KamerkringInloggen
← Verkenner

Uitspraak · 8 jun 2026 · Tweede Kamer

Wijziging van de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met de implementatie van de herziening van de Richtlijn industriële emissies en de uitvoering van de PIE-verordening

Brontekst

Kamerlid Kostić (PvdD): Dank u wel, voorzitter. Voor een groot gedeelte kunnen wij ons aansluiten bij het mooie betoog van PRO. Tegelijkertijd hebben we het niet vaak genoeg over betere bescherming van ons milieu, handhaving en de roep vanuit de samenleving om de gezondheid beter te beschermen. Ik hecht er vanuit de Partij voor de Dieren dus wel waarde aan om hier echt de tijd voor te nemen en om hier goed nadruk op te kunnen leggen. Want Nederlanders leven korter en worden vaak zieker door de ziekmakende uitstoot van de vervuilende industrie. Dat is geen aanklacht maar gewoon een feit. Die feiten maken duidelijk waarom wetgeving, zoals die vandaag op tafel ligt, echt een verschil kan maken. We hebben het vandaag over de Europese Richtlijn industriële emissies, en de vertaling daarvan naar de Nederlandse situatie. De richtlijn is een Europees instrument dat de vervuiling van lucht, water en land moet verminderen en het afval van grote industriële installaties en de vee-industrie moet voorkomen. Een instrument dat circulariteit moet bevorderen en CO2-uitstoot moet verminderen. Dat is belangrijk, want de EU heeft voor de industrie als doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn, circulair en zonder vervuilende uitstoot. Op papier klinkt dat natuurlijk allemaal fantastisch. Al een aantal jaren geleden werd duidelijk dat het heel erg afhangt van de vraag hoe nationale overheden de wet gaan implementeren of er daadwerkelijk voldoende voortgang wordt geboekt bij de bescherming van de gezondheid van dieren, mensen en hun leefomgeving. Maar tussen wat er op papier staat en wat er in de praktijk gebeurt zit een enorme kloof. Helaas is dit kabinet bezig die kloof onzes inziens groter te maken. Dit kabinet heeft het de hele tijd over "geen nationale koppen op Europees beleid". Niemand weet precies wat dat betekent en het klinkt misschien stoer in de oren van sommigen, maar het is precies het tegenovergestelde. Het is stoer om je bevolking te beschermen tegen de uitstoot van ziekmakende industrie. Het niet stellen van ambitieuze doelen en geen eerlijke doorvertaling van de regels om mensen en onze leefomgeving te beschermen, is ook economisch onverstandig. Milieuvervuiling kost heel veel geld. Het PBL berekende dat er 46 miljard euro per jaar welvaartsverlies is door milieuverontreiniging. Dat is een voorzichtige inschatting, 46 miljard euro per jaar. Het erge is dat nu vooral de gewone burger daarvoor betaalt. De PVV-kiezer, de D66-kiezer, de VVD-kiezer betaalt vooral de rekening. Ondertussen is Nederland in grote lijnen vooral bezig om deze grote vervuilers te pamperen. Daar zijn niet alleen de burgers de dupe van, maar ook bedrijven die zich wél op tijd hebben aangepast en gezond weten te produceren. Zij hebben te maken met een ongelijk speelveld, omdat ze een ongelijke strijd moeten voeren met vervuilende bedrijven die hebben verzaakt om op tijd te investeren in het gezond maken van het bedrijf, maar nu wel steun krijgen van dit kabinet in de vorm van bijvoorbeeld fossiele subsidies en afzwakking van regels die onze gezondheid zouden moeten beschermen. Dat gebeurt onder het valse argument van vermindering van regeldruk. We hoorden dat net in het interruptiedebatje tussen PRO en VVD. De richtlijn is een richtlijn van minimumharmonisatie. Dat betekent dat lidstaten wel strengere regels mogen stellen. Volgens mij betekent dat ook dat als je die strengere regels stelt, je geen nationale koppen op Europees beleid doet. De richtlijn staat immers gewoon toe dat je scherper aan de wind vaart. Nederland kiest er bewust voor om dat niet te doen en implementeert het zo smal mogelijk. Dat is een politieke keuze, en wat ons betreft, om de eerder geschetste redenen, een zeer onverstandige. Nederland zit namelijk in de top van landen met het meest vervuilde water, het meeste gebruik van landbouwgif, de meeste vervuiling door pfas, de meeste dieren op elkaar gepropt, de meeste stikstofuitstoot van Europa en de meeste schade aan biodiversiteit van Europa. Zoals ik al zei, komen de kosten nog steeds op het bordje van burgers terecht. Zij betalen niet alleen de rekening via hun gezondheid, maar ze betalen ook de kosten van het opruimen van die schade. De vraag aan de staatssecretaris is dan ook waarom zij niet bereid is om bij de implementatie meer gebruik te maken van de ruimte die de richtlijn biedt om strengere nationale normen vast te stellen ter bescherming van mens, dier, milieu en natuur, terwijl burgers en gezonde bedrijven juist om meer stappen vooruit vragen. De tijdskwestie mag geen argument zijn. Het is aan het kabinet om dit soort dingen ook op tijd naar de Kamer te sturen. Het gaat om de verantwoordelijkheid om je bevolking en de leefomgeving voldoende te beschermen. Voorzitter. Juist nu het duidelijk is dat energiebesparing door grote bedrijven cruciaal is voor onze veiligheid, onafhankelijkheid en druk op het volle stroomnet, lijkt de EU terug te krabbelen op het gebied van het voornemen om daar in de richtlijn concrete eisen aan te stellen. De EU is volledig gezwicht voor de lobby van vervuilers en grootverbruikers. Dat gaat rechtstreeks ten koste van de veiligheid van onze burgers. Kan de staatssecretaris daarop reflecteren? Is ze bereid daar wel nationale verplichtingen op te zetten? Dan kom ik op de intensieve veehouderij. In Europa zorgt de agro-industrie voor 93% van de ammoniakemissies, 54% van de methaanemissies en 73% van de watervervuiling. Ook is de agro-industrie verantwoordelijk voor 12% tot 15% van de CO2-uitstoot. Uit een studie van het Centre for Research on Energy and Clean Air blijkt dat de emissies jaarlijks zorgen voor 72.500 doden. 72.500 doden. Laat dat even tot je doordringen. Je zou zeggen dat dat genoeg reden is om deze, tevens wrede, sector echt te gaan veranderen, maar dat gebeurt helaas niet. Het European Environmental Bureau concludeert dat de richtlijn ten opzichte van de regelgeving uit 2010 minder eisen stelt aan de bio-industrie en dat dit komt door de ontkenning van het feit dat de bio-industrie een grote bijdrage levert aan de vervuilende uitstoot. Zo is rundvee uitgezonderd, terwijl dit eerst wel zou worden opgenomen in de richtlijn. Daarnaast hoeft de vervuilende bio-industrie zich niet aan verplichtingen te houden waar de andere industrieën zich, terecht, wel aan moeten houden. Ze hoeven geen uitgebreid milieumanagementsysteem te hebben waarin milieudoelstellingen zijn geformuleerd, zoals afvalvermindering, efficiënt gebruik van grondstoffen en vermindering van het gebruik van gevaarlijke stoffen, ze hoeven geen transformatieplannen te maken voor hoe ze duurzamer en schoner gaan worden in de aanloop naar 2050 en er zijn minder monitoringsverplichtingen. Ook zegt het European Environmental Bureau dat de regelgevende achteruitgang afhangt van hoe de lidstaten het gaan implementeren. Kan de staatssecretaris toelichten hoe ze het precies uitvoert en of de regelgeving voor de bio-industrie nationaal afgezwakt wordt? Als dat zo is, hoe verhoudt dit zich dan tot de landelijke milieuwetgeving en überhaupt de maatschappelijke discussie rondom de bio-industrie en de schade die zij aanricht? Voorzitter. Wij vinden dit in ieder geval onacceptabel. Ik vraag de staatssecretaris om toe te zeggen dat de beschermingsniveaus van gezondheid en milieu tegen de intensieve veehouderij in de nationale regelgeving op z'n minst niet worden verlaagd ten opzichte van de huidige situatie. Ik vraag de staatssecretaris om dat ook onafhankelijk te onderbouwen. Is ze hiertoe bereid? Vertrouwen is goed, maar wetenschappelijke onderbouwing van wat het kabinet allemaal stelt, is beter. Ik vraag de staatssecretaris, als ze dat nog niet van plan was, alsnog een plan te maken om voor grote intensieveveehouderijbedrijven een verplicht milieumanagementsysteem en een transformatieplan in te voeren. Is zij daartoe bereid? Voorzitter. Dan een fundamenteel probleem in de systematiek van de richtlijn zelf. Bedrijven mogen zelf beoordelen of strengere emissiegrenswaarden voor hen technisch haalbaar zijn. Ze kunnen eenvoudig stellen dat het niet zo is, ook als het economisch aantoonbaar wel kan. Het systeem is ook nog eens niet transparant. Kan de staatssecretaris toezeggen dat ze alle technische haalbaarheidsbeoordelingen van de bedrijven openbaar zal publiceren? In het verlengde daarvan: als bedrijven al die ruimte krijgen, moeten handhavende instanties wel kunnen controleren of de informatie die bedrijven aanleveren, klopt. Hoe wordt dat geborgd, gelet op het gebrek aan capaciteit bij de omgevingsdiensten, vraag ik de staatssecretaris. We hebben onlangs met een deel van de commissie een gesprek gehad met de ILT, onze eigen nationale toezichthouder. Die wees ook op dat probleem. Wat de ILT samen met ons ziet, is dat bedrijven zeggen de eis van beste beschikbare technieken, de BBT, niet te kunnen halen en beknibbelen op onderhoudskosten, maar ondertussen wel veel geld blijven uitkeren aan aandeelhouders. Dan is het een kwestie van keuzes maken voor het bedrijf. Zij maken dan een keuze voor de aandeelhouders. Het is dan niet per definitie een economische onhaalbaarheid. Het probleem is dat zulke bedrijven een kennisvoorsprong hebben en dat zij veel minder capaciteit hebben dan de toezichthouders, waardoor de toezichthouders makkelijk van alles wijs kan worden gemaakt, hoe erg ze hun best ook doen. De toezichthouders zouden moeten kunnen controleren of een bedrijf het écht financieel niet redt om te voldoen aan de BBT en dus om gezondheid van mens en milieu beter te beschermen. De ILT wijst daarbij op de waarde van het inschakelen van bijvoorbeeld forensisch accountants en omgevingsdiensten die expert zijn op dat gebied en eerder tegenwicht kunnen bieden aan grote vervuilers. Is de staatssecretaris bereid om hierover te spreken met ILT en omgevingsdiensten en te kijken hoe het Rijk kan helpen om de toezichthouders in hun rol, onder andere op het gebied van controle op BBT, te versterken? Voorzitter. Als regels worden overtreden, moeten de consequenties afschrikken, zou je zeggen. De herziene richtlijn schrijft een minimumboete voor van 3% van de jaarlijkse EU-brede omzet bij ernstige overtredingen. In ons eigen Wetboek van Strafrecht kan dat bij recidive of moedwillige verontreiniging oplopen tot 10%. Ik vraag de staatssecretaris te borgen dat boetes voor ernstige richtlijnovertredingen daadwerkelijk afschrikwekkend zijn en de economische voordelen van niet-naleving overtreffen. Kan zij hiernaar kijken en per brief, bijvoorbeeld net na het zomerreces, onderbouwen hoe zij de afschrikwekkende werking van de boetes precies borgt? Voorzitter. Dan de verplichting voor bedrijven om transformatieplannen op te stellen, plannen waarmee de bedrijven op papier zetten hoe ze er op weg naar 2050 voor gaan zorgen dat ze duurzamer, schoner en meer circulair gaan werken. Dat klinkt hartstikke goed, maar plannen zonder meetbare doelstellingen en controle zijn papieren tijgers. De Partij voor de Dieren vraagt de staatssecretaris om nationaal te regelen dat transformatieplannen aantoonbare tussendoelen, concrete investeringsverplichtingen en meetbare KPI's bevatten op het gebied van klimaatneutraliteit, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, circulariteit en gevaarlijke stoffen. Dan is dat goed geregeld voor al die dingen waarvan wij zeggen dat we die belangrijk vinden. Kan de staatssecretaris dat toezeggen? Voorzitter. Daar hoort natuurlijk ook bij dat het vervolgens goed gehandhaafd en gecontroleerd kan worden. De herziene richtlijn komt voor het eerst met een compensatierecht voor burgers die schade ondervinden van illegale industriële vervuiling. Kan de staatssecretaris garanderen dat dit compensatierecht effectief toegankelijk is voor alle getroffen burgers, inclusief collectieve actiemogelijkheden voor milieuorganisaties namens slachtoffers? Op welke manier wordt dat precies geborgd? Graag een uitgebreide toelichting van de staatssecretaris. Voorzitter. Terwijl wij hier zitten, is Europa alweer bezig met het ondermijnen van een richtlijn via de zogenaamde Milieuomnibus. De Milieuomnibus zet de deur open naar afzwakking van onder andere de Vogel- en Habitatrichtlijn en verandert onder andere wat wordt gezien als algemeen belang, hoe beschermde soorten worden behandeld en of en hoe er toegang is tot rechten. Op verzoek van de Kamer heeft de Commissie mer een position paper geschreven dat ingaat op de gevolgen van de Milieuomnibus. In dit paper schrijft de onafhankelijke Commissie mer een groot gevaar te zien voor de bescherming van de gezondheid en onze leefomgeving. Kan de staatssecretaris hierop reflecteren? Want dit is alarmerend. Er ligt een aangenomen motie van ons waarin staat dat de vereenvoudigingen in Europese wet- en regelgeving niet zullen leiden tot extra schade voor gezondheid, natuur en milieu. Kan de staatssecretaris bevestigen dat de richtlijn niet wordt afgezwakt via de achterdeur van de Milieuomnibus? Mensen hebben immers al jarenlang moeten wachten op überhaupt de aanscherping van deze richtlijn om een stap verder te komen richting bescherming van hun gezondheid en het milieu, en dan dreigt de Europese Commissie ons nu in een paar maanden een afzwakking van onze bescherming van gezondheid en milieu door de neus te duwen. Ik zou dat echt onbegrijpelijk vinden. Ik wil daarop graag een reflectie van de staatssecretaris en de garantie dat dit niet gaat gebeuren. Ik wil ook graag horen hoe dit wordt geborgd. Dan komen we bij misschien het meest fundamentele probleem, want al het bovenstaande — betere vergunningen, strengere normen, transformatieplannen — is waardeloos als de omgevingsdiensten geen capaciteit hebben om daar uitvoering aan te geven. We hoeven niet ver te zoeken naar voorbeelden. Tata Steel en Chemours zijn twee bedrijven die al jaren in het nieuws zijn vanwege de gezondheidsschade voor omwonenden, het niet naleven van regelgeving en het krijgen van boete op boete. Maar ook onbekende industriële bedrijven vervuilen ons milieu. Dit weekend kwam naar buiten — het werd zojuist ook verteld — dat een Gronings chemiebedrijf de afgelopen drie jaar zo'n 5 miljoen kilo afvalzout illegaal heeft laten dumpen nabij de Belgisch-Nederlandse grens, wat tot ernstige bodemverontreiniging heeft geleid. De ILT concludeerde dat het verlagen van industriële uitstoot mede zo traag gaat doordat vergunningen niet frequent genoeg worden vernieuwd. Bij Chemours loopt het aanscherpen van de vergunning al jaren, omdat het bedrijf juridische procedures aanspant. Dat klopt natuurlijk, maar dan moeten we ervoor zorgen dat de overheid aan de andere kant van de tafel sterk genoeg staat. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft de staatssecretaris aanbevolen te zorgen dat bevoegde instanties hun verantwoordelijkheid voor vergunningverlening en handhaving daadwerkelijk kunnen nakomen, zodat zij hun burgers en hun leefomgeving daadwerkelijk kunnen beschermen. Als we hier vandaag de implementatie van de herziene richtlijn bespreken, maar ondertussen niets doen aan het capaciteitstekort bij de omgevingsdiensten, bouwen we opnieuw aan een papieren tijger. Ik vraag de staatssecretaris toe te zeggen dat er in de komende IenW-begroting substantieel extra geld vrijkomt voor de omgevingsdiensten. We begrijpen dat dit lastig is vanuit de IenW-begroting an sich, vanuit dat potje dat beschikbaar is, maar de staatssecretaris kan natuurlijk het gesprek hierover aangaan met haar collega's, want dat is ook in hun belang. Daarbij vraag ik de staatssecretaris om de minister van Financiën ook te vertellen wat voor miljarden aan schade we jaarlijks lijden door het onvoldoende aanpakken van de vervuiling. Het gebrek aan capaciteit leidt dus juist tot extra milieu- en gezondheidskosten die uiteindelijk weer bij ons terechtkomen. Je kan dus ook geld besparen door dit wel op tijd aan te pakken.

Versie 385bb3e61001f88b8405175a01921f95ceacbbc3b639cf0ff28ab3a0bafbd4ee · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · a77318543d8f8e10

12 okt 2026 · 71de9207246b159d

Gegevens

Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.