KamerkringInloggen
UitspraakVoorlopig

Uitvoering sociale zekerheid

30 mrt 2023 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 223ae06ce566a304 · voorlopig verslag; de tekst kan nog wijzigen

Minister Van Gennip: Dank u wel, voorzitter. De stapel brieven en stukken waar een aantal van u aan refereerde, deed me weer denken aan het debat van vorig jaar. Dat was een van mijn eerste grote debatten. Toen stonden er natuurlijk heel veel brieven van mijn voorgangers op de agenda. U kunt zich waarschijnlijk voorstellen dat ik wel een aantal weken bezig ben geweest om te begrijpen waar al deze onderwerpen over gingen. Toen begon ik me ook te realiseren hoe complex ons sociale stelsel is. Dit jaar zijn het brieven waar ikzelf hoofd- of medeondertekenaar van ben of waarbij ik me in de loop van het jaar heb kunnen verdiepen in wat er al een aantal jaren hier en daar speelt. Maar het laat wel zien dat we, met alle goede bedoelingen die we al die jaren hebben gehad, met elkaar een behoorlijk complex stelsel hebben gebouwd. Die complexiteit komt volgens mij door al die goede bedoelingen en door complexe wet- en regelgeving. Het komt ook door uitvoering die we complex hebben gemaakt, met soms ingewikkelde ICT-systemen. En het komt door de terechte wens om het eigenlijk voor iedereen goed te willen doen. Dat leidt soms tot nog meer complexiteit. Dat leidt ook door de samenloop van regelingen — collega Schouten zal ingaan op die 10.000 verschillen — vaak tot schrijnende situaties, waar we dan met z'n allen wat aan willen doen. Daarbij is het risico dat de reparatie die we willen doen ook weer tot meer complexiteit leidt. Vaak doet ons stelsel waar het voor bedoeld is — gelukkig maar — maar in een aantal gevallen ook echt niet. Daarnaast is er die grote complexiteit van de toeslagen en ons belastingstelsel, waarover we hier in de Kamer al vaker hebben gediscussieerd. Denk ook aan de vraag wat een bestaansminimum en een sociaal minimum zijn. We hebben daar natuurlijk die commissie voor ingesteld. Maar ook al weet je wat de norm voor het bestaansminimum en het sociaal minimum is, dan is de manier waarop die verschillende regelingen in Nederland bij elkaar gesprokkeld moeten worden hartstikke complex, bij de verschillende loketten waar je moet zijn. Ik heb ook al vaker met u gesproken over de kerstboom aan toeslagen die we hebben, die het voor mensen individueel heel moeilijk maakt om te krijgen waar ze recht op hebben. Maar die maakt het beleidsmatig ook complex. Denk aan het grote koopkrachtpakket van vorig jaar en al die knoppen waar we aan konden draaien. Als je met een heel departement achter je al ziet hoe complex dat is, dan realiseer je je ook hoe moeilijk het is voor een individu om al die regelingen aan te vragen en de juiste informatie te krijgen. Onze bedoeling is om een vangnet te hebben voor mensen, maar het lijkt wel alsof mensen dan verstrikt raken in dat vangnet, in plaats van dat het een springplank is of een tijdelijke overbrugging in tijden van grote onzekerheid. We hebben gezamenlijk erop ingezet om dit aan te pakken langs vier wegen. De eerste is: vereenvoudiging van wet- en regelgeving. De tweede is: aanpassing van het handhavingsbeleid. De derde is: de aanpak van hardheden en maatwerk. De vierde is: duidelijker communicatie. Die heette ooit "preventie", maar ik vind niet dat je preventie moet plegen voor mensen als ze een toeslag gaan aanvragen of gebruik willen maken van wet- en regelgeving. Het is dus "communicatie" geworden, maar het is wel iets meer dan communicatie. Het woord "communicatie" klinkt alsof het alleen maar gaat over communicatie vanaf ons hier in Den Haag, naar de mensen ergens toe. Het gaat er natuurlijk om dat je iemand niet met wantrouwen bejegent als diegene een foutje maakt — dat gaat over handhaving — maar het gaat ook om de vraag wat je er als overheid van leert als iemand een foutje maakt. Als iemand voor de tweede keer een foutje maakt, is je taal dan duidelijk genoeg? Zijn de regels helder genoeg? Als twee mensen twee keer een foutje maken, kloppen je regels dan nog wel? Het gaat dan niet alleen om de vraag of je er goed over hebt gecommuniceerd maar ook of het stelsel wel werkt. Die communicatie is dus wederzijds, om te leren van wat er gebeurt met die regelingen. Als we eerlijk zijn, weten we ook dat dit geen gemakkelijke opgave is. Dat heb ik ook geleerd in het afgelopen jaar, sinds dat eerste debat over uitvoering. Dit vereist enorm veel doorzettingsvermogen, waarbij dingen stap voor stap, detail voor detail, worden uitgezocht. Dat hebben we niet vandaag of morgen veranderd. Dat zouden we natuurlijk allemaal wel willen, maar dat lukt niet. Maar het betekent wel dat we steeds weer stappen moeten zetten, zowel voor het uiteindelijke doel, die stip op de horizon, als voor wat dit in de dagelijkse praktijk betekent. Dat is het allerbelangrijkste, omdat het om het eerste contact van mensen met de overheid gaat als ze telefoneren met iemand van het UWV of de SVB, als ze aan het loket staan bij de gemeente, in de spreekkamer van de verzekeringsarts zitten, of een website bezoeken waar je een formulier kunt invullen. Die eerste keer ervaart de burger wat de overheid wel of niet voor hem kan betekenen. Toen ik voor mijn moeder iets moest aanvragen — ik zal niet in alle privédetails treden — heb ik het zelf allebei meegemaakt. Op het moment dat je hele complexe formulieren en regelgeving hebt, dan heb je inderdaad bijna de angst, of letterlijk de angst: wat zijn de consequenties als ik iets fout invul; begrijp ik wel goed hoe het werkt? Maar bij het bellen werd ik door een hele vriendelijke meneer en vervolgens door een mevrouw geholpen die aangaven: dan moet u het zo invullen; dan moet u het zo en zo doen. Die ervaring had ik als gewone burger. Het stelsel kán dus werken, maar het vraagt wel heel veel van ons allemaal, zowel van de individuele burgers, die dat handelingsvermogen moeten hebben — ik vind het een heel lelijk woord, maar in feite betekent het: begrijpen ze wat ze moeten doen; is het niet te ingewikkeld? — alsook van uitvoerders. De uitvoerders die ik op al die werkbezoeken ben tegengekomen, zijn hele toegewijde mensen. Dat zijn mensen die in maatwerkplaatsen buikpijndossiers op tafel leggen, die komen uitleggen hoe het wél werkt en hoe het niet werkt, die met oplossingen komen en die echt met passie praten over de mensen voor wie ze dat doen. Laten we even kijken naar die vier wegen. Met de vereenvoudiging van wet- en regelgeving zijn we dag in, dag uit bezig. Ik ga dadelijk in een van mijn hoofdstukjes veel dieper in op het ibo vereenvoudiging. Aanpassing van het handhavingsbeleid. U hebt in de krant kunnen lezen wat wij in internetconsultatie hebben gedaan. We willen echt op een andere manier gaan handhaven, van wantrouwen naar vertrouwen, waarbij je een klein foutje kan maken en je ook geholpen wordt om dat foutje te herstellen, zodat we fouten niet onevenredig afstraffen, maar wél passend kunnen optreden als er moedwillige fraude is; dat willen we natuurlijk wél. Dat wetsvoorstel is in februari in internetconsultatie gegaan. Eén voorbeeld van vereenvoudiging is het wetsvoorstel over dubbele kinderbijslag voor ouders met een gehandicapt kind. We hebben hier eerder over gesproken. Inmiddels heeft de Autoriteit Persoonsgegevens, de AP, aan u en aan mij laten weten dat zij het eens is met deze handelswijze. U weet ook dat dat best spannend is geweest. We hebben helemaal uitgezocht hoe we dat konden doen. Ik heb het aan u laten weten. U hebt mij toen vervolgens laten weten: we zijn het ermee eens dat u dit gaat doen. Vervolgens kwam gelukkig ook de AP in de lucht. Maar het laat al zien dat afwegingen omtrent het afwijken van de eigen wet- en regelgeving ook voor uitvoeringsorganisaties — in dit geval was het CIZ er onder andere bij betrokken — zware afwegingen zijn, die dan dus goed onderbouwd moeten worden. Ook dat laat weer zien dat we echt anders moeten omgaan met die wet- en regelgeving. We doen effectmetingen naar de persoonlijke dienstverlening in de WW. We gaan echt kijken of dat maatwerk nou werkt en welke groepen behoefte hebben aan welke dienstverlening. We hebben het rapport over bestaanszekerheid van de Arbeidsinspectie, die vanuit haar praktijk zegt: als je oproepcontracten hebt, als je onzekere contracten hebt, dan heb je door die onzekerheid eigenlijk minder bestaanszekerheid dan iemand die hetzelfde verdient maar die wél elke maand weet wat hij verdient. Daarom is het zo belangrijk dat we de arbeidsmarkt gaan hervormen. Het laat ook zien dat bestaanszekerheid niet alleen te maken heeft met euro's en met wat het wettelijk minimumloon of een uitkering is, maar ook met wat voor contractvorming er in de arbeidsmarkt is en hoe makkelijk je weer kunt instromen in de arbeidsmarkt, in een baan, als je op een gegeven moment uitgestroomd bent. Dit en al uw vragen laten in vogelvlucht zien waar dit debat allemaal over kan gaan. Ik zou het zeer verwelkomen als u ons vaker dan één keer per jaar uitnodigt om het over al deze onderwerpen te hebben. Maar daar gaat u over. Ik ga u eerst nog even iets zeggen over bestaanszekerheid en daarna heb ik een stapeltje met andere onderwerpen. Ook over de bestaanszekerheid hebben we het natuurlijk eerder gehad. We hebben een enorm koopkrachtpakket samengesteld. Dat is in tijden van onzekerheid natuurlijk nodig, maar als je ziet wat we incidenteel hebben gedaan en wat we structureel hebben gedaan, dan zie je dat die discussie over de bestaanszekerheid echt nodig is in Nederland. Daarom hebben we de Commissie sociaal minimum, die over een aantal maanden met een rapport komt. En daarom hebben we in dat koopkrachtpakket ook een aantal structurele maatregelen genomen, zoals het extra verhogen van het wml met de daaraan gekoppelde uitkeringen, en de aanpassingen in de P-wet, waarmee collega Schouten bezig is. Ik noemde de arbeidsmarkt al. We nemen ook maatregelen op het terrein van wonen en gezondheid, want we weten dat mensen die meer in armoede leven en die een lagere sociaal-economische status hebben, meer kans hebben om eerder dood te gaan en eerder ziek te worden. We hebben met de Aanpak geldzorgen, armoede en schulden een hele stevige ambitie staan. Daarvoor werken we samen met allerlei organisaties. Gemeentes hebben een hele grote rol gespeeld in het koopkrachtpakket. Ze verzetten ook elke dag weer veel werk om kwetsbare mensen te bereiken en te helpen. We zullen dat gesprek met de gemeentes over de bestaanszekerheid ook blijven voortzetten. Als we het hebben over bestaanszekerheid, dan hebben we het natuurlijk ook over de samenloop van regelingen. Daar zal collega Schouten verder op ingaan. Ik wil één ding meer in het algemeen zeggen. Ik zei net al iets over de belastingdruk en over de belastingcomplexiteit. De belastingdruk in ons stelsel is afhankelijk van de huishoudsamenstelling en van de keuze van partners om wel of niet te gaan werken. De belastingdruk is voor alleenverdieners inderdaad hoger dan voor tweeverdieners. Dat is een gevolg van beleidskeuzes van dit kabinet en van vorige kabinetten. Daarbij was het doel het bevorderen van arbeidsparticipatie en het meer lonend maken van arbeid. Er is toen dus besloten — u weet dat veel beter dan ik — tot het afschaffen van de overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting en tot forse verhogingen van de arbeidskorting. Die samenloop draagt bij aan de verschillen tussen een- en tweeverdieners. Ook dit kabinet hecht grote waarde aan het bevorderen van arbeidsparticipatie. In de krappe arbeidsmarkt hebben we echt iedereen hard nodig, maar het is ook voor een duurzaam bestaan in Nederland belangrijk dat je mee kunt doen op die arbeidsmarkt. Je komt dus bij keuzes tussen afruilen en keuzes maken. In het coalitieakkoord hebben we echt gekozen voor het stimuleren van arbeidsparticipatie. Tegelijkertijd zien we met een casus zoals die van deze 10.000 gezinnen dat de samenloop van die verschillende maatregelen natuurlijk ongelukkig is. Daarom is het van belang om hier goed uit te zoeken hoe dat voor deze gezinnen in elkaar zit en om ons ook bewust te zijn van de onvoorziene effecten van beleid en de grondoorzaken daarvan. U vraagt of de belastingdruk voor een- en tweeverdieners nog wel in balans is. Ik zeg u toe dat we bij de jaarlijkse koopkrachtbesluitvorming ook expliciet kijken naar de verschillen tussen een- en tweeverdieners; dat deden we al. Dit punt nemen we dus elk jaar weer opnieuw mee. Op het moment dat er een herziening van het belastingstelsel aan de orde is — maar dat is voor mijn collega van Fiscaliteit — dan kun je de vormgeving van de heffingskortingen natuurlijk meenemen. Dan kun je de verzilverbaarheid van de heffingskortingen meenemen. Dat zijn allemaal interessante gedachten, ook als alternatief voor toeslagen, want we willen met elkaar uiteindelijk van die toeslagen af. Dus als je dan toch nog iets nodig hebt, dan lijkt het logisch om ook het alternatief van de verzilverbaarheid van de heffingskortingen te bekijken. U weet ook dat dit een traject van lange adem is, maar het is wél iets waar we steeds weer in de langetermijnvisie naar moeten kijken. Dan, ten slotte, de grote gezinnen in de koopkrachtplaatjes. Die zitten er natuurlijk al in. Er zijn koopkrachtplaatjes met grote gezinnen. We zullen zorgen dat we die herkenbaarder maken en dat we dus ook, zoals we in augustus weer doen, kijken of de voorbeelden nog voldoende actueel zijn, wat het voorbeeld met drie of meer kinderen toevoegt en welke inzichten we hebben omtrent grote gezinnen. Dat geldt zowel voor de armoedecijfers als voor de brede koopkrachtcijfers. Ik denk dat ik de heer Stoffer daarmee een antwoord heb gegeven op zijn grotegezinnenvraag. Voorzitter. Ik noem de setjes die ik hier heb liggen, zodat u weet welke onderwerpen er komen: thuiswerkende grenswerkers, vereenvoudiging, WIA, UWV en overig.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.