statement · 30 sep 2026 · Tweede Kamer
Maritiem
Brontekst
Mevrouw Vellinga-Beemsterboer (D66): Dank u wel, voorzitter. De Nederlandse maritieme sector is bepaald geen bijzaak. Ik ga ongetwijfeld heel veel dubbelingen hebben met de bijdrage van anderen, want ik denk dat we het hier heel erg over eens zijn. Het is een van de oudste en meest strategische sectoren van ons land. Waar andere landen een scheepswerf hebben, hebben wij een heel maritiem cluster. Het is voor mij dan ook, net als voor mevrouw Boelsma, moeilijk kiezen welke onderwerpen ik vandaag bij de kop moet pakken. Maar ik heb er drie gekozen: verduurzaming van de sector, de brandstoffentransitie en de vraag of onze binnenvaart, de ruggengraat van onze logistiek, de klimaatcrisis aankan. Ze kwamen al voorbij. Voorzitter. Dit kabinet wil de maritieme sector toekomstbestendig en concurrerend houden. Dat is precies de combinatie waar D66 ook voor staat: duurzaamheid als verdienmodel. Wie als eerste kan varen op schone brandstoffen, wie als eerste de schepen, motoren en bunkers van de toekomst bouwt, pakt de markt van morgen. De vraag is dus niet of de sector verduurzaamt, maar of Nederland voorop- of achteraanloopt. Daarom mijn eerste punt van aandacht: hoe blijft de minister hierop inzetten? Kan de minister toezeggen vol te blijven inzetten op de sectordoelen voor 2030? Dan de brandstoftransitie. Die is in volle gang. Er is geen een-op-eenvervanger voor stookolie, maar er zijn duurzamere alternatieven: methanol, ammoniak, bio-ethanol, waterstof, elektrisch varen en biobrandstoffen. Het Maritiem Masterplan is daar verstandig op ingericht: stap voor stap. Ik heb wel twee kanttekeningen. De visie op de verduurzaming van bunkerbrandstoffen zou uiterlijk in het derde kwartaal naar de Kamer worden gestuurd. Het is nu eind september. Misschien heb ik deze gemist, maar ik ben benieuwd wanneer wij deze visie ontvangen. De havens en reders hebben die visie juist nodig om hun investeringsbeslissingen te blijven nemen. Elke maand vertraging is een maand waarin investeringen blijven liggen. Kan de minister ondubbelzinnig toezeggen hierbij niet op de rem te trappen, maar koersvast te blijven en dus ook vast te blijven houden aan de oplopende percentages in de brandstoftransitieverplichting? Dan de tweede: verduurzamen is dweilen met de kraan open zolang ons eigen beleid koplopers afstraft. Ik sluit mij dan ook aan bij de vraag hoe we een oplossing gaan vinden voor elektrisch varen en de energiebelasting, omdat de koplopers op dit moment worden afgestraft, zoals ik al zei. Wat kan de minister hieraan doen? Dan de droogte; die werd ook al door iedereen genoemd. Terwijl wij hier zitten, staat het peil van de Rijn op het laagste niveau van de afgelopen 160 jaar. Op de Boven-IJssel is eenrichtingsverkeer ingesteld. Schepen moeten hierdoor 300 kilometer omvaren, wat weer druk oplevert voor andere vaarwegen. Het Twentekanaal is nog steeds voor een deel gesloten. Ook werd er in augustus een stuk minder vervoerd — dat werd ook al genoemd — omdat een aantal schepen gedeeltelijk leeg moest varen. Dit is de derde extreme laagwaterzomer in een korte tijd. We zien dat klimaatverandering laagwater de norm maakt in plaats van de uitzondering. Dat wringt. Juist de binnenvaart, die schoner, stiller en veiliger is dan vervoer met vrachtwagens, is de sleutel van de modal shift die dit kabinet wil maken: de verschuiving van honderdduizenden vrachtwagenritten naar vervoer via water of spoor. Maar hoe moet dat gebeuren als de belangrijkste ader van dat water steeds vaker onbetrouwbaar wordt? Ik vraag daarom om drie dingen. Eén: voorspelbaarheid. De sector vraagt niet om een wereld zonder laagwater, maar om een escalatieladder en communicatie op basis waarvan ze kunnen plannen. Twee: een structurele aanpak van de rivier. De maatregelen voor het stabiliseren van de rivierbodem zijn een hele goede eerste stap, maar het gaat om meer: het optimaal inzetten van een buffer in het IJsselmeer, het vasthouden van water in het bovenstroomse gebied en het ontwerp Nationaal Water Programma 2028-2033, dat eind dit jaar moet worden vastgesteld. Ik hoor graag van de minister hoe de belangen van de scheepvaart daarin worden meegenomen en geborgd. En de derde: internationale samenwerking. Een structurele laagwateraanpak kan alleen in samenwerking met onze buurlanden. Welke stappen heeft de minister hierin gezet? Voorzitter. Voor ik afsluit, heb ik nog twee kleine zijsprongetjes. De aanbesteding van de Waddenveren heeft het een en ander aan vertraging opgelopen. Daardoor wordt de implementatietijd nu wel heel erg krap. Dat gaat enorm knellen voor de reders. Hoe ziet de minister dit voor zich? Hoe zorgt hij ervoor dat de rederijen hierdoor niet in de knel komen? Verder sluit ik mij aan bij het CDA wat betreft de vragen over de rondvaartbootvrijwilligers, want vrijwilligers moeten we koesteren. Dank u wel, voorzitter.
Versie 5db8ed8e4b31861511786b20500695cca9629589c0a0c4a63ad9560b687a98c0 · Voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen.
Gerelateerde bronnen
Context en discussie
Jouw reactie
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Marieke Vellinga-Beemsterboer