KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Vermogensverdeling

8 feb 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f78ed12984801930 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

De heer Stoffer (SGP): Dank, voorzitter. Ze zijn al een paar keer langsgekomen, maar ook mijn bijdrage gaat over de gewone man en de gewone vrouw. Het lijkt de laatste tijd namelijk wel alsof het onderwerp vermogen niet zo goed bij hen past. Het gaat eigenlijk altijd over de rijken, over de mensen met heel veel vermogen. Zeker, ook de SGP is voor een rechtvaardige vermogensverdeling. Er valt met ons ook best te praten over een hogere belastingdruk voor de allerrijksten, mits daar een belastingverlaging voor anderen tegenover staat. Maar het onderwerp vermogen gaat juist ook die gewone man en vrouw aan. De afgelopen tijd zijn veel maatregelen getroffen om vermogen zwaarder te belasten, maatregelen die vaak ook slecht uitpakken voor de gewone man of vrouw. Ik noem een paar voorbeelden. Het eerste voorbeeld is box 3. Voor dit jaar rekenen we met een fictief rendement op overige bezittingen van 6,17%. Ik werd vorige week nog aangesproken door iemand die heel zijn leven gespaard had. Hij komt nu rond van een AOW. Het geld dat hij gespaard had, leent hij tegen een lage rente uit aan de kerk en aan zijn kinderen. Maar de overheid rekent hem wel een fictief rendement van 6,17% toe. Dat is voor hem gewoon niet haalbaar. Zo zijn er heel veel mensen voor wie die 6,17% onhaalbaar is. Ik zou veel meer voorbeelden kunnen noemen, maar ik heb de tijd er niet voor. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe hij dit recht gaat zetten. Wanneer krijgen we ook de uitwerking van mijn motie hierover? Het tweede voorbeeld is de hogere overdrachtsbelasting. Daarmee raak je namelijk ook kleine spaarders met een tweede woning die ze gebruiken voor hun pensioen. Dit soort maatregelen zet ook een extra rem op de huurmarkt. Mijn vraag is hoe de staatssecretaris die negatieve aspecten meeweegt. In de derde plaats noem ik de belastingen voor kleine ondernemers. Om vermogensongelijkheid aan te pakken, moeten kleine ondernemers meer belasting afdragen, maar dat lijkt me niet bepaald doeltreffend beleid en bovendien ook slecht voor het vestigingsklimaat. Ik heb het dan nog niet eens over de verlaging van de zelfstandigenaftrek of de beperking van de giftenaftrek. Het is de wens van het kabinet om op dat laatste onderdeel 550 miljoen euro per jaar op te halen om opmerkelijke belastingconstructies en oneigenlijk gebruik van fiscale regelingen aan te pakken. Mijn vraag aan de staatssecretaris is hoe je generieke maatregelen voorkomt, die met name de gewone man of vrouw hard raken. Voorzitter. Het CPB-onderzoek naar ongelijkheid en herverdeling laat zien dat de hoogste 1% van de inkomens de laagste belastingdruk heeft. We hebben het dan over ongeveer 80.000 huishoudens. Tot 99% is deze bijna gelijk. Binnen die 1% zit het meeste vermogen dan eigenlijk weer bij het allerrijkste kwart. Laat dat niet zien dat we vooral moeten inzetten op de top 1% en dat we die gewone man of vrouw met een beetje vermogen met rust moeten laten? Is de minister of staatssecretaris bereid om te onderzoeken hoe deze 1% heel gericht bereikt kan worden? Heel graag een reactie daarop. De politieke wind die steeds meer opsteekt, lijkt een wind te zijn die zo veel mogelijk herverdeling wenst en die ongelijkheid als een vies woord ziet. Ik las dat de minister terecht vindt dat een beperkte ongelijkheid bij de normale werking van de economie hoort. Mijn vraag is hoe de minister voorkomt dat bij het verkleinen van vermogensongelijkheid steeds in de reflex van generieke hogere belastingen geschoten wordt. Voorzitter. Die gewone man en vrouw hebben ook weleens een onderneming of een familiebedrijf. Ik sprak daar nog over met FBNed, de belangenorganisatie van familiebedrijven. Het ging er vooral over dat de onderneming soms doorgegeven moet worden. Daarvoor hebben we de BOR, de bedrijfsopvolgingsregeling. De SGP is groot voorstander van die regeling. Mijn vraag is dan ook of de staatssecretaris het ermee eens is dat een goed vestigingsklimaat ook vraagt om een goed werkende BOR. Hoe voorkomt de staatssecretaris dat aanpassingen in de BOR leiden tot een vlucht naar het buitenland of tot een overname van de bedrijven door buitenlandse investeerders? Hoe wordt dit soort neveneffecten meegenomen in het onderzoek naar verbeteringen van de BOR, dat dit voorjaar uitgevoerd gaat worden? Dat was het, voorzitter. Dank u wel.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.