. In eerste instantie lijken de drie wetswijzigingen waarover we het vanochtend hebben, weinig met elkaar te maken te hebben, maar ik zie toch een rode lijn in de drie wetsvoorstellen, al moest ik een beetje zoeken, moet ik in alle eerlijkheid zeggen. Ze lijken in eerste instantie misschien een beetje bij elkaar gezocht te zijn, maar er is een rode lijn, namelijk: hoe voorkomen we dat kinderen en jongeren op een spoor belanden dat niet goed is voor henzelf en ook niet voor de samenleving? Denk aan kinderen die op privéscholen komen waar ze geen goed onderwijs krijgen, kinderen van nieuwkomers die niet het onderwijs krijgen dat bij hen past en kinderen op het voortgezet speciaal onderwijs die thuis komen te zitten, omdat ze niet op school mogen blijven omdat ze 20 jaar zijn, maar ook niet naar een vervolgtraject kunnen. Voorzitter. Ik zeg het maar meteen: elk van de drie voorstellen die nu voorliggen, kunnen we als GroenLinks-PvdA — nog wel — steunen. Sterker nog, ze komen voor een groot deel voort uit voorstellen die wij zelf eerder hebben gedaan, dus we zijn er blij mee dat ze hier nu voorliggen. Het is eerder zo dat we ons afvragen of het allemaal wel ver genoeg gaat. Daarom stel ik toch een aantal vragen naar aanleiding van deze wetsvoorstellen. Ik begin met het deel van particulier onderwijs. Het wetsvoorstel is bedoeld om te voorkomen dat er scholen zijn waar niet wordt voldaan aan de minimale vereisten voor burgerschap en veiligheid. De regering ziet aanleiding om zich daar zorgen over te maken — een groot deel van de Kamer ook, weet ik; wij zeker ook — mede naar aanleiding van het AIVD-rapport Met de rug naar de samenleving, waarin een fenomeenanalyse wordt gemaakt van de soevereinenbeweging. De fractie van GroenLinks-PvdA deelt deze zorgen en vindt het dus goed dat er een extra drempel wordt opgeworpen voor de stichting van die b3-scholen. We missen in het wetsvoorstel echter wel actie om iets te doen aan een andere manier waarop kinderen buiten de samenleving worden gehouden, namelijk het thuisonderwijs. Zou er niet ook iets moeten worden gedaan aan de toename van het aantal vrijstellingen onder artikel 5b van de Leerplichtwet? Twee jaar geleden is hier in de Tweede Kamer een motie aangenomen van de leden Westerveld en Kwint om alleen nog maar vrijstelling op basis van lichamelijke en psychische problemen toe te staan. De Kamer heeft dus al gezegd: wij willen geen vrijstelling onder artikel 5b; die zou eigenlijk überhaupt niet moeten plaatsvinden. Maar wat zien we? Er zijn steeds meer vrijstellingen onder 5b. Dat is misschien wel dezelfde beweging die we zien bij het stichten van die b3-scholen. Nog erger, het OM heeft gezegd: we hebben er eigenlijk geen tijd voor, dus we handhaven niet meer op die vrijstelling onder 5b. Ingrado, de branchevereniging van de leerplichtambtenaren, heeft aangegeven dat er geen extra toets meer is voor die vrijstellingen. Die worden nu heel erg makkelijk verstrekt. Het gaat dus precies de verkeerde kant op. Het staat ook helemaal haaks op wat het wetsvoorstel beoogt. We kunnen scholen waar kinderen verkeerde dingen leren, nu dus beter beperken, maar als we er ondertussen niets aan doen dat kinderen überhaupt niet meer naar school gaan, bijvoorbeeld omdat hun ouders soevereiniteitsgedachten hebben, en thuis verkeerde dingen meekrijgen, is het eigenlijk water naar de zee dragen. Dan is het dus niet de school, maar kunnen kinderen wel gewoon thuisblijven. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus: waarom is er nog geen opvolging gegeven aan de motie van de leden Westerveld en Kwint? Dat is toch al twee jaar, of zelfs drie jaar, geleden. Wat vindt zij ervan dat het OM niet meer handhaaft en dat er zonder extra toets vrijstelling van de leerplicht onder artikel 5b wordt verstrekt? Wat gaat zij doen om de toename van de vrijstellingen onder 5b te keren? Voorzitter. Dan ga ik terug naar het onderwerp particulier onderwijs. Een van de redenen om deze wetswijziging in te voeren is de groei van het particulier onderwijs. Die is inderdaad vrij fors. We zagen 44 scholen in 2015 en in 2023 was het aantal al opgelopen naar 134. Dat is bijna een verdrievoudiging. Mijn vraag aan de staatssecretaris is wat zij sowieso vindt van die toename van het particulier onderwijs. Wat zijn in haar ogen de oorzaken ervan? We zien de ongelijkheid in de samenleving toenemen. Dat laten rapporten van het SCP zien. We zien dat die ongelijkheid heel vaak is gebaseerd op het schooldiploma. De Onderwijsraad heeft laatst ook weer laten zien dat een mbo'er die start €7 per uur minder verdient dan een leerling met een wo-diploma. Onze samenleving wordt steeds diplomagerichter. Het is dan ook niet gek dat ouders er alles aan doen om hun kinderen de gewenste diploma's te geven. Als het dan niet lukt in het reguliere systeem, om wat voor reden dan ook, bestaat er dus een bypass om toch uit te komen waar je uit wil komen, maar wel alleen voor degenen die dat kunnen betalen. Dat zien we in een toename van bijlessen. Dat zien we ook in de toename van privéonderwijs. Ik weet niet of u dat weleens heeft gezien, maar als je langs het hockeyveld staat, zie je allemaal advertenties van privéscholen. Die adverteren met leuzen als: op onze school geen lerarentekort. Je moet alleen wel meer dan €20.000 per jaar betalen. Dat leidt natuurlijk tot een hele ongewenste ongelijkheid in de samenleving. Mijn vraag aan de staatssecretaris is wat zij van deze ongelijkheid vindt. Wat vindt zij ervan dat privaat bekostigde scholen schaars onderwijspersoneel wegtrekken van reguliere scholen? Zouden we die concurrentie überhaupt wel moeten willen? Is zij bereid om inzichtelijk te maken wat de verschillen zijn in de arbeidsvoorwaarden in enerzijds het privaat bekostigd onderwijs en anderzijds bij de regulier bekostigde scholen? Voorzitter. Dan over de twee andere onderwerpen die vandaag op de agenda staan: de directe toelating tot het praktijkonderwijs van leerlingen die van elders komen en de hardheidsclausule voor leerlingen op vso die nog niet kunnen uitstromen naar een arbeidsgericht profiel. Zoals gezegd ben ik het met beide van harte eens. Voor het wegnemen van die hardheden heeft onze fractie zich namelijk zeer sterk gemaakt, eerst voor het in kaart brengen van die hardheden en vervolgens ook voor het wegnemen ervan. Ik heb wel een aantal vragen. We zien nu al een bovenmatig aantal nieuwkomers in het praktijkonderwijs die daar cognitief eigenlijk niet thuishoren, maar daar zitten omdat ze de taal bijvoorbeeld nog onvoldoende spreken. Gaat deze wetswijziging de toestroom van nieuwkomerskinderen naar praktijkonderwijs niet juist nog verder vergroten? Wat gaat de staatssecretaris eraan doen om te voorkomen dat kinderen van nieuwkomers wel op het juiste niveau terechtkomen? Wij zijn ook hartstochtelijk voorstander van de mogelijkheid om langer aan het onderwijs op het vso deel te nemen, omdat het kan voorkomen dat kinderen thuis komen te zitten omdat ze nog niet klaar zijn voor doorstroom of omdat er nog geen plek is. Dat is dus beter voor leerlingen. Het voorkomt ook veel maatschappelijke kosten. Ik heb wel de vraag waarom het dan alleen maar voor leerlingen geldt met een arbeidsmarktgericht uitstroomprofiel. Het kan namelijk ook gelden voor leerlingen die een uitstroomprofiel vervolgonderwijs of dagbesteding hebben. Waarom doen we het alleen maar voor de leerlingen met een arbeidsmarktgericht profiel? De inschatting is dat het maar om vier leerlingen per jaar gaat. Mijn vraag is waar dit op is gebaseerd. Als wethouder kwam ik dit regelmatig tegen bij scholen in het vso. Het was inderdaad een enorme hardheid. Het leidde tot veel verdriet. Als ik in Amsterdam al een aantal leerlingen per jaar zag, dan vraag ik me af of we met vier leerlingen wel een goede inschatting maken, of dat het eigenlijk een hele grote hardheid is die blijft bestaan. Voorzitter, dat was mijn bijdrage. Dank u wel.
Versie 3699a4fc0ea076d4d76283e1cb5abcbb97c6c4bacbc4547ce6a9ff0ba736a542 · Officiële bron.
Wet startprocedure b3-scholen en hardvochtigheden vso en pro (36745)
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Er zijn hier nog geen bijdragen.