Uitspraak · 2 dec 2021 · Tweede Kamer
Begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) (voortzetting)
Brontekst
Minister Schouten: Zeker. Meerdere leden, de heer Van Campen, de heer Bisschop en ook mevrouw Van der Plas, hebben aandacht gevraagd voor de visserijsector. Met de komst van de windmolenparken en de beschermde gebieden en als gevolg van de brexit zijn de uitdagingen voor de visserij steeds groter aan het worden. Ik hoor ook steeds meer verhalen van vissers die hun hoofd laten hangen en zeggen: ga ik nog aan mijn zoon of dochter adviseren om de visserij in te gaan? Ik begrijp de frustratie en het gevoel van onmacht, want is er wel een toekomst? Dat raakt me ook echt wel. De heer Van Campen en de heer Bisschop vroegen: wat is nou het perspectief voor de sector? Ik snap die vraag ook in dat licht. Ik geloof dat er een toekomst is voor de sector, anders stond ik hier niet. Dan had ik moeten zeggen: het is klaar, het gaat niet meer. Maar dat geloof ik oprecht niet. Ik geloof wel dat het, ook hier, weer op een andere manier zal gaan. Juist daarvoor hebben we, bij het Brexit Adjustment Reserve — ik kom zo meteen nog op die middelen, want daar zijn wat vragen over gesteld — en ook bij het Noordzeeakkoord, geld beschikbaar gesteld, zodat je kunt zorgen dat de innovaties mogelijk worden die je moet doen om klaar te zijn voor de uitdagingen van de toekomst. Maar er is ook een deel voor degenen die niet meer verder willen. Aan hen geven we ook de mogelijkheid om ermee te stoppen. Er zijn dus twee sporen: dat van de blijvers, die zich klaar kunnen maken voor de toekomst, en dat van het geven van mogelijkheden aan degene die wil stoppen. Dan kom je uit op een weliswaar kleinere, maar ook duurzamere vloot. Als we daar met z'n allen, met de visserij erbij, naar toewerken, geloof ik dat er zeker perspectief voor de sector is. Op dit moment zijn we bezig met de uitwerking van een regeling om vissers de mogelijkheid te geven om te stoppen. Ook werken we, in het kader van de kottervisie, samen met de sector aan de innovatieagenda. Daar zijn dus ook concreet middelen voor beschikbaar. Mevrouw Van der Plas vroeg heel specifiek naar wind op zee en de effecten daarvan op de visserij. Het kabinet heeft een enorme opgave om de klimaatdoelstellingen te behalen. Dat ga ik niet ontkennen. Daarom zijn er ook plannen voor het verder realiseren van windparken op de Noordzee. Die parken komen er; ik ga hier geen zoete broodjes bakken. Die parken zijn nodig in het licht van de klimaatopgave. Bij de besluitvorming hierover maken we wel een integrale belangenafweging tussen de verschillende vormen van gebruik van de Noordzee, waaronder dat van de visserij. Goede visgronden worden zo veel mogelijk ontzien. Vandaar dat we de zuidelijke Noordzee zo veel mogelijk ontzien: in dat gebied zitten goede visgronden. En dat is ook de reden dat de gebieden Hollandse Kust noordwest en Hollandse Kust zuidwest in het aanvullend ontwerpprogramma Noordzee zijn afgevallen. We kijken hier dus specifiek naar. Daarnaast hebben we de afspraak in het Noordzeeakkoord dat bij de windparken meervoudig ruimtegebruik gestimuleerd wordt. Dat zou ook een mogelijkheid zijn voor de visserij. De heer Van Campen vroeg nog heel specifiek naar de garnalenvisserij en naar het verlopen van de natuurvergunning voor eind 2022. Voor een nieuwe vergunning moet de sector op de daarvoor gestelde eisen getoetst worden, dus ook in het kader van stikstofemissies. Dat is niet alleen voor de visserij zo; ook alle andere mensen die een vergunning willen aanvragen moeten aan die eisen voldoen. Ik ben nu met de sector in gesprek over hoe zij aan deze vereisten kunnen voldoen. Dan wijs ik de sector bijvoorbeeld op de mogelijkheden die er qua subsidies zijn via het nieuwe Europese visserijfonds, het EMFAF. Er zijn daar middelen voor verduurzaming. Die kunnen bijvoorbeeld worden ingezet om te zorgen dat je minder emissie en daarmee depositie hebt, waardoor die vergunning hopelijk makkelijker kan worden afgegeven. Ik wil de sector daarbij helpen, maar ze zullen ook zelf het initiatief moeten nemen om te kijken welke opties er zijn. Daarmee is de visserij niet heel veel anders dan andere sectoren, want dat geldt ook voor andere sectoren. Voorzitter. Dit waren de laatste vragen over visserij. Ik heb nog een vraag over over de waterschade in Limburg. De heer Boswijk heeft daarover een vraag gesteld. Hij vroeg of er meer duidelijkheid kan komen voor de Limburgse ondernemers die omzetschade hebben gehad en voor de agrarische ondernemers in de uiterwaarden langs de Maas. We herinneren ons allemaal nog de vreselijke beelden van wat er afgelopen zomer allemaal in Limburg gebeurde. We herinneren ons ook dat een deel van de agrariërs daardoor werd geraakt, ofwel rechtstreeks ofwel via het hogere water uit de uiterwaarden. De omzetschade van niet-landbouwondernemers en de teeltplantschade van agrarische ondernemers in de uiterwaarden van de Maas zijn uitgesloten van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen. Dat valt gewoon niet onder die wet en dat hoort hier dus niet bij. Maar, we kijken wel naar de mogelijkheden voor een tegemoetkoming in relatie tot de uiterwaarden langs de Maas. Ik heb ook overleg gehad met de collega van JenV en ik kan toezeggen dat we snel met een regeling komen om te zorgen dat deze boeren in de uiterwaarden tegemoet worden gekomen in de schade die zij hebben geleden als gevolg van de overstromingen die er helaas deze zomer hebben plaatsgevonden. Dat kan ik toezeggen aan de heer Boswijk. Tot zover, voorzitter.
Versie 8e6eee51cdfab93760ed8659a4c8ccf49ea5e97501399f9dd9a3b89321029564 · Officiële bron.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.