Vermogensverdeling
Brontekst
Versie f78ed12984801930 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigenDe heer Grinwis (ChristenUnie): Voorzitter, dank u wel. Vandaag is dan het langverwachte debat over het eveneens langverwachte ibo vermogensverdeling. Daarbij is het natuurlijk leuk om meteen de nitty-gritty details van vermogensstatistiek of belastingsystematiek in te duiken, maar in het eerste debat over zo'n kloek rapport is het eigenlijk beter om eerst eens even uiteen te zetten wat er belangrijk is, in mijn geval vanuit de christelijk-sociale visie op vermogen en vermogensongelijkheid. We gaan namelijk nog vaak de degens kruisen over de specifieke maatregelen. Vermogen en daarmee ongelijkheid gaan verder dan de oppervlakte van materie en materiële welvaart. Iedereen maakt deel uit van sociale verbanden: van een familie, van een buurt, van een gemeenschap en met de bijbehorende bezielende verbanden, van kerk tot sportvereniging. Rijkdom staat in de context van die verbanden. In die context brengt rijkdom de verantwoordelijkheid met zich mee om dat vermogen op een maatschappelijk verantwoorde manier in te zetten. Ik zie dat dan ook vaak bij vermogenden die ik ken. Zij schoten bijvoorbeeld op eigen kosten gevluchte Oekraïners te hulp door noodgebouwen uit de grond te stampen en zo te voorzien in onderdak. Zij stuurden generatoren naar Oekraïne of deelden anderszins hun bezit. Mijn fractie vindt vermogen en enige vermogensongelijkheid dus niet problematisch. Te grote ongelijkheid is wél problematisch. Dat punt is bereikt wanneer het meritocratische ideaal onder druk komt te staan, windfall profits te groot worden en rijkdom via vererving steeds meer samenklontert bij enkelen. Bij gezinnen van tien kinderen is dat risico natuurlijk wat kleiner dan bij gezinnen van gemiddeld 1,6 kind. In dat licht maak ik me bijvoorbeeld echt zorgen over het rendement van geld en stenen. De huizenprijzen zijn zo hard gestegen; daar valt niet tegen op te werken. Dat is onrechtvaardig. Het vergroot de ongelijkheid. De profeten uit het Oude Testament waarschuwden daar al tegen: wee degenen die huis aan huis trekken, akker aan akker brengen. Door ons boxenstelsel, met verschillende grondslagen, kortingen en belastingpercentages, wordt bovendien niet elke verdiende en niet-verdiende euro op dezelfde wijze belast. Dat zou wel moeten, of die euro nou komt uit loon, rendement of wat niet al bestaat. Wat iemand daadwerkelijk aan rente op zijn spaarrekening krijgt, verdiend met aandelen of met een tweede huis, moet belast worden. Dat mag ook best meer zijn als iemand veel verdient met zijn vermogen of een hoog loon heeft. Op dat punt gaat het fundamenteel mis in ons stelsel. Dat laat ook dit ibo zien. Ons stelsel is stuk en onze economie dreigt, vooral de afgelopen jaren, steeds meer af te glijden naar een rentenierseconomie. Op de middellange termijn hebben we dus het volgende te doen. We moeten de belastingdruk tussen de boxen zo snel mogelijk gelijktrekken en de arbitrage dus beperken. Op langere termijn moet de vraag beantwoord worden of het boxenstelsel nog wel volstaat. De staatssecretaris heeft toegezegd werk te willen maken van een denkexercitie over een nieuw boxenstelsel. Mijn vraag is hoe het daarmee staat. En hoe wil de staatssecretaris al op kortere termijn tot meer evenwicht tussen die boxen komen? Ten tweede moeten de mogelijkheden voor de absolute top 1% of top 0,1% van de vermogensverdeling om belasting te ontwijken natuurlijk beperkt worden. Welke concrete mogelijkheden ziet de staatssecretaris en wat zijn zijn voornemens op dit punt, ook in relatie tot de opgave van 550 miljoen om belastingconstructies en slechte fiscale regelingen af te schaffen? Ik heb al een aantal mogelijkheden genoemd in een motie die verzoekt om de partiële buitenlandse belastingplicht af te schaffen, om daar gehakt van te maken. Maar denkt hij ook aan regelingen als de tonnageregeling of aan grondslagen onder premies volksverzekeringen? Waar denkt hij aan? Waar gaat hij mee komen? Diezelfde vraag heb ik eigenlijk ook over de gemiste inkomsten van 600 miljoen uit Pillar Two. Ten derde zullen we de fiscale voordelen voor de financieel-economisch hogere middenklasse en bovenklasse toch echt moeten gaan afbouwen en die gebruiken voor een verlaging van belasting op arbeid voor iedereen. Nederland is het enige Europese land dat vermogen netto subsidieert. De belastingdruk op alle vermogensinkomsten naar ongeveer 30% brengen, betekent dat alle tarieven op arbeid met ongeveer 10% omlaag zouden kunnen. Dat gaat natuurlijk ver, want op dat moment gaat het niet alleen meer over de eigen woning en het eigenwoningforfait, over hypotheekrenteaftrek en/of box 3, maar het gaat dan ook over de pensioenopbouw. Dat voert misschien wat ver, maar ik ben wel benieuwd hoe de staatssecretaris ertegen aankijkt om uiteindelijk toe te werken naar een eenvoudiger stelsel met brede grondslagen en voorspelbare stabiele tarieven die gelijk zijn en gemiddeld genomen dus ook wat lager.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.