Uitspraak · 29 jan 2024 · Tweede Kamer
Water
Brontekst
De voorzitter: Goedemorgen allemaal. Het is 10.00 uur, geweest zelfs, dus tijd om dit prachtige overleg te beginnen. Welkom bij het WGO Water, het jaarlijkse begrotingsdebat over water, dat normaal gesproken eind november/begin december plaatsvindt, maar vanwege de verkiezingen iets is opgeschoven naar eind januari. Welkom aan de minister en de ambtenaren. Welkom aan de mensen op de tribune, de mensen die thuis meekijken en natuurlijk de aanwezige Kamerleden. Ik noem ze even voor u, als ik de namen allemaal goed weet. Dat is als eerste hier links van mij de heer Pierik van de BBB, dan de heer Heutink van de PVV, de heer Gabriëls van GroenLinks-PvdA, dan het lid Kostić van de Partij voor de Dieren, de heer De Groot van D66, de heer Olger van Dijk van NSC en ten slotte sluit Peter de Groot namens de VVD de rij. Ikzelf fungeer vandaag als uw voorzitter. Ik zal op een gegeven moment het voorzitterschap overgeven aan de oudste in anciënniteit — dat is, denk ik, de heer De Groot — als ik een interruptie wil plaatsen dan wel zelf het woord wil voeren voor mijn bijdrage. Beste mensen. We herdenken deze week dat 71 jaar geleden de Watersnoodramp van 1953 plaatsvond in de nacht van 31 januari op 1 februari, het ankerpunt in de geschiedenis van Zuidwest-Nederland. Daarom beginnen we vandaag met een gedicht; het is inmiddels een goed gebruik in dit huis. "Watersnood" van Gerrit Achterberg. Beelden van Zadkine stonden moeders daar babies boven de springvloed uit te beuren. Zonen zagen hun vaders medesleuren — wat wordt een ouder in je handen zwaar; de schuren van de boerderijen scheuren. Ratten en mensen klommen door elkaar. Een kind zat om haar dode pop te zeuren en was het ogenbliklijk zelf nog maar. Het water steeg tegen het vee omhoog. De koppen groeiden van geluid en dood. Het wurgde zich; de balg ondersteboven. Kippen vlogen als sneeuw de golven over. Padvinders vonden later, vals en droog, katten in bomen; een portret, een brood. Ja, dat zet natuurlijk gelijk de toon voor dit overleg. Het is een mooi debat, maar het is ook een debat dat gaat over de existentie van ons land. Daar kwamen we heel erg achter in die ene nacht van 31 januari op 1 februari 1953, vertolkt met dit prachtige gedicht van Gerrit Achterberg. Hiermee open ik officieel — daar moet ik natuurlijk nog een hamerslag bij geven — deze commissievergadering, het wetgevingsoverleg Water. Ik wil nog zeggen dat wij vandaag niet de begrotingsvolgorde hanteren, maar van groot naar klein, dus ik ga eens kijken wie waar zit en dan geef ik diegene het woord. We beginnen zo meteen dus met de heer Heutink; dan kan hij zich daar al op voorbereiden. Het is een wetgevingsoverleg, dus officieel zijn er geen harde spreektijden. Officieel is het aantal interrupties daarbij onbeperkt, maar om toch op een normaal tijdstip huiswaarts te kunnen keren stel ik voor dat we het aantal interrupties in de eerste termijn van de Kamer beperken tot vier en dat we zeven minuten spreektijd aanhouden. Ik weet dat een aantal fracties hebben aangegeven daar niet genoeg aan te hebben, maar ik daag ze uit om het toch te proberen. Dan heb ik volgens mij alle mededelingen gedaan. Als we moties willen indienen, doen we dat in tweede termijn. Laten we maar van start gaan, zou ik zeggen. Als eerste is het woord aan de heer Heutink namens de PVV-fractie.
Versie 0a0c7de2ede42b3f9e33ebae2f9c0d353081ba7a2921474e4d0f103853bd6c0e · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gegevens
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.